Geen Oranje wilde twaalf vierkante meter tijgers

Oranje-kunst

Een schilderij uit het bezit van de Oranjes, van de Javaanse schilder Raden Saleh, dat een eeuw zoek is geweest, werd in 2006 teruggevonden. Het is gerestaureerd en hangt nu niet in het Tropenmuseum, maar in Singapore.

©

Alsof ze de heilige graal had gevonden. Marie-Odette Scalliet zegt het met een charmant Frans accent. De gepensioneerde conservator Zuid- en Zuidoost Azië bij de Universiteit Leiden beschrijft het ‘joepiegevoel’ dat haar bekroop, toen ze eindelijk een blik mocht werpen op de ontdekking van haar leven, een schilderij dat dankzij haar onderzoek is teruggevonden in een opslagplaats in Rijswijk, nadat het eerder decennialang had liggen te verpieteren op koninklijke zolders.

Negen maanden geduld heeft Scalliet moeten oefenen. Het Koninklijk Huisarchief, dat het kunstbezit van het Huis Oranje-Nassau beheert, houdt niet zo van pottenkijkers. Maar na vele telefoontjes en mails krijgt Scalliet haar zin. Ze wordt ontvangen op paleis Het Loo. Daar is de ruimte om het schilderij, dat bijna zo groot is als Rembrandts Nachtwacht, voor haar uit te rollen.

De datum van de bezichtiging staat in haar geheugen gegrift: 3 april 2007. „Mooier dan de dag van mijn promotie”, zegt ze op besliste toon. Welke kunsthistoricus droomt niet van een belangrijke ontdekking? De Française ontrukte het grootste schilderij van de Javaan Raden Saleh (1811-1880) aan de vergetelheid, een van de belangrijkste schilders van de natuur en cultuur van Nederlands-Indië. Een schilderij waarvan niemand het bestaan bevroedde. Boschbrand heet het en de voorstelling is spectaculair: tijgers en buffels die op de vlucht voor het vuur in een afgrond springen. Direct na voltooiing is het door de kunstenaar in 1850 aan koning Willem III geschonken.

Het Loo was een toepasselijke locatie voor de schouw, zegt Scalliet. In de zomerresidentie hing het doek bovenaan de grote trap.

Na een langdurige restauratie zit Boschbrand weer in een vergulde lijst. En opnieuw hangt het op een ereplek. Niet in het Rijksmuseum of het Tropenmuseum, waar het volgens deskundigen thuishoort, maar in de National Gallery Singapore, sinds 2014 de eigenaar.

Dit is een artikel over wat, met enige overdrijving, een Oranje-traditie kan worden genoemd: het voortvarend afstoten van kunst, zonder veel rekening te houden met kunsthistorische gevoeligheden. Gebeurde dat in het verleden op veilingen, en met goede doelen als bestemming voor de opbrengst, recentelijk is een grote hoeveelheid kunst uit de nalatenschap van prinses Juliana ondershands verkocht, zonder charitatief oogmerk. Naast de tijgers van Raden Saleh ook een map met 1.200 zeventiende- en achttiende-eeuwse tekeningen van de stad en de provincie Utrecht, aan een particuliere verzamelaar. Nederlandse musea die deze kunst graag in hun collectie hadden willen opnemen, zeggen niet te zijn benaderd door het hof.

Op basis van gesprekken met betrokkenen, die soms alleen anoniem wilden meewerken, is gepoogd beide verkopen te reconstrueren.

Wilde dieren

De geschiedenis van Raden Salehs Boschbrand is het waard om verfilmd te worden. In die documentaire speelt Marie-Odette Scalliet de hoofdrol. De Française krijgt in 2005 een onderzoeksopdracht van Christie’s. Bij het veilinghuis is een schilderij van Raden Saleh uit 1849 ingebracht. De kunsthistoricus pakt het verzoek grondig aan en wil weten wat de schilder in dat jaar nog meer uitspookte. „Ik had tijd, was gemotiveerd en kreeg betaald, een combinatie waar je vleugels van krijgt”, zegt ze.

In een platenalbum met Indische natuurtaferelen uit 1868 staat een litho van een bosbrand met tijgers, gemaakt naar een onbekende tekening of schilderij van Raden Saleh. Als eerste onderzoeker merkt Scalliet op, dat op die litho ook een jaartal is gereproduceerd: 1849, het jaar waarvoor ze belangstelling heeft.

Bekend is ook een uit 1883 daterende catalogus van een Raden Saleh-tentoonstelling in Amsterdam. Een van de doeken op die expositie wordt beschreven als „wilde dieren, een boschbrand ontvluchtende, ingezonden door Z.M. de Koning”. Is de litho naar dat schilderij gemaakt, vraagt Scalliet zich af? En zo ja, waar zou dat doek kunnen zijn?

Twee archiefvondsten zorgen ervoor dat Scalliet het antwoord op haar vragen vindt. In een voorheen confidentieel archief van het ministerie van Koloniën, bewaard in het Nationaal Archief in Den Haag, duikelt ze 26 onbekende brieven van Raden Saleh op. Vanuit Duitsland en Parijs schrijft de kunstenaar aan zijn beschermheren op het ministerie van Koloniën, dat hem zijn hele werkzame leven financieel ondersteunde, en aan koning Willem III. Een opzienbarende vondst die Scalliet viert met een fles champagne.

In twee brieven die Raden Saleh in 1847 en 1849 uit Parijs verstuurt, schrijft de kunstenaar dat hij aan een schilderij „van meer dan gewone proportie” is begonnen. Een afscheidsgeschenk bestemd voor koning Willem II. Na decennia in Europa is de kunstenaar van plan naar Java terug te keren.

Vlak voor de voltooiing van zijn doek overlijdt Willem II echter. Raden Saleh schenkt het doek in 1850 daarom aan de nieuwe koning, Willem III, „als eene geringe huldeblijk van mijnen diepen eerbied en innige erkentelijkheid”.

Op het geschenk moeten tijgers staan, weet Scalliet uit een summiere beschrijving van de voorstelling, die Raden Saleh in een van zijn brieven gaf. Bij het Koninklijk Huisarchief krijgt ze toestemming om de inventarislijsten door te nemen van de diverse koninklijke paleizen en residenties, die periodiek werden opgesteld voor de verzekering.

Die slimme zet resulteert in de grote doorbraak in haar onderzoek. En het besef dat de overgeleverde bosbrandlitho naar alle waarschijnlijkheid gemaakt is naar het afscheidscadeau van Raden Saleh. Op een inventarislijst uit 1851 van Het Loo is namelijk sprake van ‘1 groot schilderij in vergulde lijst van Raden Saleh’, dat boven de grote trap hangt. Op een latere lijst wordt de voorstelling omschreven als ‘wilde dieren in een bosbrand’.

In 1894 is Boschbrand van de ereplek boven de grote trap verhuisd naar de zolder van Het Loo. In 1902 hangt het opeens in de biljartkamer van paleis Huis ten Bosch in Den Haag. Daarna ontbreekt ieder spoor, al is op een inventarislijst van Huis ten Bosch uit 1934 wel sprake van ‘een rol oude schilderstukken op den droogzolder’.

Scalliet belt met de paleizen of iemand daar ooit een groot schilderij met tijgers heeft gezien. Uiteindelijk heeft ze beet: een medewerker van het Koninklijk Huisarchief herinnert zich vaag, in de jaren zeventig, zoiets te hebben gezien op de zolder van Het Loo.

Na de vragen van Scalliet wordt het ‘verloren’ schilderij in de zomer van 2006 teruggevonden in een depot van het Instituut Collectie Nederland in Rijswijk.

Portret van de kunstschilder Raden Saleh

Dit is Raden Salief Bastaman Saleh (1811-1880), de Javaanse kunstschilder. Op zijn achttiende komt hij naar Nederland en gaat hij bij Nederlandse schilders in de leer.

Willem I in zijn kroningsmantel

Bij koninklijk besluit van Willem I krijgt Raden Saleh een riante staatstoelage uit de kas van het ministerie van Koloniën, die hij tot zijn dood, vijftig jaar later, zal behouden.

Willem I in zijn kroningsmantel

Uit dankbaarheid voor hun steun schenkt de kunstenaar schilderijen aan Willem I en Willem II.

Boschbrand (1947)

In 1947 besluit Raden Saleh terug te keren naar Indië. In Parijs schildert hij nog een groot, drie bij vier meter metend doek, dat hij als afscheidscadeau aan de koning Willem II wil aanbieden:

“Boschbrand”

Portret van Willem III door Nicolaas Pieneman (1856)

Maar de koning overlijdt voor de verf droog is. Daarop biedt Raden Saleh zijn geschenk aan koning Willem III aan.

Paleis Het Loo

Jarenlang hangt het doek op een prominente plek in paleis Het Loo en ook wordt het een paar maal uitgeleend aan tentoonstellingen in binnen- en buitenland.

Paleis Noordeinde

In 1904 is Boschbrand verhuisd naar de biljartkamer van paleis Huis ten Bosch in Den Haag. Daarna raakt het afscheidscadeau van Raden Saleh uit beeld. Vermoedelijk is het doek afgespannen en opgerold op een zolder terechtgekomen.

Marie-Odette Scalliet

Op aanwijzingen van de Franse kunsthistoricus Marie-Odette Scalliet wordt Boschbrand in 2006 teruggevonden in een depot van het Instituut Collectie Nederland.

Koningin Juliana en haar docchters

Deze onverwachte uitbreiding van de erfenis van de in 2004 overleden prinses Juliana wordt door haar vier dochters doorgeschoven naar de veertien kleinkinderen.

De kleinkinderen brengen het doek december 2008 naar het Restauratie Atelier Limburg. Daar wordt geconstateerd dat het doek door de ongebruikelijke wijze van conserveren zwaar beschadigd is.

National Gallery, Singapore

Na 18 maanden restaureren is Boschbrand in mei 2010 weer toonbaar. De kleinkinderen vragen een uitvoervergunning voor het schilderij aan en verkopen het doek in 2014 stilletjes aan een groot en nieuw museum in Singapore, de National Gallery, naar verluidt voor een bedrag tussen de 3 en 5 miljoen dollar.

National Gallery, Singapore

Niet veel later adopteert de 43-jarige hedgefondsmanager Danny Yong het schilderij door 5 miljoen Singapore dollar aan het museum over te maken, zo’n 3,3 miljoen euro.

Slide backgroundNYT is ook enthousiastCNN is enthousiast

## The New York Times en CNN zijn vol lof over de National Gallery Singapore: ‘Het Louvre van Zuidoost Azië’. Het schilderij van Raden Saleh dat decennialang lag te verpieteren in de kelder van Het Loo wordt ‘Een meesterwerk’ en ‘Een van de hoogtepunten van het museum’ genoemd.

Kleinkinderen

De vier dochters van Juliana schenken de onverwachte uitbreiding van de erfenis van hun in 2004 overleden moeder aan haar veertien kleinkinderen. Die laten het schilderij in november 2008 bezorgen bij het Restauratie Atelier Limburg, een gerenommeerd adres.

Boschbrand verkeert in een deplorabele staat, blijkt uit het later opgestelde behandelingsverslag. Opgerold zonder steunrol en ook nog eens dubbelgeslagen is het afgespannen doek lange tijd opgeslagen geweest. Door deze ongebruikelijke wijze van conserveren zijn zware beschadigingen ontstaan. Het verslag rept van verfverlies, scheuren en krassen, de linnen drager is gedeformeerd en ook is sprake van wormvraat en een laag „stof, vuil- en roetaanslag en metabolische producten” – een eufemisme voor vliegenpoep en uitwerpselen van mogelijk andere insecten. Ontoonbaar voor publiek, concludeert het restauratieatelier.

In Beieren leest Werner Kraus het behandelingsverslag met een zekere opluchting. De Duitse geleerde, verbonden aan het Southeast Asian Art Center van de Universität Passau, is de co-auteur van een Engelstalige biografie van Raden Saleh. Jarenlang heeft hij gescholden op de paleismedewerkers van het Kraton in Yogja en die van het Presidentiële Paleis in Jakarta voor de nonchalante wijze waarop zij met hun schilderijen van Raden Saleh omspringen.

„Dan doet het deugt”, zegt Kraus, „als zich een Europese koninklijke familie aandient die een schilderij van Raden Saleh veronachtzaamt tot het punt waarop het bijna is verwoest, en vervolgens haar best doet deze ramp geheim te houden en ook nog eens probeert er miljoenen aan over te houden.”

Na achttien maanden restaureren is Boschbrand in mei 2010 weer toonbaar. De Raden Saleh-specialisten Scalliet en Kraus prijzen het Limburgse atelier voor zijn werk. Al maakt de Duitse wetenschapper ook een kanttekening bij de vele herstelwerkzaamheden. Kraus: „Is het nog een werk van Raden Saleh? Of is het alleen nog een idee van Raden Saleh? Het is een terugkerende kwestie: moet een beschadigd schilderij tegen elke prijs gered worden? Maar misschien is die vraag irrelevant als een doek meer dan drie miljoen dollar kan opleveren.”

Geen van de kleinkinderen van Juliana heeft belangstelling voor „twaalf vierkante meter tijgers boven de bank”, zeggen ingewijden. De erven besluiten dat het doek in Indonesië thuishoort. Een ingeschakelde handelaar biedt het doek tevergeefs aan een paar Indonesische privé-verzamelaars aan. De National Gallery Singapore, een nieuw en groots opgezet museum, toont wél belangstelling en koopt het doek, naar verluidt voor een bedrag tussen de 3 en 5 miljoen dollar. De benodigde uitvoervergunning wordt op 21 november 2013, een week na de aanvraag, afgegeven door de Centrale Dienst voor In- en uitvoer in Groningen.

Sinds 2014 hangt het schilderij op een prominente plek in de National Gallery. Recensenten van The New York Times en CNN noemen het ‘een van de meesterwerken’ van dit ‘Louvre van Zuidoost-Azië’. De 43-jarige hedgefondsmanager Danny Yong ‘adopteert’ Boschbrand in 2015 door omgerekend 3,3 miljoen euro aan het museum over te maken.

Ivo Bouwman, een Haagse kunsthandelaar die een ander schilderij van Raden Saleh aan de National Gallery Singapore heeft verkocht en op de hoogte was van Scalliets ontdekking, ontsteekt in woede als hij Boschbrand in 2014 op de website van het museum ziet staan. „Een grof schandaal dat dit meesterwerk geruisloos ons land heeft verlaten. En dat vermoedelijk alleen voor geldelijk gewin.”

Hoe kan het, vraagt Bouwman zich af, dat voor dit schilderij een uitvoervergunning is afgegeven. „Dit werk had naar het Rijksmuseum dan wel het Tropenmuseum behoren te gaan. Ondenkbaar dat zoiets bij het Engelse koningshuis zou voorkomen; die koesteren hun bezit.”

De conservator collecties van het Tropenmuseum, Koos van Brakel, zegt desgevraagd „op persoonlijke titel”, dat hij het doek graag in de collectie had opgenomen. Het schilderij is echter nooit aan zijn museum aangeboden.

Uit en thuis

In de zomer van 2015 exposeert het Rijksmuseum Amsterdam onder de titel Uit en thuis een collectie landschapstekeningen van Oude Meesters, in bezit van zakenman John Fentener van Vlissingen en zijn Zwitserse echtgenote Marine comtesse de Pourtalès.

Aan de vooravond van de expositie publiceert het Financieele Dagblad een interview met het miljardairsechtpaar. In dat gesprek komt een van de topstukken van de tentoonstelling ter sprake, een in 1636 door Pieter Saenredam gemaakte tekening van het interieur van de Domkerk in Utrecht, de kerk waar diverse Oranjes zijn getrouwd en gedoopt.

Van Vlissingen zegt dat die tekening uit de collectie van prinses Juliana komt. „Wij mochten kijken in de kelders van Paleis Noordeinde. We zagen er de bijzonderste dingen, zoals een stoel die ooit was geschonken door een Afrikaanse koning. Er zat houtworm in en hij stond in een hoek om de rest niet te besmetten.”

De Saenredam-tekening komt uit de Atlas Munnicks van Cleeff, een map met 1.200 zeventiende- en achttiende-eeuwse topografische tekeningen van Het Sticht Utrecht, die ook in de kelder ligt opgeslagen. De Atlas, die in 1870 via prins Hendrik, de derde zoon van Willem II, in de Oranje-collectie is terechtgekomen, wil Van Vlissingen graag overnemen. Bij de overdracht, in 2012, bedingt de verkoper drie jaar radiostilte over de transactie.

De Saenredam is een van de dertien tekeningen uit de Atlas op de tentoonstelling in het Rijksmuseum. Kenners verbazen zich over de naam van de nieuwe eigenaar. Een prominente kunsthistoricus die anoniem wenst te blijven: „Die Atlas hoort in Utrecht thuis. Misschien onterecht, maar onwillekeurig denk je toch dat zo’n koninklijke collectie nationaal bezit is.”

De verkoper, een lid van het Koninklijk Huis, heeft de Atlas niet te koop aangeboden bij Nederlandse musea.

In de wind

Na de ontdekking van het schilderij van Raden Saleh mailt en belt Marie-Odette Scalliet in 2007 diverse malen naar het Koninklijk Huisarchief. Ze benadrukt dat het schilderij haars inziens in Nederland moet blijven en liefst in het Rijksmuseum. Niet zozeer omdat het nationaal erfgoed is, maar omdat het ’t enige overgebleven schilderij van Raden Saleh in Oranje-bezit is. De overige twaalf schilderijen die de Javaanse kunstenaar aan Willem I, II en III heeft geschonken, uit dank voor de levenslange staatstoelage die de vorsten hem via het ministerie van Koloniën hadden gegeven, zijn allemaal verdwenen. In de jaren zeventig deed koningin Juliana er nog drie cadeau bij staatsbezoeken aan Indonesië.

Antwoord op haar mails krijgt Scalliet niet. Als de Raden Saleh-specialiste in 2013 een uitnodiging ontvangt van de National Gallery Singapore om in Maastricht een belangrijk, niet bij name genoemd schilderij te komen bekijken, begrijpt ze meteen dat haar adviezen in de wind zijn geslagen. „Zeer teleurstellend”, zegt ze met de nodige schroom.

Reageren? Mail naar onderzoek@nrc.nl