Tering

‘Geert Wilders is een hoerenzoon,’ schold een tiener van Marokkaanse afkomst toen ik naast hem stond in Maassluis, waar de PVV-leider een bezoekje bracht aan „slachtoffers van Marokkanenterreur”, zoals Wilders het zelf noemde. Ik vroeg de jongen alsjeblieft op zijn woorden te letten in het bijzijn van een vrouw die met gemak zijn moeder had kunnen zijn. „Sorry mevrouw”, antwoordde de knul beleefd, „maar zo zeggen wij dat”. En vervolgens deed hij zijn best om in nettere bewoordingen uit te leggen waarom hij vond dat de komst van Wilders het vuurtje alleen maar opstookte in Maassluis.

Een paar dagen later bezocht ik met mijn jongste zoon een concert van rapper Lil Kleine, die een zaal vol tieners toeschreeuwde: „We gaan hoeren neuken!!” Volgens mijn zoon (13) wilde Kleine er alleen maar mee zeggen dat hij er die avond „een feestje van ging maken”. Het zal best, maar ik heb me de hele avond vreselijk geërgerd aan het onnodig grove en vrouwonvriendelijke taalgebruik van deze rapper, die toch gewoon zal zijn opgevoed door nette bakfietsouders zoals wij.

Laat ik eerlijk zijn, ook bij ons thuis in Rotterdam-Blijdorp horen we de hele dag niets anders dan „fokking-dit” en „fokking-dat” en worden meisjes „bitches” of „chickies” genoemd. „Maar mama, zo praten we hier gewoon,” probeert de jongste als we weer eens dreigen hem zijn mond te laten spoelen met zeep.

Gisteravond bekeek ik samen met zijn vader op YouTube een filmpje dat op dit moment ‘viral’ gaat in Rotterdam. Een hilarisch clipje getiteld „Tering”, waarin een bekende Rotterdamse muzikant in een rap het prototype van de mopperende Rotterdammer neerzet:

„Het begon al bij de bakker, toen ik die paardenlul bezocht. Had die klootzak al zijn stokbrood en kadetjes al verkocht. Ik zei: zo ken ik niet ontbijten, zeg wat ben jij voor een kut. Ga jij lekker leggen rotten in een hele diepe put. En neem dat wijf van je dan mee, want van die achterlijke teef, vind ik het zonde van mijn zuurstof dat ze überhaupt nog leeft.”

Refrein: „Tering…, Tering …, Krijg nou de tering...”.

Onze zoon vroeg verbaasd waarom zijn ouders toch zo vreselijk moesten lachen om dit clipje, terwijl het volgens hem grover is dan de rapmuziek waar hij graag naar luistert. Na een lange denkpauze vol tegenstrijdige gedachten over mijn (voor)oordelen over de jongerencultuur en anderzijds over mijn onbeschaamde verheerlijking van die oud-Rotterdamse, rauwe volkscultuur, antwoordde ik schijnheilig maar weloverwogen: „Maar jongen, zo praten we hier gewoon!”

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelancejournalist en stadsgids in Rotterdam.