Brandende kampongs

Onderzoek moet wel onpartijdig zijn

illustraties Cyprian Koscielniak

Over het onderzoek van en het interview met historicus Rémy Limpach (29/9) het volgende: generaal Spoor had voorgangers en counterparts. Najaar 1945 waren in Nederlands-Indië de Engelse koloniale troepen verantwoordelijk voor de openbare orde. Hoewel Engeland voorstander was van een beëindiging van het Nederlands koloniaal bewind en de toelating van de Nederlandse troepen traineerde, was hun relatie met de Indonesische nationalisten toch moeizaam. Op West-Java, dicht bij Bekasi, moest een Engelse militaire Dakota een noodlanding maken. Die noodlanding lukte maar de 23 inzittenden van het vliegtuig werden door nationalistische milities gedood, verminkt en geschonden. Als represaille liet de Engelse bevelhebber in het betreffende dorp 600 huizen platbranden. Een oorlogsmisdaad? Soldaten zien niet graag dat bij hun maten de genitaliën als trofeeën zijn afgesneden. Na een halfjaar Britse bezetting nam Nederland de posities in Indië over. De relaties met de nationalisten werden er niet beter op. Brandende kampongs kwamen voor, zowel onder Nederlands gezag als in de gebieden van de TNI; Soedirman en Nasution geloofden in ‘verschroeide aarde’. En nu wordt gepleit voor diepgravend onderzoek naar zulke strafacties. Als dat onderzoek onpartijdig is en zich verdiept in Nederlandse én Indonesische campagnes, kan het de gewenste duidelijkheid scheppen. Het kan niet zo zijn dat van de ene partij de vuile was te kijk wordt gehangen terwijl die van de andere partij wordt verstopt. Limpach heeft met zijn dissertatie het verkeerde voorbeeld gegeven.