‘Dit komt niet in de plaats van gedragscodes’

Interview Thom de Graaf

Thom de Graaf, voorzitter van de accreditatiecommissie, legt uit hoe in de zorg capabele bestuurders worden geselecteerd.

Foto ANP/Koen van Weel, Sander Koning

Een voorbeeld voor de onderwijssector. Zo noemt Thom de Graaf, voorzitter van de Vereniging Hogescholen (de voormalige HBO-raad), het systeem dat in de zorg is opgetuigd om bestuurders op kwaliteit te toetsen. De beroepsvereniging van zorgbestuurders trok De Graaf als buitenstaander aan om het proces van accreditatie te bewaken in de rol van voorzitter van de accreditatiecommissie.

Sinds eind 2013 kunnen bestuurders in de zorg zich laten accrediteren. Twee vragen staan centraal: zijn de bestuurders behept met een gezonde dosis zelfreflectie? En werkt de bestuurder actief aan zijn of haar professionele ontwikkeling?

Kun je zeggen: wie slaagt is een goed bestuurder?

„Dat kan nooit 100 procent gegarandeerd worden. Fouten kunnen nog steeds worden gemaakt. Het geeft geen garantie op integriteit. Wat zo’n systeem van accreditatie vooral doet is het bevorderen van de professionele ontwikkeling van bestuurders. Dat bestuurders op zichzelf reflecteren. Een bestuurder laat zich spiegelen en toetsen. Welke zwakke punten wil de bestuurder verbeteren? Dat geeft een begin van vertrouwen. Ik zou zeggen, meer dan een begin.”

Moet een goede zorgbestuurder een jaarrekening kunnen lezen?

De Graaf lacht. „Het verschilt per functie. De ene bestuurder leidt een klein verpleegtehuis, de ander leidt een groot academisch ziekenhuis.”

Wat betekent het als straks een geaccrediteerde bestuurder er met de bedrijfskas vandoor gaat?

„Er zit veel in de accreditatie, maar niet een forensische recherche. De auditoren hebben niet de bevoegdheid om iemands doopceel te lichten. De accreditatie is geen bewijs van goed gedrag, maar een bewijs van professionaliteit.”

Is het project geen moetje, onder maatschappelijke druk ontstaan?

„Nee, ik zou het eerlijk gezegd willen omdraaien. Het is vanuit de beroepsgroep van bestuurders zelf ontstaan. Zij hebben hulp van externe deskundigen ingeroepen om dit te ontwikkelen. Er was toen nog geen politieke druk, dat is pas vanaf de laatste twee jaar dat het meer in de Kamer wordt besproken. Men is niet gaan bewegen toen er een dreiging was van de overheid. Sterker, de zorgsector loopt voorop in de publieke sector. Het onderwijs is nog niet zover, de woningbouwcorporaties evenmin.”

Hoe waarborgt dit systeem dat bestuurders zich beter verantwoorden?

„De accreditatie toetst vooral de houding van de bestuurder, of die bereid is verantwoording af te leggen. Staat hij of zij ervoor open? Dit komt niet in de plaats van gedragscodes.”

U heeft het over transparantie en verantwoording. Wordt het dan niet tijd dat bestuurders hun persoonlijke declaraties publiceren? Of dat de bestuurders hun ziekenhuistarieven openbaar maken of dat zij ervoor kiezen onder de Wet openbaarheid van bestuur te vallen?

„Ik ga daar überhaupt geen uitspraken over doen. Ik ben niet werkzaam in de zorg. Daar moet ik van wegblijven.”

Waarom is het alleen voor NVZD-leden?

„Omdat het een initiatief is van de NVZD. Ik mag hopen dat de minister het niet verplicht gaat stellen. Als het van de overheid moet, wordt het meer een bureaucratisch trucje en moet je het vinkje binnen hebben.”

Is er al iemand afgekeurd?

„Ja, al zal dat een uitzondering blijven. Want ik hoorde Kamerleden zeggen dat er ook heel wat mensen moeten afvallen, omdat het systeem anders niet zou werken. Dat is niet helemaal waar. Want als iemand met zwakke feedback aankomt, dan zal hij toch echt het signaal krijgen dat een gesprek niet zo zinvol is. Mensen zullen zich dan tussentijds terugtrekken. En dat gebeurt ook. Er is er één formeel afgewezen, maar dat is niet de enige die de toets niet zou halen.”

Er is meer dan één bestuurder geweest die zich heeft teruggetrokken?

„Ja. Die vonden het verstandiger om in een later stadium terug te komen. En dat is ook prima.”

De toets wordt gedaan door de brancheclub. Categorie slager keurt eigen vlees. Is dat niet een risico voor de geloofwaardigheid?

„Dat zou zo kunnen zijn als een paar zorgbestuurders bij elkaar gaan zitten en elkaar gaan aanwijzen: jij bent geaccrediteerd en jij niet. Maar dit proces is zo ontworpen dat de auditoren niet werkzaam zijn in de zorg en de commissie die de auditoren toetst evenmin. Er zitten juist genoeg waarborgen in voor onafhankelijkheid.”