Commentaar

Het comité van de Nobelprijs waardeert toekomstgericht onderzoek

Groningen mag trots zijn. Professor Ben Feringa doceert al dertig jaar aan de Groningse universiteit, waar hij in 1969 ging studeren, in 1978 promoveerde en in 1988 hoogleraar scheikunde werd. En nu krijgt hij de Nobelprijs voor onderzoek dat hij óók in Groningen deed: zijn pionierswerk aan minuscule moleculaire motortjes.

Nee, Feringa is geen knappe kop die we naar het buitenland hebben laten gaan, zoals eerdere Nederlandse Nobelprijswinnaars. Zo werkte Andre Geim al weer tien jaar in Engeland, toen hij in 2010 de Nobelprijs voor Natuurkunde kreeg. In Nederland was veel te veel hiërarchie, liet hij uit Manchester weten. Ook natuurkundige Tini Veltman, Nobelprijswinnaar in 1999, had al weer vele jaren in het buitenland gewerkt. Zijn collega-winnaar Gerard ’t Hooft was dan weer wel een puur Utrechtse geleerde.

Nu is nationale inslag bij wetenschap sowieso betrekkelijk. Feringa werd opgeleid door de Nederlandse Amerikaan Hans Wijnberg – in 1960 door Groningen uit Amerika teruggehaald als kwaliteitsimpuls voor de noordelijke scheikunde. De wortels van zijn prijs liggen dus óók een beetje in Cornell en Wisconsin.

Hoe dan ook, met de prachtige prijs voor Feringa gooit de Nederlandse wetenschap hoge ogen in de internationale arena. En ook afgezien van de Nobelprijs scoort de Nederlandse wetenschap internationaal uitstekend – op universitaire hitlijsten, op citatielijsten en bijvoorbeeld bij het binnenhalen van Europese subsidies. Dit jaar nog kreeg Feringa 2,5 miljoen euro van Brussel.

Natuurlijk zijn er ook zorgen in de Nederlandse wetenschap. Te hoge publicatiedwang, citatiegekte, te veel tijdelijke aanstellingen, te weinig structurele bijdragen voor fundamenteel onderzoek. Fundamenteel onderzoeker pur sang Feringa zette zijn kersverse Nobel-reputatie direct in voor een pleidooi voor een miljard euro extra voor fundamentele wetenschap. En dat is ook geen gek idee. Het belang ervan zal alleen maar toenemen in maatschappij en politiek. Energie, klimaat, gezondheid, voeding, sociale cohesie: oplossingen van problemen zullen in de komende decennia behalve politieke inspanning veel nieuwe kennis vragen en die moet geleverd worden door het fundamentele onderzoek van nu.

Het pakket wetenschappelijke Nobelprijzen dat deze week bekend is gemaakt (Medicijnen, Natuurkunde en Scheikunde) richt zich sterk op de toekomst. De celbiologie van zelfvertering, vreemde quantumeffecten in elektronenstromen en nu dus geavanceerde nano-technologie. Ooit zal een quantumcomputer voor ons berekenen hoe medicijnen met een nanomotortje kunnen worden toegediend.