Plastineren

Ellen Deckwitz

Als je weet dat iemand niet lang meer te leven heeft, biedt het regelwerk omtrent de uitvaart een goede afleiding voor het verdriet en de wanhoop die daarmee gepaard gaan. Toen ik hoorde dat een goede vriendin was uitbehandeld, kwamen we bijeen om samen met haar familie en vrienden plannen te maken voor het afscheid. Ik hield de hele tijd haar hand vast. Zolang ik haar hartslag tegen mijn huid voelde, ging het.

„Wil je begraven of cremeren?”, vroeg haar vriend voorzichtig.

„Cremeren”, antwoordde ze. En voegde daaraan toe dat de as moest worden uitgestrooid vanaf het hoogste punt van de stad waar ze opgroeide. Helaas kwam op dat moment net de hoofdverpleger binnen.

„Sorry, maar dat mag niet zomaar”, zei hij. „Je moet toestemming vragen aan de instantie van wie de grond is waarover je de as uitstrooit.”

„Nou zeg”, zei haar vader. „Voor deze ene keer.”

„Wat als iedereen zo dacht?”, zei de verpleger. Dan zou de stad met een grotere laag as worden bedekt dan Pompeï na dat vulkaanorgasme. Dat kon niet goed zijn voor de gezondheid van de levenden.

„Misschien moet je je dan laten balsemen”, zei haar moeder.

„Dat mag helaas niet”, zei de verpleger. Wat bleek: In Nederland is het wettelijk vastgesteld dat je lichaam binnen tien jaar verteerd moet zijn (ik verzin dit niet). Door balseming blijf je veel langer goed. Dus tenzij ze lid bleek te zijn van het Koninklijk huis, haar lichaam beschikbaar wilde stellen aan de wetenschap of binnen enkele jaren nog van plan was om een vooraanstaand geestelijke binnen de Syrisch Orthodoxe kerk te worden (want dan mag het blijkbaar allemaal wel), ging het feest niet door.

„Wat een gedoe zeg”, zuchtte mijn vriendin nadat de verpleger weg was.

„Wat een onzin dat je lichaam binnen tien jaar weg moet zijn. Heeft iemand ooit een veenlijk bekeurd?”, zei haar vader.

„Misschien moet je je laten plastineren!” zei haar broer opeens. „Je weet wel, van die Bodies tentoonstelling. Dan zetten we je zo op alsof je een spreidsprong maakt. En doen we in je armen een accordeon.” Even was het stil. En daarop moesten we zo hard lachen dat het een kwartier duurde voor we weer aan de dood konden denken.

Afgelopen zondag was de crematie. We zeiden soms ‘plastineren’ tegen elkaar als het verdriet te heftig werd. George Bernard Shaw schreef dat het leven niet minder grappig wordt als er mensen sterven. En dat het ook niet minder serieus wordt als we de slappe lach hebben.

„Wat gaan jullie met de as doen?”, vroeg ik na afloop aan haar vader.

„Ergens zeer illegaal uitstrooien”, antwoordde hij.

„Jullie gaan wild-assen!”, zei ik. Haar vader schaterde bijna zijn kunstgebit eruit. De tranen rolden over onze wangen.

Dit is voorlopig de laatste column van Ellen Deckwitz op deze plek. Volgende week is Georgina Verbaan terug.