‘Terreurverdachten reisden op dag aanslagen Parijs naar Amsterdam’

Nederland was al een bekend mogelijk doelwit, maar dat ook twee verdachten daadwerkelijk naar Amsterdam zijn gereisd is nieuw.

De Koninklijke Marechaussee houdt veiligheidscontroles op Schiphol in september. Foto ANP / Robin Utrecht

Twee mannen die mogelijk betrokken waren bij de aanslagen in Parijs op 13 november zijn diezelfde dag nog afgereisd naar Amsterdam. Dat schrijft Le Monde woensdag op basis van nieuw onderzoek van de Franse veiligheidsdiensten. Het is niet duidelijk of de terreurverdachten ook daadwerkelijk een aanlag wilden plegen.

Het was al bekend dat de terroristen naast Frankrijk Nederland als doelwit hadden genoteerd. CNN schreef vorige maand dat Europese onderzoekers aanwijzingen daarvoor hadden gevonden. Nieuw is dat twee terreurverdachten ook daadwerkelijk naar Nederland zijn afgereisd. Volgens de Franse antiterreurdienst SDAT zijn zij op 13 november met valse identiteitsbewijzen een Eurolines-bus van station Brussel-Noord naar Amsterdam in gestapt, aldus Le Monde.

Het gaat om de 23-jarige Tunesiër Sofien A. en de 23-jarige Syrische Zweed Ossama K. Ossama K., die eerder zei een hotelkamer in Amsterdam geboekt te hebben, verklaarde dat hij samen met Sofien A. diezelfde dag nog is teruggegaan naar Brussel.

Aangehouden

Zij worden beiden verdacht lid te zijn van de cel van Islamitische Staat achter de aanslagen in Parijs. Sofien A. werd op 18 maart aangehouden in Molenbeek, samen met Salah Abdeslam, een van de hoofdverdachten van ’13 november’. Ossama K. werd op 8 april in Anderlecht ingerekend, samen met Mohamed Abrini, de ‘man met het hoedje’ bij de aanslagen in Brussel.

Of Nederland op de hoogte was van de aanwezigheid van de twee terreurverdachten kan de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) niet zeggen. In een officiële reactie laat de NCTV weten niet in te gaan op “specifieke aanslagen”:

“In het licht van de aanslagen in het buitenland hebben we doorlopend speciale aandacht voor de veiligheidssituatie rond Schiphol.”

De NCTV kan inhoudelijk niet reageren, omdat “kwaadwillenden” daaruit wellicht belangrijke informatie zouden kunnen afleiden, aldus een woordvoerder.

Laptop met vijf bestanden

Het bewijs dat Schiphol een mogelijk doelwit was vonden de Franse veiligheidsdiensten op een laptop die al in maart werd aangetroffen, vlak bij een van de laatste schuilplaatsen van de terreurverdachten in Schaarbeek, een gemeente in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Op die computer vond de politie een map met de naam ’13 november’. Een van de vijf bijbehorende bestanden had de naam ‘groupe Schiphol’.

Drie andere bestanden droegen namen die mogelijk verwijzen naar locaties van de Parijse aanslagen, volgens Le Monde: ‘groupe Omar’, ‘groupe Français’ en ‘groupe Irakiens’. Omar is de bijnaam van het vermeende brein achter de aanslagen Abdelhamid Abaaoud. Hij leidde het commando dat bij de Parijse terrassen om zich heen schoot. Twee van de mannen die zich opbliezen bij het stadion Stade de France waren Irakees.

Het laatste bestand droeg de naam ‘groupe métro’. De onderzoekers weten niet zeker wat dat betekent. Mogelijk had dit te maken met de aanslag op 22 maart in de Brusselse metro. Het onderzoek toont vooral aan dat terreurcel zich professioneler heeft voorbereid dan voorheen werd aangenomen, aldus Le Monde, gezien het aantal betrokken personen, doelwitten en schuilplaatsen.

‘Signaal’

De veiligheidsmaatregelen op Schiphol werden opgeschroefd nadat eind juli “een signaal dat past binnen het landelijke dreigingsbeeld” was opgevangen. Verkeer naar Schiphol onderging een verscherpte controle. Zelfs de landmacht werd tijdelijk ingezet, waar normaal vooral de marechaussee de beveiliging op zich neemt. Of deze maatregelen verband houden met het Franse onderzoek, kan de NCTV niet zeggen.

Drie weken later konden de maatregelen weer teruggeschroefd worden. Wat het signaal was, is niet bekend gemaakt. Ook bij dancefeest Sensation begin juli in Amsterdam was “een signaal” reden voor meer veiligheidsmaatregelen. Sinds maart 2013 ligt het dreigingsniveau in Nederland op ‘substantieel’.