Opinie

Theresa May is bereid de prijs te betalen

Opinie De laatste kansen op een zachte ‘Brexit’ zijn verkeken, maakt hoogleraar Europees recht Luuk van Middelaar op uit de woorden van de nieuwe Britse premier.

Illustratie Cagle/Luojie

Met een knappe dubbele beweging nam Theresa May deze week het heft in handen in de Britse politiek. Zondag maakte ze duidelijk dat zij de baas is over Brexit; zij bepaalt de timing, de procedure en de uitkomst, niet haar trio Brexit-ministers, niet het Parlement. Woensdag wendde ze eigenhandig de koers van de Conservatieve Partij naar het politieke midden. Met deze dubbele zet zijn de laatste kansen op een ‘zachte Brexit’ verkeken en maken we ons op voor jaren harde economische en politieke strijd.

May begon drie maanden geleden met een handicap. Ze trad aan als premier, niet na een parlementaire verkiezingsoverwinning (zoals Cameron in 2015), maar tussentijds, in de interne partijstrijd na het Brexit-referendum van 23 juni, waarin zij als lauw Remainer aan de verliezende kant stond. Toch lukt het haar nu haar macht te vestigen op de beweging van het electoraat. In haar grote partijrede woensdag duidde ze de referendumuitslag niet als puur anti-Europese stem (waarvan de Leavers de natuurlijke leiders zijn), maar als uiting van diepere onvrede met de status quo en de globalisering, van zorgen om banen, migratie en ongelijkheid. Die onderliggende roep om verandering kan May wel vertolken. Dan moet ze wel haar partij meekrijgen; het Conservatieve kader keek wellicht raar op van de aanvallen van hun voorvrouw op de rijke, kosmopolitische elite – teksten die je eerder op een Labourcongres verwacht.

De cruciale boodschap deze week bleef impliciet. Theresa May is bereid de economische prijs te betalen voor een vertrek uit de EU. Haar mantra ‘Brexit means Brexit’ betekent wat het betekent: eruit is eruit. Tot nu toe was de veronderstelling dat de onderhandeling tussen het VK en de EU zou draaien om de controle op migratie versus toegang tot de binnenmarkt. Zondag maakte May duidelijk: soevereiniteit overtroeft de economie. Dus geen halfslachtige oplossingen à la Noorwegen of Zwitserland. Deelname aan de interne markt moet wijken. Prompt zakte de pond verder. Buitenlandse industriëlen en investeerders waarschuwen. May gokt met de status en welvaart van Londen als financieel en cultureel centrum, vergetend dat die welvaart naar het hele land uitstraalt. Naast deze reële kosten zijn de verhalen van haar Brexit-ministers over een nieuw Global Britain toekomstmuziek. Volgens mij gelooft May er zelf ook niet in: zij kiest voor terugtrekking uit de globalisering. Dat kan. De hamvraag is hoe haar regering vermijdt dat de economische kosten – banenverlies voorop – toch terechtkomen bij de Brexit-stemmende arbeidersklasse namens wie ze wil spreken. Gevestigde belangen zet je niet snel opzij.

De rest van Europa verhardt zijn posities ook. De 27 houden de linies gesloten. De hoop van de Brexiteers dat de Duitse auto-industrie bondskanselier Merkel zou ompraten blijkt ijdel. Terwijl moeder Theresa triomfeerde in Birmingham, sprak Mutti Merkel in Berlijn tegen Duitse industriëlen: geen markttoegang zonder vrij verkeer van werknemers. Ook daar klonk applaus. Het Duitse bedrijfsleven vindt het voortbestaan van de Europese markt als zodanig belangrijker dan toegang tot het Britse stukje, zei de Duitse werkgeversvoorzitter recent. Ook Europa’s regeringsleiders beseffen dat, gezien de spanningen over migratie en euro, de interne markt een levensverzekering is. De onzichtbare lijm die de club bij elkaar houdt. Zo gaan beide partijen de echtscheidingsprocedure in met de bereidheid economische schade te lijden vanwege een hoger politiek doel. Voor de Britten: soevereiniteit herwinnen. Voor ons: het verdedigen van de Europese ordening die in zestig jaar is opgebouwd.