Feminisme in Parijse shows

Voorjaarsmode

Vrouwenstrijd was een thema bij de Parijse modeweek

Dries Van Noten

Dries Van Noten

Givenchy

Givenchy

Chanel

Chanel

Christian Dior

Christian Dior

Comme des Garcons

Comme des Garcons

Het meest controversiële kledingstuk van de Parijse vrouwenmodeweek voor voorjaar 2017 is een T-shirt. Een wit T-shirt met de tekst ‘We should all be feminists’, de titel van een Ted-talk en boek van de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie.

Niks tegen dat shirt in te brengen. Behalve dat het te zien was in de debuutshow van Maria Grazia Chiuri voor Christian Dior. Chiuri, voorheen van Valentino, is de eerste vrouw die de creatieve leiding heeft over het zeventig jaar oude modehuis.

Feminisme

De combinatie van luxehuis en feminisme is niet de meest voor de hand liggende, en Chiuri’s show maakte die niet vanzelfsprekender. Of je zou de op schermkleding geïnspireerde, maar verder keurige outfits – gewatteerde schildjes en jasjes, driekwart broeken, schermsneakers – als strijdbaar moeten zien. Verder liet Chiuri, die maar zes weken had om de collectie te maken, vooral transparante rokken en korsetjurken zien, sommige versierd met afbeeldingen van Tarot-kaarten (Christian Dior was bijgelovig, vandaar) en afgezet met band met de tekst ‘J’Adior’, een samentrekking van de slogan J’adore Dior. Allemaal weinig feministisch. Dit reduceerde het T-shirt met de tekst van Adichie, die zelf ook bij de show aanwezig was, tot modieus meeliften op de hernieuwde belangstelling voor het feminisme.

Meer betrokkenheid met de vrouwenzaak viel te lezen in de show van Comme des Garçons. Ontwerpster Rei Kawakubo stuurt al een tijd geen draagbare ontwerpen de catwalk meer op, maar theatrale statements – de commerciële variaties zijn in de showroom te vinden.

Uit een zware, oversized cape stak een ronde, zwarte nepbuik, een rode jurk met ruches was zo breed dat het model alleen zijdelings door de opening naar de catwalk kon. Een coconjas had ronde stompjes in plaats van mouwen, uit de kraag kwamen witte haaientanden; het hoofd van het model popte er maar net uit. „Onzichtbare kleren” was de enige, en wat wonderlijke, toelichting die werd gegeven. Maar je zou er ook een verwijzing in kunnen zien naar de positie van vrouwen, en hoe ze die nog altijd moeten bevechten.

Vechten voor macht

Precies het uitgangspunt van Riccardo Tisci voor de collectie van Givenchy: „Vrouwen zijn aan het vechten voor macht, niet alleen in Amerika, maar overal.” Hij ziet ze dat het liefst doen in sluike jurken in kleurcombinaties als oranje met bordeauxrood of in sluike jasjes met broeken met uitlopende pijpen.

Dries Van Noten had voor zijn voorjaarscollectie voor 2017 gekeken naar de mode uit de Victoriaanse tijd: jasjes en blouses met een hoge kraag en opbollende mouwen, vaak uitvoerig met kralen geborduurd. Bloemdessins leken ontleend aan Japanse kimono’s; op een aantal kledingstukken was maar één grote bloem gedrukt. Doordat veel gebloemde en ‘Victoriaanse’ stukken werden gecombineerd met T-shirts, sweatshirts, wijde broeken en lange jeansrokken bleven de outfits prettig nonchalant – Van Noten weet hoe vrouwen hun kleding tegenwoordig dragen. Gebroken wit, geel en hardblauw speelden een grote rol, maar in de finale overheerste zwart, een zeldzaamheid bij Van Noten. Dat zwart, en de 23 langzaam smeltende, anderhalf meter hoge blokken ijs met weelderige boeketten erin – objecten van de Japanse kunstenaar Azuma Makoto – gaven een licht-melancholische sfeer aan de fraaie show.

Tegengif voor de malaise

Verder was de stemming overwegend licht en vrolijk bij de Parijse shows, wellicht als een tegengif voor de malaise op de wereld in het algemeen en in de mode in het bijzonder; de inkomsten van veel modehuizen staan al een tijd onder druk. Veel transparante stoffen, veel felle kleuren (rood, geel, oranje, paars en roze; die laatste twee niet zelden bij elkaar). Zelfs bij anders ingetogen merken als Lemaire kwamen vrolijke rode jurken voorbij.

Opvallend veel ontwerpers gebruikten plissés; Haider Ackermann had lange, felgekleurde plissérokken (gedragen met T-shirts met teksten als ‘Silence’) en geplisseerde metallic tops. De geplooide jurken van Veronique Branquinho waren aan de achterkant langer dan aan de voorkant.

Bij Chanel was de vaste locatie, het Grand Palais, ingericht als een mainframe computer: het ‘Chanel data center’. De eerste twee modellen waren verkleed als robots – in klassieke Chanelpakjes – maar verder leken vooral de felgekleurde kabels de inspiratie te zijn geweest voor de collectie; een groot deel van de show bestond uit vrolijk gekleurde, vrij korte mantelpakjes, of de losse onderdelen daarvan, gecombineerd met lingerie.

Af en toe leek er een beetje kortsluiting in Chanels ontwerpserver geweest te zijn, zoals bij een rok met een paars-roze ‘computerdessin’, aan de rand versierd met stukken bont, en gedragen met een gewatteerd leren jasje en een kanten onderrok.

Instagram: Milou van Rossum