Recensie

U2 maakt het alle fans lastig

Fanboek Van U2 ben je nooit onverdeeld fan, zo blijkt uit een bundel met stukken van 35 Nederlanders – van een dichter tot een dominee – over hun leven met de Ierse band die veertig jaar bestaat.

Foto Andreas Terlaak

Als U2 de protestsong Sunday Bloody Sunday live speelt, en het nummer gaat na een minuut of zes naar de reprise, roept Bono vaak op tot het vinden van een middenweg. ‘Compromise’, zei hij in 2001 tijdens het (voor een live-dvd opgenomen) concert in het Ierse Slane Castle, terwijl Larry Mullen Jr. het marcherende drumloopje hervatte. ‘Not a dirty word. Compromise.’ Ook in Parijs, afgelopen december, toen de show grotendeels in het teken stond van de terroristische aanslagen van een maand eerder, riep hij op het compromis te zien als enige weg naar vrede.

Kijk hier het fragment waar Bono schreeuwt om compromissen. De tekst gaat verder onder de video.

Uit de verhalen in het net verschenen U2 onder een bloedrode hemel blijkt dat het ook wat de band zelf betreft zaak is een schikking te treffen. Met jezelf, welteverstaan. De Nederlandse schrijvers, journalisten, politici, muzikanten en anderen die in de bundel hun band met U2 beschrijven, hebben het stuk voor stuk over hun verwoede pogingen in het reine te komen met hun adoratie én met hun aversie.

Want van U2, die nu veertig jaar bestaat, ben je nooit onverdeeld fan. Daarvoor maakt de Ierse band het je te lastig, met dat god-complex van Bono, de belastingontduiking via een Nederlandse postbus en, vers in het geheugen, die vervelende deal met Apple waardoor het laatste album Songs of Innocence (2014) automatisch op elke iPhone ter wereld werd gezet.

Niet louter idolaat

In tegenstelling tot de vergelijkbare bundel van Bruce Springsteen-fans die vorig jaar bij dezelfde uitgeverij verscheen, Bruce en ik, zijn de U2-verhalen daarom nooit louter idolaat. Vrijwel alle auteurs menen zich vroeg of laat te moeten verontschuldigen: sorry, ja, ik weet het van die Grote Gebaren en die hypocriete brievenbusfirma en die iTunes-rotstreek, maar laat me even uitpraten.

‘De band en mijn leven lopen parallel, er ligt een meetlint naast’, schrijft Nyk de Vries in zijn bijdrage. Dat geldt niet alleen voor de Friese dichter; alle 35 auteurs (dertig mannen, vijf vrouwen) leggen hun persoonlijke geschiedenis langs het collectieve U2-geheugen. Dat levert hier en daar mooie verhalen op. Zoals van politiek adviseur Hans Anker, die de val van de Muur, de oorlog in Joegoslavië, 11 september en ‘Parijs’ overtuigend koppelt aan zowel zijn persoonlijke ervaringen als het werk van U2 – en aan de hoop die de band blijft uitstralen.

Bijzonder is het relaas van predikant Jan Andries de Boer over de kerkdiensten die hij opbouwt rond U2-liedjes. Ook mooi: Art Rooijakkers lepelt een anekdote op over Bono die in Amsterdam door Herman Brood wordt meegesleurd naar bordeel Yab Yum (en daar, uiteraard, een stel Ieren tegen het lijf loopt). ‘Te mooi om te checken op overdrijving’, schrijft de presentator van Wie is de Mol?. Vijftig pagina’s verder kan Bart Chabot, Broods biograaf tenslotte, het verhaal uit eerste hand optekenen omdat hij Bono er eens over gebeld heeft.

Maar toch, het is te weinig om deze bundel ook aantrekkelijk te maken voor de níet-U2-fan. Daarvoor zijn te veel bijdragen van middelmatige kwaliteit. Daarvoor gaat het te vaak en te voorspelbaar over jongetjes die klaar zaten met hun cassettedeck om liedjes op te nemen van de radio, terwijl ze de band in hun jeugdige onwetendheid nog uitspraken als ‘u-twee’. En daarvoor vallen auteurs te gemakkelijk terug op het citeren van wat songteksten, om die daarna als een sentimentele Top 2000-luisteraar te koppelen aan inwisselbare nostalgie.