3.000 volt tegen de wolf

Natuurbeheer Hoe bescherm je straks je schapen tegen de wolf? Duitse schapenhouders vertellen hun Nederlandse collega’s over gaas, schrikdraad en waakhonden.

Foto Jordy Rietbroek

Grillige heidestruikjes, wuivend pijpenstrootje, donkere wolkenluchten weerspiegeld in het water. Ginds een groepje wit-wollen heideschapen. Een lieflijk tafereel. „En dat willen we graag zo houden”, zegt schaapsherder Luuc Bos, vanaf de veendijk. Met zijn kudde helpt hij Staatsbosbeheer bij het onderhouden van het Bargerveen, een natuurgebied tegen de Duitse grens bij Emmen. Maar er dreigt gevaar vanuit het oosten: de wolf is in aantocht. Begin september liep er weer eentje in Nederland, de tweede in korte tijd na een afwezigheid van 150 jaar. Het is niet de vraag óf, maar wanneer wolven zich in Nederland zullen vestigen, aldus de organisatie Wolven in Nederland. Daarom heeft dit samenwerkingsverband tussen onder meer Natuurmonumenten, ARK Natuurontwikkeling en de Zoogdiervereniging een informatiedag voor schapenhouders georganiseerd. Drie experts uit Duitsland delen hun ervaringen met zo’n dertig aanwezigen in het Bargerveen.

„Schapen zijn volkomen weerloos tegenover wolven”, zegt Knut Kucznik, schapenhouder en voorzitter van de Duitse vereniging voor kuddewaakhonden. „Al hun natuurlijke verdedigingsgedrag is eruit gefokt. Maar als je je voorbereidt, dan is er niets aan de hand.”

Je voorbereiden, dat doe je als schapenboer niet met gif of met een geweer. De wolf is een beschermd dier, en als hij uit zichzelf hiernaartoe komt, dan hebben we dat te respecteren, aldus de Europese wet. Wolven in Nederland én schapenhouder Kucznik zijn het daarmee eens. Maar de voorbereiding die hij noemt, is niet eenvoudig.

Kucznik houdt zijn kudden binnen een omheining. Het gaas is een meter hoog en heeft vijf horizontale schrikdraden met minstens 3000 volt erop. Binnen de omheining lopen twee speciaal getrainde Pyrenese berghonden. Deze flinke jongens houden alles en iedereen op afstand. Dieven, hangjongeren, loslopende honden – en ook wolven. „Daarin zijn ze 100 procent effectief”, stelt Kucznik. Eén nadeel: de honden kosten 5000 euro per stuk, plus 1000 euro per jaar aan verzorging.

„Dat is allemaal leuk en aardig”, zegt Huub Dinghs van de LTO-sector Schapenhouderij, „maar qua extra werk en verdienmodel zie ik geen enkele ruimte om dit te gaan invoeren. Er zijn 40.000 schapenhouders in Nederland, vooral kleine ondernemers en stichtingen. Wij gaan heus niet met een geweer aan de grens staan, maar we zien de komst van de wolf wel als een serieuze bedreiging.”

De bodem is zompig

Elly Tabor, schaapsherder op de Posbank aan de Veluwezoom, noemt nog een ander bezwaar. „Wij trekken rond met onze kudde. Zo’n loslopende waakhond is voor ons geen optie, met al die joggers en wandelaars en mountainbikers.” Kucznik: „Dan zul je overdag ook weinig last van wolven hebben. Hooguit ’s nachts, als je je kudde hebt teruggebracht naar de kooi. Daar kun je prima met waakhonden en een afrastering werken.”

Schaapsherder Luuc Bos, op de dijk bij het Bargerveen, maakt een weids armgebaar. „Mijn gebied is 500 hectare groot”, wijst hij. „Het gras staat hier hoog, de bodem is zompig. Ik kan hier nooit een kilometers lang elektrisch hek neerzetten zonder dat de stroom meteen weglekt.”

Kucznik: „Oh, dat kan best. Als je de vegetatie maar bijhoudt en je hek goed onderhoudt. Ja, dat kost wel wat, maar het kán wel.” De aanwezigen mompelen sceptisch. Moeten we dat nou willen? Zo’n oranje hekwerk midden door dit prachtige natuurgebied, waar ook andere dieren in en uit moeten kunnen? En bovenal: wie gaat dat betalen?

„De samenleving moet dat betalen”, zegt Kucznik stellig. Dus de overheid. Die wil immers dit heidelandschap behouden. Alleen schapen kunnen de heide open en gevarieerd houden; machinaal maaien is te eenzijdig, en bovendien kan dat niet overal in dit zompige gebied. Maar voor schapenbegrazing stelt Nederland nauwelijks geld beschikbaar. Staatsbosbeheer moet erop toeleggen. „Jullie moeten je samen sterk maken”, raadt Kucznik aan. „Alle Nederlandse landbouwsubsidies gaan naar akkerbouw en melkveehouderij, terwijl wat jullie doen óók landbouw is. Het is absurd.”

Maar hoe duur is het nu helemaal om de wolven af en toe een schaap te laten pakken? In Duitsland maken schapen immers maar 2 procent van het wolvendieet uit; wolven eten vooral wild. „Totdat ze leren dat schapen een veel gemakkelijker prooi zijn”, zegt Leo Linnartz van Wolven in Nederland. „Dan krijg je roedels die gespecialiseerd zijn in het doden van schapen. En probeer dat maar eens terug te draaien. Dat moet je dus vóór zijn.”