Recensie

Verraad, hoe luidt je naam?

Ilija Trojanow

In deze veelzijdige roman laat de Bulgaars-Duitse schrijver zien hoe in het post-communistische Oost-Europa de oude machthebbers nog altijd de baas zijn. Niemand is wie hij lijkt te zijn en verraad tiert overal.

Foto Magnum Photos/HH

Een poging om een varkensstal in een luxe driekamerwoning te veranderen zonder de varkens weg te jagen. Zo ziet de Duits-Bulgaarse schrijver Ilija Trojanow in zijn nieuwe roman Macht en verzet de omwentelingen die tussen 1989 en 1991 een einde maakten aan de communistische dictaturen in Oost-Europa. Het communisme is in die vergelijking de varkensstal, het nieuwe kapitalisme de luxe driekamerwoning waar varkens alles mogen opeten en kapotmaken.

Wie de varkens symboliseren, laat zich raden: de communistische machthebbers van weleer. Van ministers en functionarissen van de geheime politie zijn ze schatrijke bankiers en zakenlieden geworden, die achter de schermen nog altijd aan de touwtjes trekken. En daardoor stelt de democratie die na 1989 werd ingevoerd, de luxe driekamerwoning, niets voor.

Dat het zo kon gebeuren, is volgens Trojanow (1965) ook te wijten aan de passiviteit van de gewone man, die zijn voormalige onderdrukkers na 1989 ongemoeid liet, uit angst, onvermogen of onwil. ‘We houden niet echt van vrijheid’, laat hij zijn hoofdpersonage Konstantin Sjejtanov daarom zeggen.

Macht en verzet gaat in de eerste plaats over twee mannen, die in de jaren dertig in een Bulgaars provincieplaatsje opgroeien en elkaar kennen van het gymnasium. De een, Konstantin Sjejtanov, is een dokterszoon. Als leider van een groepje anarchisten verzet hij zich tegen de na-oorlogse communistische heerschappij. In 1953, meteen na de dood van Stalin, blaast dat groepje het lokale standbeeld van die Grote Leider op. Konstantin wordt verraden en tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld, die hij deels in een concentratiekamp doorbrengt. Na tien jaar krijgt hij, op sterven na dood, gratie, dankzij bemoeienis van onverwachte kant.

De andere hoofdpersoon is Metodi Popov, zoon van een arme schoenlapper, die niet goed kan leren en zich afgunstig tegen zijn klasgenoten van betere komaf keert. Na zich in de Tweede Wereldoorlog bij de partizanen te hebben aangesloten, klimt hij onder het communisme op tot generaal van de staatsveiligheidsdienst en intimus van partijleider Zjivkov, met wiens secretaresse hij trouwt. Metodi’s ijver en trouw aan de partij berusten eerder op dankbaarheid voor wat hij onder het communisme heeft bereikt dan op ideologische bevlogenheid. Zoals dat ook geldt voor Zjivkov, die een opportunist van het zuiverste water blijkt te zijn.

Metodi meent dat hij in zijn werk altijd het juiste heeft gedaan, al is ieder greintje menselijkheid hem vreemd. Hij heeft zich ‘afgebeuld om van een achtergebleven akker een modern land te maken.’

Verklikker en beul

Trojanow laat beide mannen op hun oude dag terugblikken op hun levens, die nauw met elkaar verbonden zijn. Want Metodi, die zijn klasgenoot Konstantin op het gymnasium verklikt, is na 1953 ook diens gewelddadige ondervrager en beul.

Tot zover lijkt het verhaal vrij voorspelbaar, ware het niet dat het al gauw een interessante wending neemt. Die wordt nog eens versterkt als je beseft dat Trojanow zijn roman baseert op getuigenissen van een groot aantal politieke gevangenen en enkele officieren b.d. van de communistische staatsveiligheidsdienst. Zo wisselt hij de hoofdstukken, waarin Konstantin en Metodi om de beurt hun verhaal doen, af met passages waarin anonimi als een koor uit een Griekse tragedie een jaar uit de Bulgaarse geschiedenis behandelen – ‘1949 vertelt’, ‘1953 vertelt’, ‘1999 vertelt’.

Ook weeft Trojanow originele documenten door zijn verhaal uit het dossier van een verzetsstrijder dat zich in de archieven van de communistische staatsveiligheidsdienst bevindt. Konstantin, die dus min of meer echt bestaat, vraagt die stukken op om erachter te komen wie hem heeft verraden.

Behalve dat je in die archiefstukken kunt lezen hoe sadistisch het communistische regime met zijn slachtoffers afrekende, besef je uiteindelijk ook dat niemand, maar dan ook echt niemand, in die tijd te vertrouwen was en iedereen boter op zijn hoofd heeft. Macht en verzet is daardoor vooral een roman over meelopers en verraders. Niet voor niets laat Trojanow de bejaarde Konstantin zich afvragen: ‘Verraad, hoe luidt je naam? Je adres, uit welk hout ben je gesneden? Ben je met pensioen? Ga je ooit met pensioen? Schrijf je je memoires? Hoeveel misbaksels heb je op de wereld gezet? Heb je ze geleerd alles en iedereen te verraden?’ Het is een alinea die zijn persoon overstijgt en zo een universele betekenis krijgt. Het verraad is in deze roman een virus waarmee op Konstantin na iedereen is besmet.

Door de moreel ontaarde Bulgaarse samenleving van vóór en na 1989 te schilderen, begeeft Trojanow zich op hetzelfde vlak als Nobelprijs-laureaat Svetlana Alexijevitsj in haar boek Het einde van de rode mens, waarin ze de ondergang van de Sovjet-Unie neerzet. Net als zij legt hij de cynische post-communistische samenleving onder de loep, om tot een bittere conclusie te komen: ‘Niets is verwoestender dan de macht van de mens over de mens.’

De bejaarde Konstantin, die zijn anarchistische opvattingen nooit heeft verloochend, is vanzelfsprekend de dapperste van de twee hoofdpersonen. Al was het maar omdat hij naar gerechtigheid streeft, die hij aan het einde van het boek op een vermakelijke, maar ook wrange manier inderdaad krijgt.

De tekst gaat verder na deze video

Wraak

Toch kweekt Trojanow ook voor het genadeloze handelen van Metodi tot op zekere hoogte begrip. Hij doet dat door aan het begin van de roman een jonge vrouw te laten opduiken, die beweert Metodi’s dochter te zijn. Hij zou haar hebben verwekt bij een gevangene in een concentratiekamp waar hij bewaker was. Aanvankelijk ontkent Metodi zijn vaderschap, ook omdat zijn eigen vrouw na drie abortussen onvruchtbaar is geworden en zij samen geen kinderen hebben. Maar ook al wil hij op een gegeven moment zelfs het bloedonderzoek vervalsen dat zijn vaderschap moet aantonen, hij voelt zich toch steeds meer verantwoordelijk voor de jonge vrouw. Op haar beurt wordt zij zijn geweten, als blijkt dat ook zij uit is op wraak en gerechtigheid. Ineens is er dan toch een vleugje menselijkheid bij Metodi te zien, al wordt dat meteen onderdrukt.

Op de bejaarde Konstantin en zijn vriendin Dora na is er in deze roman dan ook niemand wie hij of zij lijkt te zijn. Macht en verzet biedt daarmee een knap en uiterst origineel portret van een verdorven wereld, waarin zelfs het weinige goede dat er nog over is door het kwaad wordt verpletterd.