Opinie

Voetbalpassie sterker bij fan dan bij speler

Zodra fans doorkrijgen dat voetbal slechts een industrie is, dan is de betovering verbroken, schrijft columnist Simon Kuper.

De supporters van PSV bij de huldiging na het behalen van de landstitel in de eredivisie. Foto Olaf Koens / ANP

Een Engelse vriend van mij was decennialang een trouwe fan van Sunderland. De club stond hem even na als zijn vrouw, precies volgens het Britse cliché. Op een gegeven moment werd hij sportjournalist, en op een dag stond hij voor de aftrap van een Sunderland-wedstrijd in de spelerstunnel naast de beide elftallen. En op dat moment brak bij hem de betovering. Hij keek naar het rijtje getatoeëerde jonge mannen, en besefte plotseling: „Voor hen is dit gewoon een baan.” Alleen voor fans is voetbal magisch.

Miljoenen Engelse voetbalfans beleefden vorige week zo’n moment van onttovering, toen ze de geheime opnames hoorden die undercover-journalisten van de Engelse bondscoach Sam Allardyce hadden gemaakt.

Allardyce gaf af op zijn voorganger Roy Hodgson en op Wembley. Net in zijn droomambt verheven, wilde hij vooral tonnen verdienen als spreker op conferenties. Bovendien wist hij precies hoe je het verbod op het investeren in individuele spelers kon omzeilen.

Allardyce heeft geen wet overtreden. Maar hij heeft wel verraden hoe hij en de meeste andere insiders het voetbal zien: als een beroep, zonder magie. Het is een gevaarlijke revelatie. Want als fans ook zo gaan denken, stort de voetbalindustrie in.

Foto NRC

Simon Kuper is columnist voor de Financial Times en auteur van voetbalboeken over Ajax en FIFA. Foto NRC

In de dertig jaar dat ik nu over voetbal schrijf, ben ik onvermijdelijk steeds meer als insider gaan denken. Vroeger zag ik voetballers en trainers als halfgoden. Nu vind ik ze lijken op veelverdieners uit andere beroepsgroepen.

Voetballers bezigen de taal van de arbeidswereld. Ze beschrijven zichzelf als ‘profs’ met ‘carrières’. Een voetballer beschouwt zijn club ongeveer zoals een bankier zijn bank beschouwt: als een werkgever. Als die werkgever hoge salarissen betaalt en een uitdagende werkomgeving biedt, dan blijf je er graag je hele carrière, zoals Ryan Giggs altijd bij Manchester United heeft gevoetbald. En als het een matige werkgever is, zoals Ajax, dan ben je constant op zoek naar iets beters.

Net als bankiers zijn de meeste voetballers gedreven genoeg om goed te willen presteren. Slechts een enkeling is echter zo workaholic dat hij er alles voor wil opofferen. Cristiano Ronaldo, die zich blijkbaar de halve dag opdrukt, is zo iemand.

De meeste voetballers concluderen echter: „Ik ben niet goed genoeg om een stempel op de voetbalgeschiedenis te drukken of mezelf als een kunstenaar te uiten op het veld, à la Lionel Messi. Op 90 procent kracht mijn carrière doorlopen en lekker verdienen is fijner dan elke dag als een gek proberen de top te halen.”

Twintig jaar geleden hoorde ik een Nederlandse international, die lang bij een internationale topclub had gespeeld, klagen over opgefokte medespelers. „Waar gaat het nou om in het leven, joh?”, filosofeerde hij. „Toch dat je het leuk hebt met je gezin?” Die speler haalde niet alles uit zijn carrière, en waarom zou hij ook?

De passie in het voetbal, merkte de voormalige Argentijnse rugbycaptain Agustín Pichot een keer op, is sterker bij fans dan bij spelers. Fans zijn zo gek dat ze in Nederland massaal naar bloedserieuze praatprogramma’s kijken waarin wordt gespeculeerd over – om maar iets te noemen – een mogelijke trainerswissel bij PEC Zwolle. Pichot dacht dat dat contrast tussen spelers en fans op den duur onhoudbaar was.

De heisa rond Allardyce geeft inderdaad aan dat het voetbal kwetsbaar wordt zodra fans doorkrijgen hoe cynisch insiders zijn. En wat als fans gaan beseffen dat sommige insiders zo onttoverd zijn dat ze zelfs proberen wedstrijden te verliezen? Matchfixing – het omkopen van voetballers om wedstrijduitslagen te manipuleren – is een probleem in competities als de Nederlandse eredivisie waar veel spelers relatief weinig verdienen, en sommigen zelfs in geldnood zitten. Je hoort er zelden iets over, want de daders praten niet, en getuigen meestal ook niet, uit angst voor represailles of vanwege de omertà-code van de voetbalindustrie. Toch lekt er af en toe iets uit. Vorig jaar werd bijvoorbeeld bekend dat voetballers van Willem II in 2008 en 2009 wedstrijden hadden ‘verkocht’ voor in totaal zo’n 100.000 euro per duel.

Als fans gaan vermoeden dat zoiets vaker voorkomt, dan breekt de betovering geheel. Dat is al gebeurd in regio’s als Zuidoost-Azië, Oost-Europa en zelfs Italië, waar veel fans weigeren hun passie te spenderen aan een georkestreerde komedie. Insiders moeten oppassen. Zodra fans doorkrijgen dat de voetbalindustrie slechts een industrie is, dan is die industrie dood.