Commentaar

Betutteling leidt niet tot verantwoord alcoholgebruik

nrcvindt

Onze dubbelzinnige omgang met alcohol blijkt deze week weer eens uit het advies van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Dit becijferde de „kosten en baten” van alcoholgebruik. De totale kosten bedroegen (in 2013) 8 miljard euro. Dat is schrikbarend hoog. Het gaat om vroegtijdig sterven, verlies van levenskwaliteit door drankgerelateerde ziekten en productiviteitsverlies, ook wel bekend als ‘katerschade’.
Verder gaat het om kosten van verkeersongevallen, van gezondheidszorg en van politie en justitie.

Zie het debat donderdag in de Tweede Kamer over het alcoholslot voor ‘alcomobilisten’. Aan de batenkant, ter waarde van 5.5 miljard euro staan, behalve het plezier van de drinkers, de winsten van de dranksector. En de opbrengst van de accijnzen. Het RIVM trekt vervolgens die baten af van de kosten en komt op een netto schade van zo’n tweeëneenhalf miljard euro. Maar die som verhult dat de schade niet ongedaan wordt gemaakt door de baten van de drankindustrie.

Dubbelzinnigheid rond alcohol, geliefd en omstreden genotmiddel, is onderdeel van onze cultuur. Het is bijvoorbeeld geaccepteerd om te wijzen op de geneeskrachtige dan wel gezondheidsbevorderende effecten van matig alcoholgebruik. Terwijl de gevaren van drank, niet alleen voor de volksgezondheid, al lang en breed duidelijk zijn.

Zo concludeerde de Gezondheidsraad in december afgelopen jaar dat alcohol niet hoort bij goede voeding. Alcohol in welke drank dan ook verhoogt de risico’s op bijvoorbeeld allerlei vormen van kanker, en van hart- en vaatziekten. Maar als een toegeeflijke ouder schrijft de Raad dat, vooruit dan maar, één glas per dag mag als het per se moet. Waarmee de norm weer vaag wordt.

De dranklobby, die om begrijpelijke redenen de gezellige kant van alcohol propageert, voerde ondanks die vage norm zo stevig campagne tegen de nieuwe voedingsrichtlijn, dat de Gezondheidsraad zich daarover, in maart dit jaar, per brief aan de staatssecretaris van Volksgezondheid beklaagde: de Stichting voor Verantwoord Alcoholgebruik (STIVA) handelde „onbetamelijk” en „wetenschappelijk ondeugdelijk”.

Dat is inderdaad laakbaar, want consumenten hebben recht op goede informatie al is het maar om een eind te maken aan de dubbelzinnigheid rond het thema alcohol. De STIVA claimt bijvoorbeeld voorstander te zijn van matig drankgebruik. In reactie op het RIVM-advies liet de lobby-organisatie deze week weten dat het van „groot belang is dat overmatige en excessieve consumptie wordt teruggedrongen”. Maar verslavingsinstelling Jellinek wijst erop dat de alcoholindustrie de helft van haar omzet zou missen als er alleen matige drinkers zouden zijn. De sector is volgens Jellinek dus in hoge mate afhankelijk van veelgebruikers en verslaafde drinkers. En dat is geen kleine groep.

Het RIVM adviseert om alcoholmisbruik te bestrijden door bijvoorbeeld het verhogen van de accijnzen op drank. Maar afgezien van de vraag of dat helpt (zie Scandinavië waar binge drinking erger is dan in Nederland) is een extra belasting niet de oplossing. Daar schuilt een vorm van staatspedagogiek achter die de zelfstandigheid van weldenkende burgers miskent. Beter is dat alle partijen „heerlijk helder” communiceren zonder feiten te verbuigen, zodat er geen misverstanden over alcohol blijven bestaan. Mensen kunnen vervolgens zelf kiezen of zij dat glas wijn laten staan of het toch maar nemen, zonder betutteling van vadertje staat.