De wereld gaat aan kleinzerigheid ten onder

Foto van de Week Arjen van Veelen schrijft wekelijks over een nieuwsfoto. Vandaag: Usain Bolt op het Oktoberfest.

Foto Hannes Magerstaedt/Getty Images

Usain Bolt, de Jamaicaanse sprintkoning, bezocht dit weekend het Oktoberfest in München. Hij droeg Lederhosen en haalde de wereldpers. Het Oktoberfest is als de Nieuwjaarsduik, een kans om elk jaar ongeveer dezelfde foto te maken van een blond meisje in een Dirndl. Temidden van die Arische liederlijkheid viel de snelvoetige Jamaicaan op.

Hij zei dat hij het uitstekend naar zijn zin had, al zie je dat niet op deze foto. ‘Ein Prosit der Gemütlichkeit!’ — maar nog geen slokje uit zijn glas. De topsporter doet hier eerder denken aan het essay Stranger in the Village, van de Amerikaanse romancier James Baldwin, over zijn ervaringen in het Zwitserse stadje Leukerbad, waar de mensen nog nooit een zwarte man hadden gezien. „Neger”, roept de dorpsjeugd hem na.

Baldwin vergeeft het de kinderen; minder mild is hij over de volwassenen die hun witte-mannen-naïviteit als een juweeltje verdedigen. Maar, constateert hij, in 1953, „This world is white no longer, and it will never be white again”.

Ook München is niet wit meer en het Oktoberfest weerkaatst dat. Het feest zelf is een smeltkroes van miljoenen mensen. Usain Bolt is gewoon een van de vele celebrities die zich hier vertonen, Arnold Schwarzenegger was er ook. Bolt ging trouwens al voor de vierde keer. Steeds verkleed. „Als je in München bent, moet je aan de cultuur deelnemen”, schreef hij eens op Instagram.

Oktoberfest is een mooi voorbeeld van ‘cultural appropriation’: het toeëigenen van andermans cultuur. In de VS is daar al jaren debat over, tegenstanders vinden bijvoorbeeld dat een witte student zich niet als Mexicaan of Indiaan mag verkleden tijdens een Halloween-verkleedfeestje.

Hooggevoelige nonsens, vond de Amerikaanse schrijver Lionel Shriver. Ze deed expres een sombrero op tijdens een lezing op een Australisch schrijversfestival. Ze verdedigde het recht van romanciers om in de huid te kruipen van personages uit andere culturen, zoals, in haar roman, een zwarte, demente vrouw aan een hondenriem.

Het is een stroman-debat, want niemand verbiedt romanschrijvers zoiets, sterker, zo’n personage zorgt er kennelijk voor dat je als beroemd auteur wordt uitgenodigd om een keynote-speech te geven — alwaar je met een sombrero op mag mopperen dat je de mond wordt gesnoerd. Komisch en hoogsensitief.

Het onderliggende debat gaat als altijd over wie de baas is over wie. Want wat is het verschil tussen een Amerikaanse corpsbal met een sombrero op en Usain Bolt in Lederhosen. Ze appropriëren allebei iets, net als elke Nederlander die paella eet – appropriëren op zich is iets neutraals. Maar het gaat om machtsverhoudingen, net zoals, het is vaker gezegd, het anders aanvoelt als jij een grapje maakt over je baas dan als je baas precies hetzelfde grapje over jou maakt.

Het Oktoberfest is het machtigste feest ter wereld, men viert het van Shanghai tot New Orleans. Een open feest dat iedereen wil appropriëren. Daar kan ons Sinterklaas-feest nog wat van leren, dat valt niet te exporteren, vanwege te racistisch. In Nederland willen we juist niet dat anderen op ons feestje komen.

Deze week werd de Ghanees-Nederlandse dichter Jerry Afriyie ontslagen van rechtsvervolging. Twee jaar terug had hij zich verzet bij zijn aanhouding tijdens een anti-Zwarte Piet demonstratie. Een agent klaagde over een blauwe plek. Afriyie zei eerder tegen de Volkskrant over die agenten: „Het was duidelijk dat ze het niet tolereerden dat een zwarte man aan hun feest komt.”

Kleinzerig is deze dichter niet. Hij betaalt een prijs voor zijn mening, zo kon hij vanwege de rechtszaak twee jaar zijn beroep als beveiliger niet uitoefenen. Hij gaat door tot het niet meer nodig is, hij noemde eens 2033 als streefdatum. Deze week zei hij tegen de Volkskrant dat hij blijft protesteren „tot het einde van Zwarte Piet”.

Waarop de denker Ger Groot op Twitter zuchtte: „Alles of niets dus. Daar schieten we echt iets mee op.” En hij tweette nog eens zijn opiniestuk in Trouw waarin hij oproept honderd jaar te zwijgen over Zwarte Piet. Want dat debat, parafraseer ik, doet zo’n pijn aan de oren. Het Pietendebat blijft een bitterbal: hoe omzichtig je ’m ook benadert, je brandt altijd je tong. Maar het is de kleinzerigheid van dit soort denkers waar de wereld aan ten onder gaat.