De collega’s van Swaab lezen hem voorlopig niet

Dick Swaab

Met Wij zijn ons brein (2010) had hersenonderzoeker Dick Swaab veel invloed. Nu is de opvolger Ons creatieve brein uit. Maar hoe goed is die?

Remko de Waal/ ANP

Ons creatieve brein, de opvolger van Dick Swaabs bestseller Wij zijn ons brein ligt nu twee weken in de winkel. Interviews met Swaab verschenen in NRC Handelsblad, de Volkskrant en Het Parool. Swaab trad op in een aantal tv-programma’s. Het is een goede basis voor een nieuw kassucces, na de ruim 450.000 verkochte exemplaren van Wij zijn ons brein. Maar hoe goed is het boek?

Er zijn nog weinig recensies te vinden. Jim Jansen, hoofdredacteur van wetenschapsblad New Scientist, schrijft na een interview met Swaab op zijn blog: „Swaab heeft opnieuw een meesterwerk geleverd. (-) Meer dan vijfhonderdvijftig bladzijden heeft hij nodig om de lezer te laten zien wat ons tot mensen maakt. Het antwoord? De hersenen natuurlijk.”

Maar in de recensie van Willem Schoonen in dagblad Trouw valt het woord „wartaal”. Schoonen karakteriseert Swaabs nieuweling als „een schier eindeloze reeks van hoofdstukjes over de meest uiteenlopende onderwerpen, van moreel gedrag, jaloezie en geloof tot muziek, beeldende kunst, misdaad, straf en allerlei hersenaandoeningen. En veel van die hoofdstukjes zijn nagenoeg leeg. Het gaat van Swaabs kleinzoon, via de hond van zijn vrouw, naar slipjesgooiende meiden bij een popconcert.” En de recensie in deze krant valt vandaag tussen de uitersten in: twee ballen.

Wat vinden collega’s? Swaab heeft fervente tegen- en medestanders.

„Zeker, ik voel me tegenstander van Swaab”, zegt Harald Merckelbach, hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit Maastricht. Dat is wederkerig, want Swaab geeft Merckelbach ervan langs in zijn nieuwe boek. De strijd gaat om de vrije wil. Die bestaat niet volgens Swaab. Merckelbach denkt er anders over. Wat zijn de consequenties in de rechtszaal, voor de toerekeningsvatbaarheid?

„Ik begrijp de argumenten van neurowetenschappers”, zegt Merckelbach. „Zij hebben zeker grote vooruitgang geboekt en kunnen soms overtuigend ernstige hersenschade laten zien. Dat kan goed zijn voor een gefundeerde uitspraak. Tegelijk is er een enorme toename van ‘neurobewijs’ om strafvermindering te krijgen. Maar vaak is het een aandoening die voor de uitspraak net zo belangrijk is als… aambeien.

„Onze samenleving heeft veel te danken aan de Verlichting. Volwassen mensen worden geacht vrij te kunnen beslissen. We spreken ze aan op wat ze doen. Dat kan de neurowetenschap niet zomaar omzagen. Ik vind dat Swaab en ook Victor Lamme (auteur van het boek De vrije wil bestaat niet) hun hand vaak overspelen. Maar ze hebben als verdienste dat ze een debat kunnen voeren. Het zijn serieus te nemen wetenschappers.”

„Ja”, zegt Victor Lamme, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, „Swaab en ik staan vaak op één lijn: de vrije wil bestaat niet. Swaab legt daarbij de nadruk op hoe bepalend genen en vroege ontwikkeling zijn voor seks, intelligentie en persoonlijkheid. Ik leg meer de nadruk op de kneedbaarheid van de mens die ongemerkt wordt gemanipuleerd door marketing, bangmakerij of zijn omgeving. Bewuste motieven en intenties sturen ons gedrag niet aan. Dat lijkt me vooral voor de rechtspraak relevant, waar iemand nu meer wordt veroordeeld op zijn gedachten dan op zijn daad. Dat mag best veranderen.”

Merckelbach en Lamme hebben Swaabs nieuwe boek nog niet gelezen. „Geen prioriteit”, zegt Merckelbach. Lamme: „Ik bestel een e-book en neem een flink weekend vrij.”