Recensie

Bedreigd Cappella Amsterdam en Orkest van de 18e Eeuw tonen zich springlevend

Hun Missa Solemnis is exuberant met veel intelligente subtiliteiten.

Het Orkest van de Achttiende Eeuw tijdens een oefensessie. Foto Annelies van der Vegt

Een koor zonder subsidie en een orkest zonder zijn nestor; Cappella Amsterdam en het Orkest van de Achttiende Eeuw bevinden zich beide in rimpelig vaarwater. Op papier, althans. In klanken valt vooral op dat de koperen karakterklank van het orkest nog steeds springlevend is en dat Cappella Amsterdam zingt met optimale kernachtigheid en homogeniteit – ook nu de geledingen voor Beethovens grootse Missa Solemnis zijn verstevigd tot veertig zangers.

Het Orkest van de Achttiende Eeuw werkt in het era na het overlijden van Frans Brüggen met een handvol dirigenten met wie het klikt. Daniel Reuss, artistiek leider/dirigent van Cappella, leidt nu de Missa Solemnis en straks Bachs Matthäus-Passion.

Reuss opteerde dinsdag bij de try-out in Zaandam voor een Missa met veel buikgevoel: groots, vaak compromisloos exuberant maar ook met zeer veel intelligente subtiliteiten in vanuit de tekst gedachte, soms opvallend dansante fraseringen. De akoestiek van de kerk was ongeschikt voor de vulkanische krachten die in Beethovens muziek borrelen, stuwen en vooral uitbarsten, en die door Reuss ook niet worden beteugeld. Daardoor hing de balans tussen koor en orkest soms nog een beetje uit het lood. Maar dat zal in zalen als de Doelen, Vredenburg en het Concertgebouw zeker op zijn plek vallen. Een absolute troef is ook het prachtig versmeltende solistenkwartet met o.a. Carolyn Sampson en Marianne Beate Kielland.