Sterke loonstijging bij nulinflatie stuwt koopkracht werknemers

Cao-lonen

De lonen in Nederland zijn het sterkst gestegen in zeven jaar. Omdat de prijzen gemiddeld niet toenamen, houden werkenden meer geld over.

Werkenden beter af

De cao-lonen in Nederland zijn in het derde kwartaal van 2016 het meest gestegen in zeven jaar. De toename ten opzichte van een jaar eerder bedroeg 2,1 procent, zo meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdagochtend.

Dat betekent extra koopkracht voor werknemers, want de gemiddelde prijzen stegen in het derde kwartaal niet. De inflatie bedroeg 0 procent. Het verschil tussen de stijging van de lonen in cao’s en de inflatie was in dertig jaar niet zo hoog, aldus het CBS. Sinds het derde kwartaal van 2014 nemen de cao-lonen sterker toe dan de inflatie.

„De meeste werknemers in Nederland vallen onder een cao, dus dat die loonstijging nu zo hoog is, is goed nieuws voor hun koopkracht”, zei CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen. Na aftrek van belastingen en premies blijft het ‘reëel beschikbaar’ inkomen van huishoudens over. Daarover zijn nog geen CBS-gegevens beschikbaar voor het derde kwartaal, maar het beschikbaar inkomen neemt toe sinds medio 2015.

Vooral ambtenaren hebben het voorbije kwartaal geprofiteerd van een stijging van de cao-lonen. Bij de overheid lag die toename afgelopen kwartaal op 3,5 procent, tegenover 1,9 procent bij bedrijven en 1,1 procent in de gesubsidieerde sector (zoals de gezondheidszorg). De voorbije jaren stegen de lonen bij de overheid niet, zei Van Mulligen. „Ambtenaren maken nu een inhaalslag op werknemers in het bedrijfsleven.”