De Belastingdienst is voor zichzelf te leuk en te makkelijk

logo_luxCommentaar

Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker, zegt de slogan van de Belastingdienst nu al meer dan twintig jaar. Maar als het gaat om vertrekregelingen weet de belastingdienst het voor zichzelf wel degelijk leuker te maken. De medewerkers van de dienst kregen een dermate riant aanbod om eerder te stoppen met werken dat aanzienlijk meer mensen aangaven te willen vertrekken dan de bedoeling was. Extra kosten: 70 miljoen euro.

Neem het de bijna gepensioneerde medewerker maar eens kwalijk. Wie met veertig of meer dienstjaren twee maanden voor zijn pensioenleeftijd vrijwillig ontslag nam, kreeg een premie van twee jaarsalarissen mee met een maximum van 75.000 euro. Daar is dus massaal gebruik van gemaakt. Ook voor andere medewerkers bleek de regeling zeer aantrekkelijk. Het gevolg was dat veel meer mensen de dienst dreigden te verlaten dan in het reorganisatieplan – eufemistisch aangeduid als investeringsagenda – was voorzien. De openstelling van de regeling is per 1 september dan ook vervroegd gesloten. Maar toen was het leed al geschied.

Staatssecretaris Wiebes (Financiën, VVD) heeft hier deze week, tijdens de behandeling van de begroting van het departement in de Tweede Kamer, de politieke gevolgen van ondervonden. Zijn beantwoording van vragen over deze kwestie riep zoveel nieuwe vragen op dat de tussentijds aangetreden staatssecretaris – die tot nu toe in het verkeer met het parlement uiterst soepel en ontspannen wist te laveren – volgende week op herhaling moet.

De Tweede Kamer neemt de zaak terecht hoog op. Want hoe kon deze regeling met zijn voorzienbare neveneffecten ontstaan? Wiebes heeft tegenover de Kamer schuldbewust toegegeven dat de besluitvorming „te haastig” en „niet zorgvuldig” is geweest. Nooit is verwacht dat veel meer dan de beoogde 4800 medewerkers zouden intekenen op de regeling.

De Haagse verbandtrommel kent voor het verklaren van dit soort ontsporingen het woord cultuur. Ook Wiebes bedient zich er in zijn verdediging gretig van. Volgens hem bestond er bij de Belastingdienst een „cultuur” om zaken die de Belastingdienst aangaan primair voor zichzelf te houden. Daardoor zijn andere partijen niet of pas laat bij de besluitvorming betrokken.

Dat er wat mis is met de cultuur bij de Belastingdienst is al veel langer bekend. Bij de reorganisatie van 2002 klonken bijvoorbeeld soortgelijke geluiden. Het probleem is gesignaleerd en vervolgens blijven liggen. Dit is pas echt zorgwekkend. Het is Wiebes die dit als politiek verantwoordelijke valt aan te rekenen. Dat hij nu pas ingrijpt in de top van de Belastingdienst is rijkelijk laat.