Drugsoorlog in Manila: afkicken of politiekogel

Drugs

Op de Filippijnen schiet de politie op iedereen die verdacht wordt van drugshandel of drugsgebruik. Omdat president Rodrigo Duterte het wil.

Foto REUTERS/Ezra Acayan

Langs een stoffige weg in een rommelige wijk in het oosten van de Filippijnse hoofdstad Manila liggen de lichamen van twee jonge mannen, naast een motorfiets waarvan de lichten nog branden. Doodgeschoten door politieagenten.

Het is even na 3.00 uur ’s nachts en het blijft zweterig weer. Vanachter een roodwit politielint kijken buurtbewoners stil toe, terwijl toegesnelde persfotografen en cameralieden het toneel vastleggen. De slachtoffers hebben hun zwarte motorhelmen nog op, maar zijn blootvoets. Twee zwerfkatjes komen uit een paar bosjes tevoorschijn en beginnen te snuffelen aan de lijken tot een politieman ze wegjaagt.

Wie de mannen zijn is niet duidelijk. Volgens een politiewoordvoerder waren ze gewapend en hadden ze net zelf een man die als drugshandelaar bekend stond in een naburige wijk geliquideerd. Toen agenten de achtervolging inzetten, brak er een schietpartij uit. Later meldt de politie dat het tweetal op een lijst van de autoriteiten voorkwam van drugshandelaren en gebruikers. Wat er precies aan de hand was, blijft schimmig. Vast staat alleen dat de drugsoorlog in de Filippijnen opnieuw drie levens heeft geëist.

Een van de toeschouwers, een jonge vrouw in shorts en een rose t-shirt uit een grauw flatgebouw naast de plaats van het incident, neemt zichtbaar aangeslagen een slok koffie. „We wonen hier pas en nu meteen zo’n incident met doden voor de deur”, zegt ze.

Het hoort allemaal bij de oorlog die de deze zomer aangetreden president Rodrigo Duterte heeft ontketend tegen drugshandelaren én drugsgebruikers. ‘Rody’ Duterte is een 71-jarige debutant in de nationale politiek, die zich zelden laat betrappen op subtiliteit.

Het handelsmerk van Duterte, een voormalige officier van justitie, is een meedogenloze strijd tegen de misdaad en tegen ordeloosheid.

Al tijdens de verkiezingscampagne had hij beloofd dat hij in de eerste zes maanden van zijn presidentschap 100.000 misdadigers zou doden. De lijken zou hij in de Golf van Manila laten dumpen „zodat de vissen er dik van worden”.

Als president deed hij er vorige week nog een schepje bovenop en vergeleek zich met Hitler. „Hitler vermoordde drie miljoen joden (…) er zijn hier drie miljoen verslaafden, ik zou ze maar al te graag afslachten.”

Deels is dat retoriek maar vaststaat dat Duterte intussen wel degelijk bezig is de daad bij het woord te voegen. Begin oktober stond het officiële dodental al boven de 3.400. De politie onder leiding van politiechef Ronald Dela Rosa was goed voor 1375 dodelijke slachtoffers. De rest werd uit de weg geruimd door gewapende groepen die volgens hardnekkige geruchten met de politie en de regering samenwerken. Vooral in de hoofdstad Manila, met meer dan 12 miljoen inwoners, verstrijkt geen etmaal meer zonder dat er weer een dozijn mensen of meer is gedood in deze ‘oorlog’.

Het is aanleiding tot felle protesten uit het buitenland, met name uit de Verenigde Staten en Europa. De nieuwe president trekt zich er niets van aan. Hij weet zich gesteund door de overgrote meerderheid van de Filippino’s. Zij zijn het van harte met hem eens dat de drugswereld een kankergezwel is dat nodig hard moest worden aangepakt.

„Drugs zijn een groot kwaad in ons land”, beaamt Christel Ariane Cuengo (27), een elegant geklede bankemployee tijdens de lunchpauze in Makati, een kantorenwijk die in welvaart en ordelijkheid aan Singapore doet denken. „Ik voelde me de laatste jaren niet veilig meer door overvallen van verslaafden. ”

Maar vindt ze het niet bezwaarlijk dat de politie en haar handlangers af en toe onschuldige mensen doden? Cuengo:

„Ik zie het zo: zonder deze campagne zouden er nog meer doden zijn gevallen onder onschuldige mensen.”

Op de koop toe

Een paar blokken verder komt de 35-jarige Carlo Francisco, werkzaam als vertaler in een van de vele callcenters in Manila, er onmiddellijk voor uit dat hij juist voor Duterte heeft gestemd wegens zijn belofte de strijd aan te binden met de drugshandelaren en verslaafden. Hij doet zijn zonnebril af en zegt:

„Dat er misschien ook onschuldige slachtoffers bij vallen, neem ik op de koop toe. In een oorlog vallen nu eenmaal doden en gewonden.”

De cijfers over de omvang van het Filippijnse drugsprobleem liegen er inderdaad niet om. Uit statistieken blijkt dat drugs bij zestig procent van de criminaliteit in het land een rol spelen. Het gaat vooral om shabu, de lokale term voor methamphetamine, ook wel Ice of Chrystal Meth genoemd. In kleine hoeveelheden geeft dat een euforisch gevoel en neemt vermoeidheid weg. Criminele syndicaten, vaak geleid door Chinezen, overspoelden de Filippijnse markt hiermee. Omdat het in kleinere doses vaak al voor 150 pesos (amper 3 euro) was te krijgen, was de drug ook voor veel armen betaalbaar. Volgens de regering telt de Filippijnen in totaal 3,7 miljoen gebruikers (op een bevolking van 107 miljoen).

Foto AP

Foto’s AP, Floris van Straaten

Narco-staat

De politicoloog Ranjit Rye, verbonden aan de University of the Philippines in een groen deel van Manila, zegt dat hem pas de laatste maanden, onder meer door hoorzittingen in het parlement over de oorlog tegen de drugs, duidelijk is geworden hoe machtig de drugsbazen zijn geworden. „De Filippijnen lijken steeds meer op een narco-staat”, zegt hij.

„Veel politici laten hun campagnes financieren door drugsbazen in ruil voor bescherming. Ook sommige generaals zijn er bij betrokken, politiefunctionarissen en hoge ambtenaren. Hun invloed dringt tot diep in de samenleving door.”

Maar het gemak waarmee de politie tegenwoordig mensen doodt, niet alleen handelaren maar ook mensen die af en toe een beetje shabu gebruikten met vrienden, leidt er toe dat veel mensen in de metropool niet lekker meer slapen. Uit angst dat de politie bij hen binnenvalt en meteen begint te schieten.

Dat gebeurde bij voorbeeld op de middag van 6 september in een stinkende steeg van amper een meter breed in de sloppenwijk Tambaja in het centrale stadsdeel Addition Hills. Daar werd de 31-jarige Jerry Ignacio, bijgenaamd Puyo, doodgeschoten in zijn woninkje van aan elkaar gespijkerde ongelijke planken.

Foto Floris van Straaten

Zwager Loreto, in de steeg waarin hij woont. De vrouw achter hem liep het schampschot op.Foto Floris van Straaten

Omringd door nieuwsgierige kinderen, kakelende kippen en blaffende honden vertelt de zwager van het slachtoffer, Loreto Abbott: „Ik lag beneden te slapen op de grond, toen ik politie hoorde. Ze klopten op de deur van Puyo. ‘We weten dat er iemand zit’, schreeuwden agenten. Meteen daarna hoorde ik schoten en toen ik even later ging kijken was Puyo dood.”

Abbott (29), die met zijn vrouw en kinderen in dezelfde steeg woont, zegt niet te weten of Puyo wel eens drugs gebruikte. „In elk geval had hij geen pistool, zoals de politie later beweerde”, zegt hij zachtjes. „Wapens kunnen wij helemaal niet betalen. We kunnen niet eens genoeg rijst kopen van het geld dat we verdienen met het verzamelen van oud plastic. Ik denk dat de politie eigenlijk op zoek was naar iemand anders en toen toevallig op Puyo stuitte.”

Dan duikt plotseling uit een nog donkerder deel van de steeg een vrouw van middelbare leeftijd op. Ze laat een vers litteken zien. „Dat komt door een schampschot ”, vertelt ze geagiteerd. Het schot was bestemd voor steeggenoot Joselito Jaldo. Toen hij op bevel van de politie met zijn handen achter zijn hoofd naar buiten liep, werd hij volgens de vrouw met het litteken dodgeschoten. De buurtbewoners sluiten niet uit dat hij wel eens drugs gebruikte, maar verder deed hij volgens hen geen vlieg kwaad.

„Het beleid van de regering is nu: schiet eerst, stel later vragen”, zegt Roberto Cadiz, commissaris van de semi-onafhankelijke Mensenrechtencommissie van de Filippijnen. „Het is de plicht van de staat het leven van de burgers te beschermen en er voor te zorgen dat de rechtstaat wordt gerespecteerd. Maar president Duterte zegt tegen de politie: maak je geen zorgen, ik sta achter jullie.”

Onder het motto ‘waar gehakt wordt, vallen spaanders’, verklaarde de president bij een bezoek aan Mindanao, het zuidelijke eiland waar hij vandaan komt, op 23 september :

„Ik zal niet toestaan dat enige militair of politieman gevangen wordt gezet wegens mijn order, want ons land ziet zich geconfronteerd met een groot probleem.”

Volgens hardnekkige geruchten is Duterte er niet vies van zich bij het uit de weg ruimen van criminelen of mensen die hij daarvoor aanziet te bedienen van paramilitaire groepen. In de 22 jaar dat hij burgemeester was in de stad Davao, op Mindanao, zou hij de orde hebben hersteld met behulp van doodseskaders. Hoewel de overheid daarvoor na onderzoek geen aanwijzingen zegt te hebben gevonden, groeide de verdenking half september, toen een voormalig lid van zo’n doodseskader tijdens een hoorzitting in de Senaat verklaarde instructies te hebben ontvangen van Duterte om veel mensen te doden. Sterker nog: de toenmalige burgemeester zelf zou een keer een al gewonde man met kogels uit een Uzi-machinepistool hebben doorzeefd.

De democratisch gekozen president van de Filippijnen een moordenaar?

Duterte zelf nam niet de moeite deze beschuldigingen te weerspreken. De bondgenoten van de president in het parlement, zowel in de Senaat als in het Huis van Afgevaardigden, zorgden er prompt voor dat senator Leila de Lima, die de hoorzittingen leidde, als voorzitter van de commissie werd gewipt. De Lima zou zelf geld van drugsbazen hebben gekregen voor haar verkiezingscampagne voor de Senaat.

Politieke propaganda

Op het kantoor van Amnesty International in Quezon City, aan de noordkant van Manila, zegt Wilnor Papa de hoorzittingen in het parlement niet serieus te nemen.

„Het is louter politieke propaganda. Het leidt allemaal tot niets. ”

Hij signaleert tegelijk een veel kwalijker fenomeen. „Het is heel gevaarlijk wanneer je op het recht van de straat vertrouwt. Beschaving is juist om recht via rechtbanken te bieden. De mensen worden minder gevoelig voor het doden van anderen. Het doden wordt zo de norm.”

Sommige mensenrechtenactivisten zien in de oorlog tegen drugs zelfs een bedreiging voor de Filippijnse democratie. Ze vrezen dat die kan leiden tot het uitroepen van de noodtoestand, zoals dat in 1972 ook gebeurde onder de toenmalige sterke man Ferdinand Marcos. Duterte heeft daar al eens op gezinspeeld.

Maar Ramon Casiple, directeur van het Institute for Political and Electoral Reform, een denktank, meent dat het zo’n vaart niet loopt. „Ik zie geen wezenlijk verschil met voorgaande regeringen”, licht hij toe in een Starbuckscafé in Manila. „Ook toen werden er mensen zonder vorm van proces gedood. Nu zijn het er alleen meer.” Casiple heeft ook begrip voor de politie. „Als agenten eerst vragen stellen, worden ze zelf doodgeschoten. ”

Beeld AP, Floris van Straaten

Beeld AP, Floris van Straaten

Casiple maakt zich wel zorgen over het feit dat politiebureaus quota krijgen opgelegd van aantallen drugshandelaars en verslaafden die ze moeten oppakken. Er zijn zelfs volgens sommige berichten al politiecommissarissen uit hun functie gezet omdat ze hun door de centrale regering voorgeschreven quotum niet haalden. Casiple: „Dat is een gevaarlijke ontwikkeling. Dat zet de deur wijd open voor slecht bestuur.”

Danssessies

Uit angst te worden doodgeschoten hebben intussen al ruim 750.000 drugsgebruikers zich ‘vrijwillig’ bij de politie gemeld. Op het bureau tekenden ze een verklaring dat ze zich nooit meer met drugs zouden inlaten. Ook verplichtten ze zich tot deelname aan een rehabilitatieprogramma. Veel heeft dat niet om het lijf. Eens per week moeten ze meedoen aan danssessies, de zogenoemde Zumba.

Zo vallen op een vroege zaterdagmorgen in het stadsdeel Mandalayung enige tientallen mannen en vrouwen te zien die op een overdekt basketbalveld op daverende muziek aan het dansen zijn. Een paar politiemannen kijken geamuseerd toe. De sfeer is ontspannen. Sommige (ex-)drugsgebruikers werken zich opgewekt in het zweet, anderen zoeken al na een paar nummers uitgeput hun toevlucht op bankjes langs de kant.

De wat zwaardere gevallen belanden – vaak na een verblijf van enkele weken in uitpuilende gevangenissen – in een speciaal afkickcentrum in de zuidelijke wijk Bicootan. Het centrum, het grootste in de Filippijnen, biedt gewoonlijk onderdak aan zo’n 550 verslaafden. Maar na het aantreden van de regering Duterte werd het centrum plotseling opgescheept met 3.000 mensen.

Foto AP

Foto’s AP

De ‘patiënten’ volgen er een strikt programma van fitness, cursussen en psychologische training om van hun verslaving af te raken. Het is een enorm gedrang om plaatsen in de afkickkliniek. Velen prefereren de veiligheid van het centrum boven de onzekerheid thuis.

„Mijn moeder besloot me hierheen te sturen”, vertelt een 18-jarige jongen die al vijf jaar shabu gebruikte. „Ze was bang dat ik zou worden doodgeschoten.” Om hem uit de gevangenis op borgtocht vrij te krijgen, verkocht ze zijn vaders driewieltaxi, waarmee hij geld verdiende.

De regering heeft ambitieuze plannen voor meer afkickcentra. Maar het zal nooit genoeg zijn voor de 750.000 mensen die zich bij de politie hebben gemeld. De vraag is ook of de aanpak van de regering op termijn wel effectief zal zijn. „Zo’n 20 tot 30 procent van de mensen klopt na verloop van tijd weer bij ons aan omdat ze opnieuw drugs zijn gaan gebruiken”, vertelt Bien Leabres, een arts die is gespecialiseerd in drugsverslaving. „Het echte percentage van mensen die weer terugvallen op drugs ligt waarschijnlijk eerder bij de 50 procent.”

Critici verwijten de regering ook dat ze de grote drugssyndicaten ongemoeid laat en zich vooral richt op de makkelijke doelwitten: de kleine handelaren en gebruikers. „Hoe komt het dat alleen de armen sterven in deze oorlog tegen drugs”, vraagt ook Loreto Abbott, de zwager van de doodgeschoten Puyo, in zijn vieze steeg.

„Kan Duterte de rijken niet pakken? Wat moet er nu worden van Puyo’s drie kinderen? Wie stuurt ze nu naar school? Zullen die nu in nog grotere armoede moeten leven?”