Dit zijn de vijf favoriete verhalen uit Zuidoost-Azië van Melle Garschagen

Terugblik Na vijf jaar vertrekt NRC-correspondent Melle Garschagen uit Jakarta, om diezelfde rol in Londen op zich te nemen. Zijn afscheidsverhaal staat vandaag op NRC, voor de gelegenheid selecteert hij zijn vijf favoriete verhalen van eigen hand.

Foto Reuters

1604zatjokowi_01

1. Interview met president Joko Widodo

Een interview met de man die beloofde Indonesië te veranderen. Het was een boeiende ontmoeting met een populist, met heldere, pragmatische en soms zeer koppige opvattingen. Hij maakt duidelijk dat de Indonesische middenklasse wel degelijk ontwikkeling en welvaart wil, maar zeker niet zit te wachten op een liberale samenleving. Het was ook een prachtig bezoek aan het presidentieel paleis in Bogor, waar de art deco-meubels nog zo staan en de talloze schilderijen van beeldschone vrouwen nog net zo hangen als toen Soekarno ze achterliet.

2204ihnindonesie7kol

2. Reportage over de voormalige strafkampen van Soeharto op het Molukse eiland Buru

Een schrijnend verhaal over mensen die onderdeel werden van de communistenjachten van 1965, een enorme en zeer dodelijke hetze van de machtsbeluste Soeharto. Het verhaal zegt veel over hoe Indonesië omgaat met het duistere verleden: zwijgen en doen alsof het niet gebeurd is, luidt nog steeds het devies.

2401noindonesia1

3. Interview met de Nederlandse advocaat Bart Stapert na de executie van Ang Kiem Soei

In het Javaanse stadje Cilacap zag ik voor het eerste hoe wreed Indonesië kan zijn. Een groep drugsdealers werd geëxecuteerd en hoge politieofficieren liepen rond met gepoetste laarzen en glimmende medailles, zo trots dat ze onderdeel mochten zijn van de executie. Na de nacht van de executies reed ik samen met mijn cameraman terug naar het vliegveld van Yogyakarta. Ergens tussen de rijstvelden hebben wij koffie gedronken en kregen we allerlei snacks toegestopt door aardige mevrouwen van de lokale warung. We hadden net zo’n wreedheid aanschouwd en nu keken we uit op prachtige natuur en werden zo lief behandeld terwijl ik zo boos was op het land. Ik was totaal in de war wat ik nou van Indonesië vond en Bart Stapert, de advocaat van Ang Kiem Soei, die natuurlijk nog zo veel meer betrokken was bij de zaak, kon het allemaal zo lucide vertellen. Dat vind ik nog steeds knap.

Lees ook het afscheidsverhaal van Melle Garschagen: Jij bent arm, ik ben rijk. Hier is alles verdeel en heers

260914hgv_ontbossing

4. Reportage over palmolieplantages op Kalimantan

Het mooiste avontuur. Niet alleen schokkend om te zien hoe verwoestend oliepalmplantages zijn en hoe moeilijk het is om een alternatief voor palmolie te vinden. Het zit werkelijk in alles wat wij eten of consumeren. Deze reis zal mij altijd bij blijven. Tegen het einde van de middag reden we door het oerwoud. We kwamen net bij een stuk bos dat in brand was gestoken en waar bomen werden gehakt. We bleven te lang hangen en waren als gevolg niet voor een dreigende wolkbreuk op een verharde weg. Onze terreinwagen glibberde van de weg en dook in een spleet. Muurvast. Uiteindelijk heb ik, samen met mijn cameraman, mijn tolk, op een plastic zeiltje midden in de jungle geslapen terwijl onze lokale gids tientallen kilometers liep naar de grote weg om hulp te halen. Toen ik wakker werd hingen de mistflarden in de bomen en vlogen de meest waanzinnige vogels vlak over onze hoofd.

1411buitacloban2

5. Reportage over Tacloban na Haiyan

Verreweg mijn heftigste week in Azië. Tacloban werd verrast door de golven van supertyfoon Haiyan. Bijna de hele stad was weggevaagd. Lijken lagen overal. Overal puin, modder, rottende karkassen. Wat mij het meeste trof is hoe snel mensen reageren. Eerst zijn ze in shock. Maar na een dag of twee begon iedereen puin te ruimen, te klussen, in de rotzooi op zoek naar identiteitskaarten, geld en belangrijke bezittingen, ook al lag hun buurman, moeder of dochter in de tropische zon op straat te rotten. Verschrikking en veerkracht in een. Toen ik na een tijd met een veerboot het rampgebied verliet sprongen de tranen mij in de ogen. Ik kon niks anders doen dan stukjes schrijven over hoe deze mensen probeerden te overleven. Ik at kostbaar eten op, dronk het beetje schone water dat ook naar een kind had kunnen gaan. Toch had ik het gevoel bij vertrek deze mensen totaal in de steek te laten.