Column

Gelukkig wint een echte vredesduif – en geen activist

rosanhertzberger0

Die Nobelprijs voor de Vrede dreigde de afgelopen jaren een redelijk pessimistisch gebeuren te worden. Bij gebrek aan leiders die vrede met elkaar sloten, wonnen activisten hem regelmatig. Dit jaar bestonden de kanshebbers voornamelijk uit puinruimers: een Eritrese arts, de ‘witte helmen’ in Syrië die bewoners van gebombardeerde wijken onder het puin vandaan halen, de Griekse eilandbewoners die vluchtelingen hielpen. Net als activisten zijn ze hartstikke heldhaftig – maar toch is vrede sluiten iets anders dan pleisters plakken op oorlogswonden.

Gelukkig won er dit jaar een échte vredesduif. De Colombiaanse president Santos kreeg de prijs vanwege het vredesakkoord dat hij met de FARC sloot. Het is een bijzondere keus, omdat juist afgelopen weekend het Colombiaanse volk in referendum tegen dat vredesakkoord stemde.

Ik dacht daaraan toen we dit jaar het Joodse nieuwe jaar 5.777 inluidden. Weet u waar onze gebeden in de synagoge meestal over gaan? Over vrede. Althans, dat thema komt veel terug. We zingen sim sjalom, oseh sjalom, sjalom rav. „Geef dan toch eeuwige vrede”, prevelt de rabbijn. En de gemeente antwoordt „amen”. We zijn niet de enigen. Ook christenen en moslims zien vrede als een soort goddelijke beschikking, net als regen, of een goede gezondheid waar je heel hard voor moet bidden. „God, hou me weer een jaar gezond en laat ze stoppen met schieten in Aleppo. Amen.”

Terwijl ik in de synagoge stond, dacht ik aan het Colombiaanse volk dat op zondag na ’s ochtends in de kerk „vrede op aarde” te hebben gezongen naar de stembus was gelopen om tegen de vrede te stemmen, tegen het akkoord dat na jarenlange onderhandelingen eindelijk met de FARC was gesloten. De guerrillabeweging zou ontwapenen, sommigen FARC-strijders zouden lichte straffen krijgen, maar de organisatie als geheel mocht verder als politieke partij. Een pijnlijk maar broodnodig compromis, zoals elke vredesonderhandeling dat is.

De enige echte fout die president Santos maakte, is dat hij het akkoord aan het volk voorlegde dat vervolgens volstrekt onverwacht met een piepkleine meerderheid van 50,2 procent tegen stemde. De oorzaak? Zoals bij elk referendum is het gissen achteraf. Was het een stem tegen het beleid van de president? Was er te weinig straf voor FARC-leden? Het kon zelfs nog aan orkaan Matthew hebben gelegen die een deel van de kiezers in de kustgebieden thuis hield. Zo gaat dat nu. Een vredesakkoord, moeizaam uit-onderhandeld na 52 jaar burgeroorlog, 220.000 doden, 6 miljoen ontheemden, maar het kan zomaar uitglijden over een bananenschil.

Ik vraag me af hoe het zou zijn afgelopen met de vrijlating van Nelson Mandela, of de vredesbesprekingen in Noord-Ierland, als die kwesties aan het volk zouden zijn voorgelegd. Ik weet zeker dat Arafat en Rabin elkaar nooit een hand hadden geschud als het Palestijnse en het Israëlische volk daarover naar de stembus hadden gemogen.

Het is niet makkelijk om een Nobelprijs te geven aan de mensen die echt vrede sluiten. Die zijn vaak niet van onberispelijk gedrag. Mensen die vrede sluiten zijn vaak mensen die eerst oorlog voerden. Nobelprijzen voor vredesluiters als Arafat en Kissinger zijn ronduit omstreden. Het is veel makkelijker om die mensen terroristen en oorlogsmisdadigers te noemen dan ze een medaille te geven omdat ze ooit stopten met vechten.

Het is ook makkelijker om de Nobelprijs aan een hulpverlener of activist te geven die nooit pijnlijke compromissen hoefde te sluiten dan aan leiders zoals Santos, die zijn grootste vijanden zetels in het parlement gunde en terroristen vrijuit liet gaan. Vrede is afhankelijk van dat soort pijnlijke besluiten.

Ik zag deze week foto’s van geschokte Colombianen voorbij komen, die met een hand voor hun mond gade sloegen wat er met hun land gebeurde. Het deed me denken aan de helft van het Britse volk na de Brexit. Het is een nieuw soort schaamte die je overvalt. Vroeger waren het de volksvertegenwoordigers, je president misschien, die je land tot schande maakte. Nu ben jij het zelf. „Het volk stemde tegen de vrede”. Daar ben jij dan ook onderdeel van. Beschamend.

De Nobelprijs voor Santos kun je wat mij betreft ook zien als een stem tegen het populisme en tegen referenda. Dat volk, dat moet met zijn tengels van de vrede afblijven, zo lijkt het Comité te zeggen. Ik ben het helemaal met hen eens. Laat het volk maar bidden om vrede, dan regelen leiders als Santos dat er daadwerkelijk een einde aan de oorlog komt.