Opinie

Grafschrift voor Aleppo

Opinie Obama wil zijn vingers niet meer branden aan Syrië, Assad maakt handig gebruik van de tijdwinst, en Poetin ruikt zijn kans, schrijft Marcel Kurpershoek
over de oorlog in Syrië. Intussen worden burgers afgeslacht.

Omstanders omringen een man wiens dochtertje net levenloos onder het puin vandaan is gehaald, in Aleppo. Foto AFP

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry, heeft Poetin en Obama in Syrië onschatbare diensten bewezen. Althans, dat schreef The New York Times op 29 september jl. De krant baseerde zich op bronnen binnen de Amerikaanse inlichtingendienst. Kerry deed dit door eindeloos te onderhandelen met zijn Russische collega Sergej Lavrov over een staakt-het-vuren en een politieke oplossing voor Syrië. Rusland en Iran wonnen zo tijd en in die gewonnen tijd snelden ze de Syrische president Assad te hulp. De humanitaire rampen die zij vervolgens veroorzaakten, leidden niet tot tegenmaatregelen. Nu is het overleg stil gelegd. En er verandert niets als er niet ook militaire druk wordt uitgeoefend – iets wat Obama jarenlang heeft afgewezen. In zijn laatste weken kan hij moeilijk opeens het roer omgooien.

Hoogstwaarschijnlijk heeft Lavrovs gedraal geholpen Obama’s wens te vervullen: de finish halen zonder tegen Rusland of Iran op te lopen. Die weg sloeg Obama in toen hij in 2013 zijn eigen ‘rode lijn’ negeerde. Zou Assad gifgas gebruiken, zei Obama een jaar eerder, dan lokte hij Amerikaans militair ingrijpen uit. Maar toen 1.400 mensen in 2013 omkwamen bij een aanval met het gifgas sarin, gebeurde er niets.

Dat was nadat de Britse premier Cameron geen steun van het parlement kreeg voor militaire actie tegen Assad – tot ontsteltenis van de Fransen die wel bereid waren. Wie kritiek heeft op het Syriëbeleid van Obama, moet dan ook beginnen bij dit vertoon van Europees onvermogen.

Obama koos voor diplomatie. Gedurende een jaar zamelden de VN Syrische chemische wapens in. Het jaar erna deed Amerika niets in Syrië en Irak wat Iran een excuus zou geven om zich te onttrekken aan een nucleair akkoord. Dit jaar onderhandelde Amerika lang met Rusland over een staakt-het-vuren. Iedere fase gaf lucht aan het Assad-regime. En tijdwinst voor Obama. Ondertussen sloeg Islamitische Staat zijn slag, daarbij met rust gelaten door Assad, en kwamen de vluchtelingen naar Europa.

Toen de rebellen bleven oprukken en het regime-Assad bedreigden, kwam de Russische luchtsteun aan Assad en zijn shi’itische hulptroepen uit Afghanistan, Irak en Iran. Een ander keerpunt was de Amerikaanse voorwaarde om militaire steun alleen in te zetten tegen IS en niet tegen Assad. Daardoor liepen veel rebellen weg bij de door de VS gesteunde groepen.

De beeldvorming veranderde, ten gunste van Assad. De keuze was óf een rationele regering in Damascus óf wildemannen belust op een Apocalyps. Zo rolde de crisis naar de huidige catastrofe in Aleppo. Nu ziet het Westen machteloos en verward toe hoe burgers in de nabijheid van Europa bij honderdduizenden worden afgeslacht. Een triest unicum in de periode na de Koude Oorlog.

Zo gezien heeft Obama’s beleid de afgelopen jaren bijgedragen aan de politieke overleving van Assad. Ja, als het over de oorlogsmisdaden van het regime ging, uitten de Verenigde Staten harde kritiek. Maar achter die harde woorden vormde Assad een minder groot risico dan al die andere ‘gevaren’. Dat het regime zou instorten en zo de extremisten ruim baan zou geven, bijvoorbeeld. Of dat Amerika langdurig betrokken zou worden bij een conflict in een land waar het geen enkel belang heeft, behalve de veiligheid van Israël.

Obama was onwrikbaar in zijn ‘strategische onverschilligheid’ ten opzichte van Syrië. Hij lette ook goed op de stemming onder de kiezers. Die kijken vooral naar de aanslagen van IS op Amerikaans en Europees grondgebied. De focus werd vernauwd tot het politiek veilige contraterrorisme.

De overdracht van de politieke macht door Assad, die centraal stond in de VN-afspraken van 2012, verschoof stilletjes naar de achtergrond. Er werd ook steeds minder vernomen over de berechting van Assad door een internationaal tribunaal. Met licht schaamrood op de kaken hield men steeds meer rekening met het aanblijven van Assad. Dat alles heeft het Russische ingrijpen nu al bereikt, al is Poetin slim genoeg om niet openlijk victorie te kraaien.

Heeft Assad het noordelijk gelegen Aleppo overmeesterd, dan kan hij doorstoten naar de stad Idlib, ten zuidwesten van Aleppo. Dit zal op minder politieke weerstand stuiten; in Idlib heerst namelijk het terroristische Nusra Front, weliswaar onder andere naam. Over de rest van het noorden kunnen Turkije en Rusland het eens worden. Het Eufraat gebied van IS, in het oosten van Syrië, heeft geen haast. Wanneer het regime IS opruimt, kan de internationale gemeenschap dat slechts toejuichen. Tot die tijd blijft IS een nuttige boeman voor Assad – gunstiger voor hem dan een door pro-Amerikaanse milities bevrijd gebied. Bovendien heeft hij zijn leger nu nodig in het westen van Syrië.

Gebrek aan betere vooruitzichten, en Westers onvermogen, kunnen leiden tot gebieden in Syrië waar met name Rusland, Iran en Turkije hun invloed doen gelden

De gevolgen voor de regio zijn enorm. Oorlog tussen staten ligt op de loer. Plannen voor de bevrijding van het door IS bezette Mosul in Irak leiden nu al tot spanningen tussen shi’itisch Bagdad enerzijds en Koerdisch Erbil en de lokale soennitische Arabische bevolking, gesteund door Turkije, anderzijds.

De brand in Syrië heeft het vuur in Turkije opgestookt. Tegenover de miljoenen soennitische Syrische vluchtelingen in Turkije, die pro-Erdogan zijn, staan de Koerden van de PKK, die in Turkije vechten voor een eigen staat. Aan de Syrische kant van de Turks/Syrische grens is de PKK, weliswaar onder andere naam, partner van de VS in de strijd tegen IS. Aan de Turkse kant, in het zuidoosten, heeft Ankara tussen de twee- en vierhonderdduizend Koerden uit hun woning verdreven.

In vergelijking met Syrië is dat kinderspel. Maar het narratief van Turkije vertoont overeenkomsten met dat van Damascus: het begrip terrorisme als vrijbrief voor geweld tegen burgers. Dat komt Rusland en Iran goed uit, want zij speculeren erop dat Turkije Assad gedoogt, in ruil voor een vrije hand tegen de PKK-Koerden – ook die in Syrië. Ieder zijn eigen terrorist en verder geen vragen.

Aanlokkelijk voor Rusland is bovendien de verwijdering tussen de NAVO-bondgenoten Turkije en de VS als het gaat om de Koerdische rol in Syrië. Ankara wil Syrische vluchtelingen onderbrengen in een ‘veilige zone’ tussen Aleppo en de Turkse grens. De VS steunen dit idee niet. Rusland daarentegen, kan het plan gedogen als Turkije Assad met rust laat. Israël is tot nu toe buiten het conflict gebleven. Zijn aartsvijand Hezbollah heeft de handen vol in Syrië. En Rusland zal geen agressie van Iran of Hezbollah tegen Israël dulden. In ruil daarvoor stelt Rusland de Iraanse belangen veilig door Assad overeind te houden. Daarom kan Israël zonder probleem leven met een tandeloze Assad – voor de VS een factor van belang. In dit scenario kan het Midden-Oosten, verbrokkelder dan ooit, terug naar de traditionele positie. Dan is het opnieuw een gebied dat geen meester is over zijn eigen lot. Een gebied waar groepen elkaar naar het leven staan, tegen elkaar worden uitgespeeld en intrigeren om zo buitenlandse inmenging af te dwingen. Een gebied waar de bevolking als geheel de prijs betaalt.

Iran, Turkije en Rusland hebben een levende imperiale traditie. Ze hebben daaraan een sterke staat overgehouden. Irak en Syrië niet. Structureel doodsangst inboezemen was hun manier om controle uit te oefenen over een verdeeld land. Poetin beschouwt Assad als een Syrische Ramzan Kadyrov, zijn brute zetbaas in Grozny die in Tsjetsjenië het islamitisch geïnspireerde verzet brak. Gebrek aan betere vooruitzichten, en Westers onvermogen, kunnen leiden tot gebieden in Syrië waar met name Rusland, Iran en Turkije hun invloed doen gelden. Misschien zit er niet meer in voor de mensen in Syrië en Irak.

Dit artikel verscheen eerder, in een langere versie, op raamoprusland.nl