Huis kopen kan ook zonder Funda

Huizenveiling

Veel mensen realiseren het zich niet, maar een huis kopen hoeft niet per se via de makelaar: het kan ook op de Amsterdamse Onroerend Goed Veiling. Dan doe je het gewoon helemaal zelf. De huizenveiling als alternatief voor Funda.

Foto’s Olivier Middendorp

Wie een huis wil kopen in Amsterdam heeft de wind niet bepaald mee. De woningmarkt in de hoofdstad is momenteel ‘tropisch’, ‘overspannen’, ‘bekneld’, en volgens de laatste berichten ‘totaal aan het droogkoken’. Als je voor de zoveelste keer naast het net hengelt, 15.000 euro overboden voor een knus maar piepklein huis in Amsterdam-Noord, begin je je toch wel af te vragen of er geen andere opties zijn. Zoals: de huizenveiling. Hoe interessant is dat voor een particulier?

Laten we eerlijk zijn, zo’n veiling roept niet meteen de gezelligste associaties op: „Met de panden die daar verkocht worden is toch vaak wat mis”, „zijn de eigenaren niet vaak verdrietige, failliete mensen?”, „een veiling is iets voor doorgewinterde huisjesmelkers, allemaal doorgestoken kaart”. Het zijn opmerkingen die Chris van Dam, directeur van de ruim 150 jaar oude Eerste Amsterdamse Onroerend Goed Veiling, maar al te goed kent. Van Dam: „Huizenveilingen hebben een wat schimmig imago, maar eigenlijk is het juist een hele toegankelijke en transparante manier om kopers en verkopers bij elkaar te brengen. Als jij samen met tien of twintig andere potentiële kopers een briefje met jouw bod inlevert bij de makelaar, dan weet je daarna niet wat er met dat briefje gebeurt. Je moet er maar vanuit gaan dat het eerlijk gaat en jij de hoogste bieder blijkt. Dat is veel schimmiger. Als al die potentiële kopers nou gewoon open en bloot tegen elkaar op komen bieden op de veiling, dan is het eerlijker.” Toch is het niet zo vreemd dat de gemiddelde particulier de huizenveiling niet bovenaan zijn lijstje met opties heeft staan. Je kunt er namelijk niet kopen onder voorbehoud van financiering, en vooraf bezichtigen kan lastig zijn als je droomwoning een executoriaal pand betreft – een pand dat verplicht geveild wordt, vaak door de bank, omdat de bewoners de hypotheek niet meer kunnen betalen. Soms hebben bewoners in zo’n situatie geen zin om mee te werken, waardoor bouwkundige keuringen of taxaties vooraf niet mogelijk zijn. En als de vorige bewoners er nog wonen en jij de nieuwe koper bent, moet je hen er zelf uitzetten. Opvallend aan de Amsterdamse veiling is echter dat gemiddeld een kwart van de objecten vrijwillig wordt verkocht, wat nergens anders in Nederland zo is.

De hoofdstedelijke huizenveiling vindt zo’n 30 keer per jaar plaats op maandagavond in De Rode Hoed. Hoe druk het op zo’n avond precies wordt, blijft steeds weer een verrassing. Deze maandag loopt het goed vol. Aan de bar en in de hal staan groepen makelaars – overwegend mannen – te praten, hun biertjes losjes in de hand. Bij de ingang kijken twee vrouwen onwennig rond. Particulieren? Lachend: „Nee hoor, wij zijn van de bank. We komen kijken hoe het er hier aan toe gaat. Een van onze huizen wordt straks geveild.” Om welk pand het gaat, zeggen ze liever niet. Er zijn zes veilingobjecten vanavond, waarvan de helft vrijwillig wordt aangeboden. Er zit van alles tussen, zoals een pand met vier woningen in de Lanseloetstraat in Amsterdam. Volgens Van Dam interessant voor een belegger, of een ondernemende particulier. Die kan in één woning zelf gaan wonen en de rest verhuren. Of het vrijstaande houten woonhuis aan het water in Koog aan de Zaan, dat Van Dam betitelde als „een veilingobject waar ook particulieren blij van worden”.

Die particulieren lijken vanavond op één hand te tellen, maar Beyhan Kiristi en haar partner Hans Kersloot uit Zaandijk zijn inderdaad speciaal voor het huis in Koog aan de Zaan gekomen. Ze volgden het pand al een half jaar en zagen een paar weken terug dat het geveild zou worden. Kiristi: „De bank veilt, maar de huidige eigenaren werken wel goed mee met verkoop. We mochten het huis daardoor vooraf bekijken en zelfs laten taxeren. Normaliter kom je de verkopers niet tegen bij een bezichtiging, maar in dit geval waren ze thuis. Vier generaties woonden daar! Dat was wel even slikken, maar het was ook in hun belang om een goede prijs te krijgen.”

Van Dam is sinds februari dit jaar directeur, en juist particulieren hebben zijn speciale aandacht. Zo wil hij het voor hen mogelijk maken om onder voorbehoud van financiering te bieden, dat staat voor 2017 op de planning. Van Dam hoopt dat er dan meer particulieren zullen komen. „Ik snap dat deze setting tussen al die ervaren handelaren intimiderend kan zijn, maar dat is niet nodig”, verzekert hij. „Het vergt gewoon een goede voorbereiding. In landen als de VS is het veel gebruikelijker om als verkoper je huis op een veiling aan te bieden. Het is zeker niet gezegd dat je er dan veel minder voor krijgt. Ook op onze Amsterdamse veiling worden regelmatig objecten op of zelfs boven de vraagprijs verkocht.” De veiling zelf krijgt van elke verkoop een percentage. Van Dam: „Als wij moeite doen om een bijzonder, kwalitatief hoogwaardig aanbod te selecteren, dan wordt het ook aantrekkelijk voor de kopers.”

In de zaal wordt ondertussen al flink geboden op een hotelproject en jachthaven in Vinkeveen. Snelle handen gaan subtiel – soms nauwelijks zichtbaar – de lucht in. De veilingmeester met haviksogen scant voortdurend de zaal, terwijl hij reageert op de seinende handen: „840.000, 850.000, niemand meer dan 850.000, ah, 860.000 daar rechts.” Er klinkt een digitale ping en op het grote diascherm achter de veilingtafel dient zich een internetbieder aan. De aanwezigen reageren met een onrustig gemurmel. Waarschijnlijk omdat het wat onbevredigend voelt, zo’n onzichtbare veilingklant. Het gaat na het afmijnen (zie kader ‘Veilingtaal voor dummies’) weg voor 940.000 euro naar een makelaar uit de zaal.

Dan verschijnt object nummer 8 op het projectorscherm. Het huis waar Kersloot en Kiristi hun zinnen op hebben gezet. „Raadhuisstraat 4 in Koog aan de Zaan, dames en heren”, roept de veilingmeester vanachter zijn tafel. „De plokpenning bedraagt 4.000 euro [daaruit valt af te leiden dat de bank minstens 400.000 euro voor het pand wenst te krijgen]. Zet u eens in, wat mag ik van u horen?” Op wat geroezemoes na blijft het deze keer stil in de zaal. „Niemand?” Dan recht Kersloot zijn rug, schraapt zijn keel en roept: „300.000 euro.” Een paar mensen kijken om, peilende blikken. Kersloot staart stoïcijns voor zich uit. „Heel goed, dank u wel”, knikt de veilingmeester. De toon is gezet. „Wie biedt meer dan 300.000 euro? Ik zie 305.000 euro hier vooraan.” En dan gaat het rap omhoog. Kersloot en Kiristi kijken elkaar kort aan, ze twijfelen. Tijd voor overleg is er niet. „Wie meer dan 365.000”, zegt de veilingmeester, „niemand meer dan 365.000 euro?” „370.000”, roept Kersloot opeens. „370.000 daar bij de pilaar”, herhaalt de veilingmeester tevreden wijzend. „Waarom ga je nou meedoen?”, fluistert Beyhan Kiristi haar man toe. Later zal Kersloot uitleggen dat hij hoopte de hoogste bieder te zijn zodat hij in elk geval de inzetpremie zou krijgen, maar nu wordt hij al snel weer overboden. Over de vier ton heen, richting de 420.000 euro. „Daar gaat het”, verzucht Kiristi. „Dat waren onze centjes”, knikt Kersloot lichtelijk teleurgesteld. De gong klinkt. Op 450.000 euro. Een makelaar loopt met lichte tred naar voren en schudt de hand van de bijbehorende notaris. Bij het afmijnen blijft het stil in de zaal, dus het pand blijft voor de makelaar. Waarschijnlijk heeft hij het in opdracht gekocht, voor wie is niet bekend. Kiristi: „Het is jammer, maar gelukkig is het wel ruim boven ons budget weggegaan. Het was zuurder geweest als iemand het met 5.000 euro verschil voor onze neus had weggekaapt.” De veiling heeft hen niet ontmoedigd – integendeel, lachend vertrekken ze: „We hebben nu ervaring!”

De eerstvolgende veiling is op maandagavond 31 oktober in De Rode Hoed.