Wiebes heeft geen vat op fiscus

Belastingdienst

Staatssecretaris Wiebes erkent in Tweede Kamer dat hij geen controle had op reorganisatiekosten.

Staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) woensdagavond tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen. Foto ANP / Bart Maat

Staatssecretaris Wiebes (Financiën, VVD) is in politieke problemen gekomen door de reorganisatie van de Belastingdienst. De Tweede Kamer droeg hem op uiterlijk dinsdag meer opheldering te geven.

Voor het eerst sinds zijn tussentijdse aantreden, begin 2014, stond Wiebes woensdagavond met de mond vol tanden in de Kamer. Aan het eind van de Algemene Financiële Beschouwingen liet de anders altijd zo zelfverzekerde, retorisch en inhoudelijk sterke staatssecretaris van belastingzaken pijnlijke stiltes vallen.

Pijnlijker nog was de inhoud: Wiebes moest erkennen dat hij nog steeds geen vat heeft op de moeizame reorganisatie van de Belastingdienst, die hij in 2015 als noodzakelijke modernisering aankondigde. En dat daar een half miljard euro aan is uitgegeven zonder dat er formeel groen licht voor was gegeven. „De procedures zijn overduidelijk niet gevolgd”, verzuchtte hij .

Na afloop ging hij tegenover journalisten nog een stap verder: voor die 500 miljoen euro had hij zelf geen handtekening gezet en dus geen expliciete toestemming geven. Hem was niks gevraagd.

Reorganisatie uit de hand gelopen

Het probleem van de reorganisatie van de Belastingdienst – door Wiebes steeds eufemistisch aangeduid als „brede investeringsagenda” – zijn al enige maanden bekend: die is uit de hand gelopen. Doel was om 4.800 werknemers te laten afvloeien, die onvoldoende toegerust zijn voor de steeds digitaler opererende Belastingdienst. Daarentegen zouden 1.500 beter geschoolde mensen worden aangetrokken – met de juiste ict-opleiding. De vertrekregeling die op basis van vrijwilligheid aan de bijna 30.000 medewerkers van de fiscus werd aangeboden, was zó riant dat hij te populair werd. In plaats van de beoogde 4.800 zullen er nu naar verwacting „tussen 5.200 en 5.800” mensen vertrekken. Daarmee zouden „in de toekomst processen mogelijk tijdelijk onder druk komen te staan”, erkende Wiebes al in een brief voor de Financiële Beschouwingen.

Financieel betekent de grote exodus dat het voorziene reorganisatiebudget van 650 miljoen euro met 70 miljoen is overschreden. Eén van de oorzaken is bijna ironisch: omdat nogal veel oudere werknemers die bijna voor hun pensioen zitten van de vertrekregeling gebruik maken, moet de Belastingdienst een boete betalen omdat vervroegde uittreding wettelijk verboden is. Het gaat om een „fiscale naheffing”. Die betaalt de fiscus dus aan zichzelf. Kamerlid Omtzigt (CDA) reageerde cynisch: „Ik feliciteer de regering dat het haar gelukt is om de grootste naheffing van het jaar op te leggen aan zichzelf; niet aan de Europese Unie.”

Omtzigt dwingt Wiebes notitie te openbaren

Het was op aandringen van diezelfde Omtzigt dat Wiebes niet kon verbergen hoe slecht de interne controle op de kostbare reorganisatie is verlopen. Hij dwong de staatssecretaris om een vertrouwelijk notitie van het ‘investment committee’ van de Belastingdienst te openbaren. Wiebes noemde dit comité de „krachtige waakhond aan de voordeur”. Maar: de riante vertrekregelingen waren „helaas aan de achterdeur gesloten”. Daarmee gaf de staatssecretaris het echte probleem van zijn organisatie aan. De „autonomie” van de Belastingdienst binnen het ministerie van Financiën, omschreef hij het zelf, „is hardnekkig en doorgeschoten”.

Wiebes zegde de Tweede Tweede Kamer, na vragen van CDA en D66, toe uiterlijk dinsdag met een uitgebreid feitenrelaas te komen. Twee dagen later is het volgende debat.