Recensie

Theo Maassen is een gekweld satiricus

Profiel Theo Maassen

In de loop van zijn acht programma’s tot nu toe heeft het onbehagen bij Theo Maassen zich alleen maar verdiept. Nummer negen gaat vrijdag in première.

Theo Maassen tijdens zijn voorstelling 'Met alle respect'. De show is rock-’n-roll, dus het camerawerk ook, aldus de regisseur. Foto Hollandse Hoogte / Vincent van den Hoogen
Vankwaadtoterger

Vankwaadtoterger

Met alle respect

Met alle respect

Zonder pardon

Zonder pardon

Functioneel naakt

Functioneel naakt

In zijn programma Met alle respect zegt Theo Maassen: „Ik heb wel eens gelezen: slechtheid kun je bestrijden, maar aan domheid is niks te doen. Wat sta ik hier dan te doen!” Even windt hij zich op. Dwars door zijn verzachtende Eindhovense accent schiet zijn stem omhoog. Hij zucht diep, wendt zijn gepijnigde blik af en maakt een moedeloos handgebaar.

Gekweld

Geen cabaretier kan zo mooi gekweld kijken als Theo Maassen. Keer op keer drukt zijn gezicht uit hoe slecht het met ons gesteld is en hoe dat op zijn schouders drukt. Zelfs als hij met zijn ijzeren gevoel voor timing een gewiekste oneliner of een vuige seksgrap plaatst, kijkt hij vaak nog met een donkere blik de zaal in, alsof de lach hem bevreemdt.

Acht cabaretprogramma’s maakte Maassen (1966), vanaf 1993 tot en met zijn eindejaarsconference in 2013. De negende gaat deze vrijdag in première. Vanaf zijn derde staan ze als een huis, nog steeds. Ze staan bol van de splijtende grappen en behoren tot het beste wat in Nederland aan cabaret is gemaakt. Al die jaren balanceert en schakelt Maassen tussen onheilsprofeet en straatschoffie. De misère van de hele wereld is van zijn gezicht te scheppen – als daar niet al een treitergrijns op staat.

Elk programma heeft in essentie twee sporen, die aansluiten bij de twee rollen die hij speelt. Een groot aandeel heeft zijn persoonlijk ongemak, ook in relaties, dat vaak uitloopt op grove grappen over seks, zijn vriendin en over vrouwen. En belangrijk is zijn misnoegen over de verderfelijkheid en domheid van de mens en de deplorabele staat van het land. Het maakt zijn wereldbeeld guur en somber. Veel van zijn shows eindigen in mineur.

Twijfelaar

Uit zijn programma’s rijst het beeld op van een geboren twijfelaar. Op zijn 32ste, in Ruwe Pit, weet Maassen niets zeker. Hij heeft de leeftijd voor kinderen, maar niet de vriendin, zegt hij: „Een lot uit de loterij, maar niet echt het winnende lot.” Het is maar hoe het hem uitkomt of zijn vriendin of vrouwen in het algemeen het mikpunt zijn. Mannen en vrouwen zijn nu eenmaal heel anders, verklaart hij in Ruwe Pit. Voer voor psychologen is dat hij in Functioneel Naakt tegenover de „emotionele diarree” van vrouwen zijn niet klagende moeder plaatst: „Mijn moeder voelde nooit een leegte.” In dat programma zit ook de ontboezeming dat hij nog tijdens een relatie al liefdesverdriet heeft, omdat hij „te beschadigd” is: „Niet zomaar een krasje, groter dan de dagwaarde.” Het blijft bij die suggestie dat er iets met hem mis is.

In 2011, in Met alle respect, stelt hij dat politici vroeger een droom schetsten die ze wilden verwezenlijken en dat ze tegenwoordig een nachtmerrie schetsen die ze proberen te voorkomen. Dat verbindt hij aan inteelt en xenofobie in Volendam: „Dat is er mis met de samenleving. Niet de islamisering, maar de Volendamisering.” De crisis is niet een financiële crisis: „We hebben niks om in te geloven, dat is ons probleem.”

De zwarte humor van Maassen is hardhandig, maar hetzelfde gaat op voor de wijze waarop hij de wereld en zichzelf de maat neemt. In 2006, in Tegen beter weten in, toont hij verbijstering en onmacht over de ongelijkheid in de wereld: „Iedere zeven seconden gaat er iemand dood van de honger. Iedere zeven seconden! Wat kun je doen? Iedere zeven seconden een minuut stilte?”

Vijf jaar en twee shows later gaat het weer over honger, als hij zegt dat er op 11 september 2001 ook 35.000 kinderen aan ondervoeding stierven. Mensen zeggen wel dat ze geen onrecht kunnen verdragen, maar het is verbijsterend hoe goed we tegen onrecht kunnen, aldus Maassen. De vrouw van Marc Dutroux noemen we een monster, omdat ze twee meisjes in haar kelder liet verhongeren. Maar die andere verhongerende kinderen? „Maakt het mij een beter mens omdat het niet in mijn kelder is, maar een eindje verderop?”

Met zulke ethische dilemma’s slaat hij zijn publiek graag en stevig om de oren. De moraalfilosoof in hem moet genoten hebben van de ophef om zijn stellingname tegen Wilders, begin 2013, na de tv-uitzending van Met alle respect: „Als een hond vals is, dan krijgt hij een spuitje. Als een politicus vals is, dan krijgt hij persoonsbeveiliging. Ik ben voor de vrijheid van meningsuiting. Maar ik ben tegen persoonsbeveiliging: misschien dat mensen dan net even iets langer nadenken voordat ze iets gaan zeggen.”

Tegen beter weten in

Afshin Ellian vond hem in Elsevier ‘te laf om het over de islam te hebben’. Nausicaa Marbe schreef in de Volkskrant over Maassen en zijn publiek: ‘Lachen: politicus straks vermoord, nog verdiend ook – applaus. In feite verschilt dit klapvee weinig van figuren die op straat of op het voetbalveld iemand doodtrappen omdat hij iets zegt wat hun niet aanstaat. Datzelfde haatmechanisme treedt in werking.’ Bij Pauw & Witteman verdedigde Maassen zich door zijn cabarettekst „een stijlfiguur, een provocatieve overdrijving, een hyperbool” te noemen.

De commotie kwam laat. In Zonder pardon, van 2009, vergeleek hij Wilders al met Hitler en vroeg hij zich af: „Waar is Volkert van der G. als je hem nodig hebt?” De hyperbool is dus gereedschap waar Maassen zich wel vaker van bedient. En hij is niet de enige cabaretier, trouwens.

Wat tegen de opvatting over klapvee van Marbe pleit is dat Maassen later in hetzelfde programma juist zijn eigen moraal en dat welwillende publiek op de proef stelt in een virtuoze demonstratie volksmennen. Hij zegt eerst dat het publiek het wel met hem eens móét zijn als hij een opsomming maakt van elementen zonder wie het land beter af zou zijn. Zijn conclusie als zalvende populist is dat het land leeg moet, opdat hij op zijn gemak kan bepalen wie er naar binnen mag.

Het klopt dat Maassen de heilige objecten van de islam ontziet: profeet Mohammed, de Koran. Daar is hij voorzichtig mee. Maar dat geldt niet voor het geloof zelf, want hij wijst elke vorm van religie af. Grappen over moslims zijn er intussen genoeg en die zijn van het gebruikelijke kaliber. Over hoofddoekjes in Zonder pardon: „Misschien moeten die meisjes geen hoofddoekje, maar die jongens een blinddoek. Ook wel een vertrouwd beeld, zo’n zwart balkje.” Over hoofddoekjes in Tegen beter weten in: „Ik vind het wel wat hebben. Altijd wat bij de hand om je pik mee af te vegen.”

Maar het idee dat de islam het grootste probleem van Nederland zou zijn, maakt hij belachelijk. Zijn kritiek op de westerse levensstijl staat voorop: het fundamentalistisch vrijemarktdenken. Dat onbehagen met de wereld verwoordt hij in de loop der jaren met steeds meer kracht en diepgang. In Neuk het systeem, zijn tweede uit 1996, vraagt hij zich al af hoe het nou verder moet.

Rond zijn 35ste, ten tijde van Functioneel naakt, is de twijfel alleen maar toegenomen. „Een optimist is een slecht geïnformeerde pessimist.” Dus vertelt hij wat er mis is. Zo bezit 4 procent van de wereldbevolking 40 procent van de welvaart. En: „We brengen kinderen naar de crèche en ouderen naar het verzorgingshuis. Dat is dan onze cultuur. Die andere is achterlijk.” Hij klaagt Coca-Cola en McDonald’s aan, noemt de genocide op indianen en bespot de koopzondag.

Doemdenken

In 2006, in Tegen beter weten in, heeft het onbehagen zich verdiept, zowel persoonlijk als over de wereld. Maassen is zoekende, ook als cabaretier. Vleugjes bitterheid dampen van zijn onvrede. De ideetjes die hij opwerpt zijn krachteloos, als redenering en als satire.

In 2008, in Zonder pardon, stelt hij vast dat het „van kwaad tot erger” gaat – de uitdrukking die de titel is van zijn nieuwe programma. De oude levenswijze volstaat niet meer, is zijn definitie van de crisis. Het moet radicaal anders. Geld verstrekken aan de bankiers? Maar dat zijn de klootzakken! „Dat is viagra verstrekken aan pedofielen.” De opwarming van de aarde is als koorts, bedoeld voor het uitdrijven van een ziekte. „De planeet wil van ons af.”

Maassens doemdenken bereikt zijn hoogtepunt in een fenomenale slotspeech waarin elke zin een hamerslag is en hij de huidige tijd het etiket „Totale opheffingsuitverkoop” geeft. De zeeën leeggevist, de olie in 2012 op, oerwoud verdwijnt. „Dat zijn de longen van de aarde. Wij laten onszelf stikken. Wij hebben geen god nodig. Wij creëren onze eigen zondvloed. Die zelfmoordterroristen? Dat zijn wij.”

Na een korte stilte zegt hij dat hij niet weet hoe ermee om te gaan. In een knappe wisseling van perspectief richt hij dan het woord tot zijn pasgeboren dochter: „Waarschijnlijk zal ik je de komende jaren gewoon sprookjes vertellen.” Maar zijn publiek is de sprookjes voorbij. Dat krijgt nog één les mee: dat er geen moraal is, alleen sterk en zwak.

Gaat het almaar slechter met ons, met Theo Maassen? De poster van Vankwaadtoterger, met Maassen met borstelsnorretje en gekapt als een afschaduwing van Hitler, doet zijn best het donkerste scenario te schetsen. Zeker is dat hij ons niet zonder lach zal laten zitten.

Theo Maassen: ‘Vankwaadtoterger’. Première: 7 okt, Schouwburg Utrecht. Tournee t/m eind seizoen.