Hervormingen en verkiezingen, maar ook repressie

De twee gezichten van Marokko

Chaos bleef Marokko bespaard, economisch gaat het goed. Maar journalisten en activisten worden onderdrukt. „In 2011 eisten we meer rechten”, zegt activist El-Habbache. „Nu vechten we om de rechten die we over hebben te beschermen.” 

Foto AP

Marokko heeft twee gezichten. Op het eerste oog gaat het goed met het land. Het is een oase van rust en stabiliteit vergeleken met de rest van de regio. De opstanden en aanslagen die andere Noord-Afrikaanse landen in chaos hebben gestort, zijn Marokko grotendeels bespaard gebleven. De economie groeit 4 tot 5 procent per jaar. Mede dankzij koning Mohammed VI, die geen harde repressie toepast maar voorzichtige democratische hervormingen heeft doorgevoerd.

Maar niet alles is zo florissant. De welvaart is zeer ongelijk verdeeld. Terwijl in Marrakesh het ene na het andere luxe hotel en appartementencomplex verrijst, leven 12 van de 33 miljoen Marokkanen onder de armoedegrens. De werkloosheid is hoog, vooral onder hoogopgeleide jongeren. En ondanks het pro-democratische imago van de koning, neemt de repressie toe. De pers wordt geïntimideerd, journalisten en activisten gearresteerd.

„We zijn getuige van de gestage regressie van de burgerrechten”, zegt Larabi el-Habbache van de Marokkaanse Vereniging voor de Mensenrechten in Marrakesh.

„Tijdens de Arabische Lente in 2011 eisten we meer rechten. Nu vechten we om de rechten die we nog hebben te beschermen. In 2011 eisten we dat de macht van de koning zou worden ingeperkt. Nu kunnen we de koning niet meer bekritiseren. Twee weken geleden is er een wet aangenomen die iedere kritiek op de koning, de vlag en de islam verbiedt.”

El-Habbache is een activist van het eerste uur. Hij was lid van de 20 februari-beweging, de drijvende kracht achter de protesten in 2011. De beweging nam het op tegen de macht van de heersende elite, die bekendstaat als makhzen (pakhuis), en die een groot deel van de economie in handen heeft. Net als veel andere betogers was El-Habbache niet uit op een revolutie, zoals in Tunesië of Egypte. Hij wilde vooral een constitutionele monarchie en minder corruptie.

„De gebeurtenissen in Tunesië en Egypte gaven ons hoop dat verandering mogelijk was”, zegt El-Habbache op het terras van Café de Paris, dat uitkijkt over het beroemde plein Djemma el-Fna met zijn toverdokters en slangenbezweerders. „Maar toen Libië en Syrië afgleden naar een burgeroorlog, nam bij ons de animo om te demonstreren snel af. Ik ben tot het bittere einde de straat op gegaan, ook al waren er vaak meer politieagenten dan demonstranten.”

Destijds heeft El-Habbache de repressie aan den lijve meegemaakt. Hij is tijdens protesten vaak gearresteerd.

„Eén keer werd ik door agenten in burger in de auto in elkaar geslagen. Ze stalen mijn geld en mobiele telefoon. Toen ik daarna op het bureau kwam en mijn verhaal deed, zeiden ze: we kennen die lui niet, misschien was het een andere eenheid.”

Sluw spel

In reactie op de protesten voerde de koning een aantal cosmetische hervormingen door. Daarop volgden parlementsverkiezingen die werden gewonnen door de Partij van Gerechtigheid en Ontwikkeling (PJD), die ideologisch verwant is aan de Moslimbroederschap. De PJD vormde een coalitie met drie andere partijen en leider Abdelilah Benkirane werd premier.

Lees ook een voorbeschouwing van de verkiezingen vrijdag: Wordt het een moslimpartij of toch weer de koning?

El-Habbache was verbaasd dat de PJD de verkiezingen won. „De partij had in 2007 ook genoeg steun om te winnen”, zegt hij. „Maar de makhzen stond niet toe dat de partij meedeed in alle districten. Hoewel er geen bewijs voor is, ben ik ervan overtuigd dat er in 2011 een akkoord is gesloten tussen de makhzen en de PJD. In ruil voor loyaliteit zou de partij nu wel in alle districten mogen meedoen. Het draait allemaal om coöptatie, zo ging het in het verleden ook met andere partijen.”

Het is een sluw spel, zegt El-Habbache. „De koning gebruikt de PJD als een airbag, die de klap opvangt als het misgaat. Als mensen de straat op gaan, richt hun woede zich op de regering en niet op het koningshuis of het systeem.”

Nu de protestbeweging haar aantrekkingskracht heeft verloren en de roep om hervormingen is verstomd, trekken de autoriteiten de teugels weer aan. In een toespraak in 2014 beschuldigde de minister van Binnenlandse Zaken mensenrechtenorganisaties ervan het land te destabiliseren. „Organisaties die opereren onder de valse voorwendselen van het verdedigen van de mensenrechten blijven beschuldigingen maken die niet waar zijn”, verklaarde hij.

Daarop begonnen de autoriteiten een intimidatiecampagne tegen journalisten, activisten en iedereen die al te openlijk kritiek uitte op de koning en zijn entourage. Dit leidde tot een aantal arrestaties en veroordelingen. Zo kreeg de 17-jarige rapper Mr. Crazy drie maanden celstraf wegens „belediging van een staatsinstelling”. Hij had in een nummer over het straatleven in Casablanca politieagenten „de honden van de makhzen” genoemd.

Of neem de onderzoeksjournalist Hicham Mansouri, die in mei vorig jaar veroordeeld werd tot tien maanden celstraf wegens overspel. Seks buiten het huwelijk is strafbaar in Marokko. Volgens El-Habbache was het proces politiek gemotiveerd.

„Er was helemaal geen sprake van overspel, hij was gewoon bij een vrouw thuis. Zijn straf was bedoeld als waarschuwing voor anderen.”