Recensie

Mylou Frencken blinkt uit in haar liedjes, luchtigheid en ironie

Mylou Frencken begint haar nieuwe programma alsof ze een veelzijdig assortiment aan overdenksels, herinneringen en liedjes heeft meegenomen naar het theater, om daaruit ter plekke een keuze te maken. Ze lijkt van de hak op de tak te springen, met uiteenlopende motieven als de wetmatigheden van smalltalk, het lijden in het werk van Pessoa, nieuwe liefde en de vele mi corazóns in de Braziliaanse muziek. Maar allengs schuiven al die elementen in elkaar en ontstaat er – impliciet – een verhaal. Over verlangen dat soms vergeefs is. En over de vraag wat beter is: de aandrang om elk opkomend verlangen onmiddellijk te verwezenlijken of liever te wachten tot een later moment. Als dat dan nog komt.

Zo blijkt Mylou Frencken ook in Zinloos zuchten uit te blinken in losse notities die ze voorleest uit een opschrijfboekje, luchtige conferences en liedjes met een geserreerd soort ironie. Haar koesterende zangstem wordt ditmaal kracht bijgezet door de veelal Braziliaanse klanken van gitarist Ronald Schmitz.

Door haar originele woordkeus, haar aanstekelijke melodietjes en haar ambachtelijke dichtkunst kunnen diverse liedjes in dit programma worden gekandideerd voor de Annie M.G. Schmidtprijs. Soms heeft ze in haar zangteksten niet eens alle reguliere woorden nodig om toch alles te kunnen zeggen. „Dat er straks een nieuwe maan / en alles weer van voor af aan”, zingt ze bijvoorbeeld, in een teer, aanvallig liedje over nieuwe liefde.