Colombiaanse president Juan Manuel Santos krijgt Nobelprijs voor de Vrede

De president krijgt de prijs voor het met de FARC gesloten vredesakkoord.

De Colombiaanse president Juan Manuel Santos (l) schudt Farc-leider Rodrigo Londono de hand na de ondertekening van het vredesakkoord op 26 september. AFP / Cesar Carrion

De Colombiaanse president Juan Manuel Santos heeft de Nobelprijs voor de Vrede gekregen voor zijn inspanningen om een eind te maken aan de meer dan 50 jaar durende burgeroorlog in zijn land door een vredesakkoord met de FARC overeen te komen.

Sinds afgelopen zondag leek de kans op een Nobelprijs voor de president een stuk kleiner te zijn geworden. Een meerderheid van de Colombianen stemde tegen het verdrag met de FARC.

Santos wilde zijn land vrede brengen door de FARC via onderhandelingen de wapens te laten neerleggen. Na bijna vier jaar onderhandelen in Havana konden Santos en FARC-leider Rodrigo Londoño 26 september het vredesakkoord tekenen.

Santos schreef een referendum uit, ervan uitgaande dat de kiezers voor vrede zouden stemmen. Tegen de verwachtingen in werd de overeenkomst verworpen. Het akkoord was na drie jaar en negen maanden onderhandelen in Havana tot stand gekomen.

De FARC wil volgens leider Rodrigo Londono nog steeds vrede ondanks de uitslag: “De FARC wil in de toekomst woorden gebruiken in plaats van wapens. Colombianen die vrede willen, kunnen op ons rekenen. Vrede zal overwinnen.”

De regering en de guerrillabeweging zijn nog in onderhandeling om het akkoord alsnog te redden. Er zou dan een einde komen aan een gewapend conflict van 52 jaar.

De White Helmets in Syrië en de Griekse eilandbewoners waren favoriet bij de wedkantoren. Deze vrijwillige reddingsbrigade redt mensen die slachtoffer zijn van bombardementen. Tijdens hun werk worden de Witte Helmen regelmatig onder vuur genomen. De inwoners van Lesbos, Kos, Chios, Samos, Rhodos en Leros hielpen vorig jaar honderdduizenden bootvluchtelingen. De Grieken worden geroemd om hun empathie en zelfopoffering.

Het vijfkoppige Noorse Nobelcomité had dit jaar de keuze uit 376 genomineerde kandidaten voor de Vredesnobelprijs: 148 organisaties en 228 personen. De nominaties voor de prijs blijven vijftig jaar geheim, tenzij de mensen die nomineren – ministers, volksvertegenwoordigers, vroegere winnaars – hun voordracht openbaar maken. Zo werd eerder al bekend dat presidentskandidaat Trump, de Witte Helmen in Syrië, paus Franciscus en bondskanselier Merkel op de longlist staan en dat Italiaanse parlementariërs de vrouwenwielerploeg van Afghanistan hadden genomineerd.

Vorig jaar ging de prijs naar vier organisaties in Tunesië, voor hun inzet voor de democratie in de chaotische periode na de val in 2011 van dictator Ben Ali. Aan de prijs is een bedrag verbonden van ongeveer 830.000 euro. De uitreiking van dat bedrag en een medaille is in december.