Interview

100+ dankzij goede genen

Oud worden Henne Holstege onderzoekt gezonde honderdplussers.

©

Ruim 2.000 honderdplussers zijn er in Nederland en ongeveer de helft daarvan is helder van geest. Ze lijden aan geen enkele vorm van dementie. Naar 250 van hen doet Henne Holstege onderzoek. Wat maakt dat de hersenen van deze extreem oude mensen gezond blijven? Ze is nu drie jaar bezig en ze zit, zegt ze, op een „enorme berg data” waarin zich interessante patronen beginnen af te tekenen. Ze praat er graag over, zij het voorzichtig. De meeste van haar bevindingen zijn nog niet in wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd. Maar dit kan ze in elk geval wel zeggen: haar 250 honderdplussers hebben in hun leven niets speciaals gedaan om zo oud te worden. Ze hebben geluk met hun genen.

Henne Holstege (40) is scheikundige en ze promoveerde op een onderzoek naar de genetica van borstkanker. Ze is verbonden aan de afdeling klinische genetica en het Alzheimercentrum van het VUmc in Amsterdam. Daar wordt ook onderzoek gedaan naar het andere uiterste: mensen die op relatief jonge leeftijd wél dement worden. Uit de verschillen tussen de twee groepen moeten de nieuwe inzichten komen.

Dat Henne Holstege zo geïnteresseerd raakte in cognitief gezonde honderdplussers komt door haar vader. Die was hoogleraar neuro-anatomie in Groningen en kreeg de gelegenheid om de oudste vrouw van Nederland te onderzoeken, Hendrikje van Andel. Ze was 115 jaar en glashelder toen ze in 2005 stierf aan de gevolgen van maagkanker. Henne Holstege wilde graag weten of ze in de genen van Hendrikje van Andel kon zien hoe ze zo oud had kunnen worden zonder te dementeren. „Mega-interessant”, zegt ze. „Maar het is maar één geval.” Zo is die groep van 250 andere heldere honderdplussers erbij gekomen. Ze onderzoekt hun DNA en, na hun dood, hun hersenen.

Van de 2.000 honderdplussers in Nederland is dertien procent man, maar in de groep die Henne Holstege onderzoekt is een kwart man. Verbazingwekkend, vindt ze, want mannen uit die generatie leefden gemiddeld acht jaar korter dan de vrouwen. Ze pakt er een grafiek bij en laat zien dat mannen en vrouwen uit 1912 in hun eerste levensjaren een kans van tien procent hadden om te overlijden. Daarna daalde de sterftekans sterk, tot die vanaf het veertigste levensjaar opeens omhoogschoot – maar voor de mannen veel sterker dan voor de vrouwen. „Heel heftig”, zegt ze. „En het kwam voornamelijk door het roken.” Maar de mannen onder haar 250 honderdplussers hebben merendeels ook gerookt. Dus ze vraagt zich af of er in hun genen iets is dat de nadelen van het roken weer tenietdoet.

Wat haar verder opvalt: dat haar honderdjarigen positief in het leven staan. „Dat hoor ik ook van buitenlandse collega’s die onderzoek naar honderdplussers doen. Het zijn positieve mensen. Ze scoren heel laag op depressie-ratings. Ze zeggen: kijk niet naar de dag van gisteren, kijk naar morgen.” En dan hoe ze eruitzien: vaak veel jonger dan je kunt verwachten op hun leeftijd. Maar hun leven is in grote lijnen niet anders verlopen dan dat van hun leeftijdsgenoten die al gestorven zijn. Henne Holstege: „Ze hebben allemaal de oorlog meegemaakt, ze hebben gemiddeld evenveel kinderen gekregen, ook bij hen zijn er kinderen overleden, ze zijn net zo vaak getrouwd en gescheiden. Alleen gaan ze anders om met tegenslagen. Ze zijn niet bij de pakken gaan neerzitten.”

Maakt het wat uit of mensen uit de stad komen of van het platteland? „Daar kijken we wel naar, want we zijn benieuwd of mensen van het platteland ouder worden doordat ze gezondere lucht inademen.”

Hebben haar honderdplussers meer bewogen dan hun overleden leeftijdsgenoten? Zijn ze slanker? „Nee. De meesten zijn van die wat stevige Hollanders, zeker niet mager. Wat te denken geeft over het idee dat bij deze groep strenge calorische restrictie levensverlengend zou kunnen werken. Deze mensen zijn wel opgegroeid zonder auto en doordat ze zo positief zijn – maar nu speculeer ik – zijn ze misschien meer geneigd om erop uit te trekken en hangen ze minder voor de televisie.”

Is ouderdom een ziekte, zoals de hoogleraar gerontologie Andrea Maier zegt? Zij werkte tot voor kort ook in het VUmc. „Nee”, zegt Henne Holstege. „Of laat ik het zo zeggen: ik denk daar anders over. Zodra een cel bestaat is die onderhevig aan aftakeling, dat begint al bij de geboorte. Als je die aftakeling ziekte gaat noemen, dan noem je het leven zelf een ziekte.”

Ze denkt ook niet, zoals Andrea Maier, dat er één onderliggende oorzaak is voor alle ouderdomsziekten: afgetakelde cellen die nog wel leven, maar zich niet meer delen en daardoor schadelijk zijn. Als je die oorzaak aanpakt, zegt Andrea Maier, kun je al die ouderdomsziekten bestrijden. Maar Henne Holstege zegt dat aftakeling daar een te complex proces voor is en niet in alle organen op dezelfde manier verloopt.

Wat ze met haar onderzoek wil is dit: een manier vinden om erachter te komen welke mensen een kans hebben om te dementeren. Dan kunnen ze preventief behandeld worden. En ze wil de moleculaire mechanismen in de cellen van gezonde honderdplussers zo leren nabootsen dat ze toegepast kunnen worden bij mensen die minder geluk hebben met hun genen.