Voor altijd de man die van zijn paard viel

Military Boekelo

Terug in Boekelo, na zijn debuut in 2014. Maar zijn bekendheid ontleent Theo van de Vendel aan zijn val op de Olympische Spelen.

Foto Eric Brinkhorst

De beelden van zijn val in Rio de Janeiro gingen de wereld over. Theo van de Vendel zag zijn paard Zindane uitgerekend op de Olympische Spelen over zich heen duikelen. De Nederlandse eventingruiter hield er drie gebroken ribben aan over. Thuis in Nederland kon de 35-jarige bedrijfsleider weer aan het werk. Deze week mag de amateur met zijn uit de hand gelopen hobby meedoen aan de Military in Boekelo.

Van de Vendel baalt nog enorm van zijn val op de Zomerspelen. Hij was voor Nederland het wegstreepresultaat en individueel haalde hij de eindklassering niet. Toch beseft hij maar al te goed dat hij in de afgelopen jaren iets bijzonders heeft gepresteerd. Bij de Spelen van 2008 (Beijing) had de in Den Dolder woonachtige ruiter net een eventingpaard aangeschaft. ‘Gewoon’, omdat zijn vriendin Florinor de sport beoefende en het hem ook wel stoer leek. Bij de Spelen van 2012 (Londen) zat hij thuis voor de televisie. „Totaal niet met de gedachte dat ik daar ook eens ooit zou rijden”, zegt Van de Vendel.

In zijn jeugd was de stoere ‘hunk’, zoals collega’s hem noemen, een echte springruiter. Hij ging vaak mee met Florine naar eventingwedstrijden. Hij besloot in 2008 een volbloedpaard te kopen. Dat is een soort renpaard, te vergelijken met een hazewindhond. „Ik had altijd een voorliefde voor dat ras. Toen ik Zindane kocht had ik niet het idee dat ik zover zou kunnen komen. Het is een moeilijk en angstig paard. Niet het meest simpele en zeker niet het mooiste paard. Dat is bij het onderdeel dressuur ook belangrijk.”

Juist in de crosscountry blonk de combinatie uit. Het meest spectaculaire onderdeel van eventing, waar Boekelo ook om bekend staat; paarden die over water en boomstammen vliegen, kilometers lang door de natuur.

Dromen van de Military

Zijn prestaties bleven niet onopgemerkt bij bondsoach Martin Lips en in 2014 debuteerde Van de Vendel in het Nederlands team. Zijn droom kwam dat jaar uit: deelnemen aan de Military Boekelo.

„Ik kwam er als kleine jongen al”, zegt Van de Vendel. „Ik droomde er natuurlijk van om op een dag daar te mogen rijden. Al die Hollanders langs het parcours. De gezelligheid. Geweldig.”

In zijn bliksemcarrière hoort Van de Vendel nu ineens bij de beste ruiters van Nederland die de aansluiting proberen te vinden met de wereldtop. Nog altijd wisselt Van de Vendel zijn 40-urige werkweek af met een dagelijkse training. Eigenlijk is hij een amateur. „Klopt, al mag ik dat van de bondscoach niet zeggen. We bedrijven topsport. Ik lachte er zelf ook altijd om. Mijn paard is niet zo bijzonder en ik ben maar een bedrijfsleider bij een groothandel. Ik vind het wel lekker zo. Een leuke baan, met veel weekendjes weg. Of ik ooit prof wil worden? Ik denk van niet, maar wie weet?”

Zijn val maakte hem bekend. Ineens wist Nederland van de bedrijfsleider met drie gebroken ribben. „Ik werd zelfs op Radio 538 genoemd. Bizar. Het is jammer dat onze sport vaak op die manier in het nieuws komt. Of ik nog te onervaren was voor Rio? Dat denk ik niet. Natuurlijk is eventing niet zonder gevaar, maar dat is ook de charme van de sport. Het is geen dammen. Ik hoor vaak dat het zielig voor het paard is, vooral op verjaardagen van mensen met een hond die de hele dag binnen zitten. Onze paarden vinden dit leuk. Ze worden ontzettend goed in de gaten gehouden door artsen. Als ik nu met Zindane naar het parcours zou gaan, stijgt zijn hartslag en gaan zijn oortjes de lucht in. Dichter bij de natuur kunnen we niet komen.”

Qua intensiteit voor de paarden is de sport te vergelijken met een marathon voor hardlopers. Van de Vendel rijdt zo’n vier à vijf wedstrijden per jaar. Nu, twee maanden na zijn val, is hij hersteld. Zindane mankeerde niets. „’Rio’ had de kroon op mijn werk moeten zijn. Ik weet waar het aan lag, dus ik heb er zeker geen trauma aan over gehouden. Ik wil nu drie fijne onderdelen lopen in Boekelo. Op naar de Spelen van Tokio? We gaan het zien. Ik wil in ieder geval wel laten zien dat ik op het paard kan blijven zitten.”