Waarom die schitterende collectie de kelder in?

Stedelijk

Amper vier jaar na de verbouwing van het Stedelijk Museum wordt alweer een deel van het gebouw gesloten voor ‘herindeling’. Waarom?

Foto Lex van Lieshout/ANP

Wat ze aan het Stedelijk zou veranderen? Weg met de elektronische toegangspoortjes, zei directeur Beatrix Ruf na haar benoeming in 2014. Het blijkt iets meer te zijn dan dat. Sinds maandag is de kelderruimte, met 1.100 m2 de grootste tentoonstellingszaal van Amsterdam, voor acht maanden gesloten voor een verbouw..*kuch* ‘herindeling’, ontworpen door Rem Koolhaas.

Het museum wordt flink gehusseld. Even opletten: de vaste collectie, nu nog te zien in de oudbouw, verhuist naar de kelder en eerste verdieping van de ‘badkuip’, de nieuwbouw. De tijdelijke exposities gaan van de badkuip naar de eerste verdieping van het oude gedeelte. Op de begane grond van de oudbouw komen kleinere thema-presentaties.

Hoeveel de operatie gaat kosten wil het museum niet zeggen, behalve dat deze uit de „lopende begroting” wordt betaald. Volgens het Stedelijk is de herinrichting noodzakelijk om verwarring bij het publiek te voorkomen over de locatie van vaste en tijdelijke tentoonstellingen. De nieuwe opstelling zou „een helder circuit van hoogtepunten” bieden, zei Ruf eerder tegen deze krant.

Kritiek

Maar lang niet iedereen ziet de plannen zo positief. Want het is amper vier jaar geleden dat de beruchte verbouwing met een budgetoverschrijdend prijskaartje van 127 miljoen euro achter de rug is. Oud-journalist Philip van Tijn schrijft in een opiniestuk in Het Parool dat de kelderoperatie geen kleine aanpassing is, maar „een fundamentele verandering van de kern van het museum: zijn indeling”. Een reactie op Twitter: „Is 8 maanden genoeg voor wat eerder in 8 jaar niet lukte?”

Volgens architect Sjoerd Soeters, bekend van het Java-eiland en het stadhuis van Zaandam, is de kelderruimte sowieso een foute keuze geweest in het nieuwbouwontwerp. „Als je die lange roltrap afgaat realiseer je je als je beneden komt dat de ruimte veel te laag is in relatie tot het oppervlakte. Tot nu toe hebben ze dat opgelost door de ruimte op te delen, met bijvoorbeeld schotten, maar als je die eruit neemt zie je hoe laag het is.”

Daglicht

Soeters was jurylid toen gekozen werd voor een nieuw ontwerp van het museum, en was toen al tegen. „De entree naar het Museumplein is ongetwijfeld een voordeel. En een spectaculair gebouw woog het zwaarste in de keuze. Maar daar betalen ze nu de prijs voor.”

Ook is er kritiek op licht – of het gebrek daaraan – in de raamloze verdieping, nu de vaste collectie daar komt te staan. „Schilderijen hebben gefilterd, indirect daglicht nodig (..) ”, schreef schilder Jan Andriesse in een ingezonden brief aan deze krant. „Waarom, waarom, in hemelsnaam moet die schitterende collectie naar een donkere kelder, om te eindigen op veredelde schotjes met spotjes?”

Volgens de woordvoerder van het Stedelijk „gaan de ontwikkelingen met kunstlicht razendsnel. Je kunt daarmee daglichtkwaliteit benaderen. Dat gaan we in de kelder creëren. Overigens is wat als daglicht ervaren wordt in het historische gebouw al heel vaak kunstlicht.”

Volgens de woordvoerder is de kritiek op de herinrichting („er wordt nog geen muurtje doorbroken”) overtrokken. Het museum moet blijven verrassen zegt ze, „en met een frisse blik presenteren hoort daarbij. Bovendien kent het Stedelijk een hoog percentage aan herhaalbezoek. Dat is bijzonder, en de bezoeker wil je wel na een aantal jaar iets nieuws kunnen bieden.”