Veiligheid verbeteren kan ook zonder oorlogstaal

Politici praten het liefst in oorlogstaal over onveiligheid. Daardoor blijven positieve manieren om veiligheid te verbeteren buiten beeld. Stop veiligheid te framen als onveiligheid, zegt Marc Schuilenburg in de Politiecolumn.

Sla de veiligheidsplannen van de grote steden erop na en je schrikt van het taalgebruik. Het is een negatieve taal met een sterk militaristische inslag. Oorlogstaal, doorspekt met termen als ‘bestrijden’, ‘bevechten’ en ‘tegenhouden’. Zo valt in het Regionaal Veiligheidsplan 2015-2018 van Amsterdam de term ‘aanpakken’ ruim tweehonderd keer. In Rotterdam is dat niet anders. In het veiligheidsplan #Veilig010 wordt niet gesproken van ‘projectleiders’, maar van ‘stadsmariniers’. Er zijn geen ‘buurtteams’, maar ‘interventieteams’. Veiligheid wordt zo negatief geframed als criminaliteit, overlast en chaos.

Veiligheid komt niet dichterbij met hogere boetes

Daardoor wordt vergeten dat veiligheid niet alleen gaat om regels, boetes en een wapenstok. Veiligheid organiseert zich ook rondom zachtere principes van samenleven: verbinding, empathie en zorg. Dat is de positieve invulling van veiligheid.

De woorden zijn anders. Maar ook de daden. Aan veiligheid gaat iets vooraf, omstandigheden waardoor je je veilig voelt. Je ergens thuis voelen bijvoorbeeld roept een gevoel van veiligheid op. Net als de mate van verbondenheid met de wijk waarin je woont en de relaties die je deelt met andere bewoners. Uitdaging is om die positieve invulling van veiligheid te versterken.

Maar dat is iets anders als de boodschap uitdragen dat onveiligheid hard moet worden aangepakt en dat er strenger moet worden gestraft. Veiligheid komt namelijk niet dichterbij door nog hogere boetes uit te delen of door nog meer veiligheidscamera’s op te hangen. Mensen gaan zich hierdoor alleen maar onveiliger voelen. Sterker nog, terwijl de criminaliteit al jaren afneemt, krijgen mensen hierdoor ook geen groter vertrouwen in de politie of het gemeentebestuur. Dat blijft gelijk of daalt zelfs. In Bloemhof en Hillesluis in Rotterdam-Zuid is het vertrouwen in de gemeente gedaald naar een kleine 40%.

Hard tegenover zwak is een woordenspel

Het landelijke verkiezingscircus komt er weer aan. Ik zou zo graag willen dat er politici opstaan die veiligheid niet langer framen als onveiligheid. Zo is er in de afgelopen jaren veel wetenschappelijk bewijs gekomen voor positieve manieren om veiligheid te verbeteren. Van rolmodellen die als mentor optreden voor risicojongeren in kwetsbare wijken tot het ‘positive tickets’ project in het Canadese Vancouver waarin politieagenten goed bedrag belonen. Is dat soft? Een kwestie van slap beleid?

In zo’n woordenspel wordt opnieuw ‘hard’ tegenover ‘zwak’ gesteld waarbij de suggestie wordt gewekt dat alleen bestraffen, beboeten en verbieden van daadkracht zou getuigen. Maar een positieve invulling van veiligheid sluit het bestrijden van onveiligheid helemaal niet uit. Integendeel, het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Ze vullen elkaar aan. Bovendien is vertrouwen geven of zorg bieden helemaal geen teken van zwakte of onzekerheid. Politici tonen juist kracht wanneer ze niet langer meegaan in het dominante frame van onveiligheid. Morrissey, voormalig zanger van de Britse band The Smiths, zong het al: ‘It takes strength to be gentle and kind.’

 

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. De Politiecolumn wordt afwisselend geschreven door deskundigen uit het politieveld. 

Blogger

Marc Schuilenburg

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij studeerde filosofie en rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn nieuwste boek heet The Securitization of Society. Crime, Risk, and Social Order (2015). Hij ontving de driejaarlijkse Willem Nagelprijs van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie voor zijn boek Orde in veiligheid. Een dynamisch perspectief (2012). Samen met Bob Hoogenboom geeft hij het mastervak ‘Politie en Veiligheid’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn website is www.marcschuilenburg.nl.