Er is nog vertrouwen. Vooralsnog

Koersval Britse pond Het pond zakt verder weg. Dat het VK de Europese interne markt na Brexit verlaat, leidt tot nieuwe onrust. Maar het is wel goed voor de Britse export.

©

Verkeert het pond sterling in een crisis? Wie eind deze week de volatiele handel in de Britse munt bekeek, zou dat kunnen denken. Toegegeven, de daling donderdagnacht van ruim 6 procent binnen twee minuten was een flash crash. Maar zelfs zonder dit algoritmische foutje is het duidelijk: het pond zakt steeds verder weg ten opzichte van de dollar en euro vanwege zorgen over de gevolgen voor de Britse economie na Brexit.

Gerekend in Amerikaanse dollars is het pond in geen drie decennia zo goedkoop geweest. En ook de koers van het pond ten opzichte van de euro is in geen vijf jaar zo laag geweest. Deze week daalde het pond met ruim 4 procent ten opzichte van de dollar, en ruim 3 procent ten opzichte van de euro.

De aanleiding voor de hernieuwde onrust op de valutamarkt waren de stevige toespraken die premier Theresa May de afgelopen week hield op het jaarlijkse partijcongres van de Tories. May maakte bekend dat na het Britse uittreden uit de Europese Unie het Verenigd Koninkrijk niet binnen de Europese interne markt zal blijven. Ze sloot uit dat het VK vrij verkeer van personen en de erkenning van de rechtsmacht van het Europese Hof van Justitie na Brexit zal handhaven. Beide zijn vereist voor deelname aan de interne markt.

Zonder interne markt moet het VK nieuwe handelsakkoorden afsluiten met Europa. Ook zal de omvangrijke bankensector in de City veel moeilijker toegang hebben tot de Europese markt. Minder toegang tot Europa, betekent minder inkomsten en meer economische problemen, denken beleggers en zij verkopen hun ponden.

Vooralsnog wordt de koersval niet gezien als een gebrek aan internationaal vertrouwen in de Britse exitstrategie. Een goedkopere pond maakt Britse exportproducten aantrekkelijk en zorgt dus voor een economische impuls. „Dit is een positieve ontwikkeling — tenminste voor Britse exportbedrijven”, schrijft econoom Julian Jessop van Capital Economics in een analyse. Dat het pond sinds 1985 niet meer zo goedkoop is geweest ten opzichte van de dollar heeft volgens Jessop meer te maken met de aantrekkende dollar, als gevolg van speculatie dat de Amerikaanse Federal Reserve wellicht in de komende maanden de rente weer verhoogt.

‘Bedrijvigheid zal toenemen’

Jessop ziet het zwakke pond niet zo zeer als wantrouwen in de Britse plannen, maar meer als een gevolg van de verwachting van beleggers dat de Bank of England de komende tijd geld zo goedkoop mogelijk houdt en een zeer ruim monetair beleid voert om de Britse economie te steunen. Kort na het Brexit-referendum verlaagde de Bank of England de belangrijkste rentestand van 0,50 procent naar 0,25 procent. Ook pompte de centrale bank nog eens 60 miljard extra pond in het financiële stelsel, wat bovenop de honderden miljarden aan maatregelen komt die de bank de afgelopen jaren trof om na de financiële crisis de economie op gang te krijgen.

Wie naar de Britse economie kijkt en doet alsof Brexit niet bestaat, ziet dat er veel vertrouwen is. Britse inkoopmanagers verwachten dat de economische bedrijvigheid zal toenemen. De index van inkoopmanagers bijgehouden door Markit stond in augustus op 52,3 en in september op 53,7, de hoogste stand in twee jaar. Bij een score van 50 of hoger verwachten managers groei.

Het goedkope pond is eveneens goed voor toerisme. Of het nu voetbalfans zijn die een stedentripje Manchester doen of shoppers uit China en de Golfstaten die inslaan in de winkels aan Oxford Street: bezoekende buitenlanders geven meer uit. In juli spendeerden zij 1,79 miljard pond, 2 procent meer dan in dezelfde maand een jaar eerder. Ook zeggen projectontwikkelaars als Ballymore Group, die prestigieuze projecten doen in gewilde wijken als Canary Wharf, dat er meer interesse is uit Azië om luxueuze woningen te kopen.

IMF halveerde groeiverwachting

Betekent dit dat Brexit louter positief is? Allerminst. Het Internationaal Monetair Fonds halveerde deze week de groeiverwachting voor het VK voor volgend jaar. Dit jaar zal de economie nog met 1,8 procent groeien, maar volgend jaar zal dat terugvallen naar 1,1 procent. Een goedkoop pond is funest voor een eilandeconomie, afhankelijk van invoer van voedsel, grondstoffen en bouwmaterialen. Economen waarschuwen voor inflatie, die schadelijk is voor het consumentenvertrouwen. Bovendien, door de lage rente verdienen spaarders nauwelijks. Dat is een zorg, erkende bankgouverneur Mark Carney deze week. Hij wees May op haar verantwoordelijkheid maatregelen te treffen.

Eind november presenteert minister van Financiën Philip Hammond zijn plannen voor de komende tijd. Dan zal duidelijk worden wat voor stimuleringsmaatregelen de regering van May treft. Op het partijcongres van de Tories deze week werd in ieder geval al vooruit gelopen op wat komen gaat. Er werd een parallel getrokken met 1992. Ook toen kelderde het pond, trok het VK zich terug uit een Europees samenwerkingsproject, toen het Europese Wisselkoersmechanisme. En in de jaren daarna volgde een economische hausse. Daar rekenen Brexiteers nu weer op. Het is de vraag of valutahandelaren in Singapore en New York dat ook zo zien.