Verdachte agenten met steun van de baas

Politie

Vijf agenten betrokken bij de fatale arrestatie van Mitch Henriquez zouden niet worden ontslagen, beloofde oud-korpschef Bouman.

Foto Robin Utrecht/Hollandse Hoogte

‘Wat er ook gebeurt niemand wordt ontslagen.” Deze belofte stuurt Ronald Kruijswijk, teamchef van de Delftse politie, op 18 september 2015 in een e-mail aan zijn agenten. Het is bijna drie maanden na de dood van Mitch Henriquez, als gevolg van een gewelddadige aanhouding door vijf politiemannen in het Haagse Zuiderpark. Het vijftal, onder wie één agent van team Delft, is door het Openbaar Ministerie als verdachte aangemerkt en door de politie uit hun functie ontheven. Kruijswijk heeft goed nieuws. Want, zo schrijft hij, „de gevolgen van de buitenfunctiestelling worden teruggedraaid”.

Die toezeggingen krijgt Kruijswijk een dag eerder tijdens een gesprek met de hoogste baas van de politie, korpschef Gerard Bouman. Samen met de vijf verdachte agenten en hun teamchefs is hij op bezoek in Den Haag. Bouman heeft de betrokkenen uitgenodigd om te informeren hoe het met ze is gesteld. „Bouman toonde zich zeer betrokken”, schrijft Kruijswijk, „en heeft de collega’s tijdens de bijeenkomst een aantal harde toezeggingen gedaan.”

Wat die toezeggingen precies zijn? De „financiële gevolgen van de buitenfunctiestelling worden teruggedraaid”. Dat betekent dat ze hun volledige salaris terugkrijgen, met bijbehorende toelages, waaronder bijvoorbeeld een extra uitbetaling voor ME-diensten. De vijf verdachte agenten „krijgen per direct” hun politiepas terug. Zo hebben zij „gewoon weer toegang tot het bureau” en „kunnen zij weer sporten in de fitnessruimte”.

Maar het belangrijkste: de agenten kregen de garantie dat ze hun baan behouden, „wat er ook gebeurt”.

De dood van Mitch Henriquez leidde tot dagenlange rellen in de Haagse Schilderswijk

Foto ANP / Alexander Schippers

Familieleden van Mitch Henriquez tijdens een demonstratie tegen politiegeweld in juni 2016, precies een jaar na zijn dood. Foto ANP / Alexander Schippers

Dolk in de rug

Mitch Henriquez kwam op 28 juni 2015 om het leven. De 42-jarige Arubaan werd aangehouden bij een muziekfestival in het Haagse Zuiderpark. Daarbij werd excessief geweld gebruikt. Henriquez werd op zijn neus geslagen, in een nekklem genomen, er werd pepperspray in zijn ogen gespoten en vervolgens ingewreven. Hij liep een gebroken strottenhoofd op. In plaats van een ambulance te laten komen, werd Henriquez, buiten bewustzijn, een politiebusje ingesleept en naar het bureau gereden.

Zijn dood leidde tot dagenlange rellen in de Haagse Schilderswijk. Honderden mensen werden opgepakt.

Op 1 juli, drie dagen na het incident, maakte het OM bekend dat het de betrokken agenten als verdachte heeft aangemerkt. Op dat moment besloot Paul van Musscher, eenheidschef van de hele regio Haaglanden, maatregelen te treffen tegen de bewuste agenten: „De uitslag van de sectie op het lichaam en de conclusies die daaraan verbonden zijn, hebben mij ertoe gebracht de vijf direct betrokken collega’s met onmiddellijke ingang buiten functie te stellen.” Die beslissing viel slecht bij veel politiemensen in de regio.

Zo’n drie maanden later werd dat besluit van Van Musscher dus ondermijnd door de korpschef. De „buitenfunctiestelling blijft weliswaar gehandhaaft” (sic), zo leest de mail van Kruijswijk, maar „in de uitwerking” is die veranderd.

Toezeggingen Bouman tonen een gebrek aan respect voor de democratische rechtsstaat

Eduard Nazarski, directeur Amnesty International

Dat daarmee voorbij wordt gegaan aan de beslissing van Van Musscher, daar toont teamchef Kruijswijk zich in de mail terdege van bewust. „Ik sta voor 100 % achter de maatregel die Gerard Bouman heeft genomen en had gewild dat hij zich er eerder mee had bemoeid zodat dit nooit gebeurd zou zijn”, schrijft hij, „maar iedereen zal begrijpen dat deze maatregel voor onze eenheidschef Paul van Musscher als een dolk in de rug voelt. Ik wil benadrukken dat de eenheidsleiding naar beste eer en geweten heeft gehandeld, al werd dit door de collega’s niet altijd als zodanig gevoeld.” Op vragen van NRC reageren Van Musscher en Kruijswijk niet.

Stuur een kaartje

Volgens Eduard Nazarski, directeur Amnesty International Nederland, tonen de toezeggingen van Bouman „een gebrek aan respect voor de democratische rechtsstaat”, zegt hij. „Als de hoogste baas van de politie meent dat eventuele oordelen van de rechter geen consequenties mogen hebben voor politieagenten, geeft hij daarmee een zeer kwalijk signaal af.”

Volgens SP-Kamerlid Nine Kooiman, justitiewoordvoerder, is dit „een slecht signaal naar andere eenheden”. „Ik vind het heel vreemd. Ik denk dat de minister daar opheldering over moet geven.”

De beloftes van Bouman hebben het Haagse korps niet onberoerd gelaten. Agenten zagen dit als „welkome steun” van de politietop, zegt Jan Struijs, voorzitter van de Nederlandse Politiebond.

„De schorsing van de betrokkenen kwam voor veel collega’s als een mokerslag. Politiemensen worden te weinig door hun werkgever ondersteund. De steun van Bouman werd door de collega’s als bevrijdend ervaren. Als de korpschef zoiets zegt, dan heeft dat moreel gezag. Maar mijn eerste gevoel was: ik hoop dat je je woorden kunt waarmaken, dat dit meer is dan een middagje voor de troepen staan.”

Teamchef Kruijswijk besluit zijn mail met de mededeling blij te zijn dat de betrokken collega’s „nu weer het gevoel hebben dat ze er niet alleen voor staan”. Hij roept zijn agenten op om hun solidariteit te betuigen. „Laat dit blijken door een kaartje te sturen (hoe meer hoe beter).”