Onderwijs

De studenten die zo slecht schrijven zijn misschien niet geschikt voor hoger onderwijs

Moeten zoveel jongeren wel hoogopgeleid zijn, zeker als ze niet goed kunnen schrijven, vraagt Anna Bosman zich af.

Een leerling van de Willem Alexanderschool schrijft met scheerschuim. ANP ARIE KIEVIT

Anna Bosman

Het aantal studenten dat het hbo en wo instroomt blijft gestaag groeien. Veertig jaar geleden volgde slechts tien procent van jongeren tussen 18 en 25 jaar hoger onderwijs. Momenteel is dat meer dan een derde. De veelgehoorde klacht van docenten lijkt aan te geven dat het middelbaar onderwijs er niet in slaagt om het niveau van de schriftelijke taalbeheersing van deze steeds groter wordende groep op peil te krijgen. Voor een deel kan dat verklaard worden door onvoldoende aandacht voor spelling en grammatica op de middelbare school. Een ander veronderstelling is dat het benodigde niveau voor het hoger onderwijs nou eenmaal niet weggelegd is voor een dergelijke grote groep.

Mijn ervaringen met de begeleiding van masterscripties geven aanleiding om ook te twijfelen aan het denkniveau van de studenten. Op basis van een aantal zinsconstructies meen ik te kunnen afleiden dat de student soms niet goed begrijpt wat hij of zij wil zeggen. Drie voorbeelden uit academische masterscripties:

  • “Een consequentie voor therapie is er denk ik voornamelijk voor de nazorg van patiënten die kampen met ……”
  • “Zonder dat iemand het door heeft is het agenda onderwerp onafgerond van de kant en word bijvoorbeeld ……”
  • “De participanten heften zo snel mogelijk de rechterarm of linkerarm voorwaarts met het horizontale vlak.”

Of de kwaliteit van de schrijfproducten veertig jaar geleden echt hoger was dan nu, kan ik moeilijk vaststellen. Helaas zijn alle papieren doctoraal- en masterscripties van de opleiding waar ik doceer in de papierversnipperaar verdwenen. Ik had het onderzoek graag uitgevoerd.

Oefenen

Wat ook de verklaring moge zijn, als we het taalbeheersingsniveau omhoog willen hebben, dan moet er wat gebeuren. Door in het basis- en middelbaar onderwijs te oefenen met spelling, grammatica en zinsbouw kan de aanstaande student een goede basis krijgen. Deze taak ligt bij het middelbaar onderwijs en niet bij het hoger onderwijs. Ik stel dan ook voor om de toetsing van deze vaardigheden op te nemen in het centraal schriftelijk examen. Alleen dan hebben we de garantie dat er ook daadwerkelijk onderwijs in deze vaardigheden wordt gegeven.

Een belangrijk misverstand onder sommige specialisten in het taalonderwijs is dat studenten zich eerst moeten concentreren op de communicatieve waarde van taal. Studenten zouden vooral duidelijk moeten schrijven (er wordt hier stellen bedoeld); spelling en grammatica komen dan op het tweede plan. De veronderstelling dat heldere schriftelijke communicatie losstaat van spelling en grammatica is volstrekt onjuist. De bovengenoemde voorbeelden laten nou juist zien dat onduidelijke communicatie samengaat met slechte grammatica, spelling en zinsbouw.

De didactiek van het leren schrijven/stellen zou hetzelfde moeten zijn als die bij leren lezen en spellen. Eerst leren we de letters lezen en opschrijven, gevolgd door korte klankzuivere woorden, om uiteindelijk steeds moeilijker woorden te leren lezen en spellen. Bij schrijven/stellen is het niet anders. Eerst zinnen leren formuleren met minimaal een onderwerp en een gezegde. In de schrijftaal is dat de meest eenvoudige en volledige zin: Ik schrijf. Vervolgens kan er een lijdend voorwerp worden toegevoegd: Ik schrijf een brief, om daarna de zin uit te breiden met een meewerkend voorwerp: Ik schrijf een brief aan mijn broer. Gestructureerde en systematische oefening vormen de basis voor het schrijven van ingewikkelde constructies: Ik schrijf een uitgebreide brief aan mijn broer die onlangs een lange reis heeft gemaakt waar hij gisteren van teruggekeerd is. Om een dergelijk zin te kunnen formuleren is kennis van de spelling, maar vooral van de grammatica en de zinsbouw nodig.

Het papier praat terug

Als je als schrijver weet wat correcte zinnen zijn, ben je namelijk in staat om je eigen teksten te beoordelen op duidelijkheid en grammaticaliteit. Natuurlijk moet je wel ongeveer weten wat je wilt zeggen. Paradoxaal genoeg blijkt het proces van schriftelijk formuleren daar nu juist zeer behulpzaam bij te zijn. Door je gedachten op te schrijven wordt duidelijk of je weet wat je wilt zeggen. Ik zeg altijd tegen mijn studenten: Begin met schrijven, want het papier praat terug. Het papier praat echter alleen op zinvolle wijze terug als de geformuleerde zin min of meer grammaticaal correct is en als je als schrijver ook in staat bent om de taalkundige kwaliteit van je eigen zinnen te evalueren. Pas dan kun je vaststellen of wat er staat ook dat is wat je bedoelde te zeggen en tevens of er sprake is van enige logica en structuur in elke alinea, paragraaf en het hele stuk.

Gedegen basiskennis over zinsbouw, grammatica en spelling vormen een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde voor het leren schrijven van een gestructureerde tekst met een duidelijke boodschap. Gedegen kennis over het onderwerp waarover je wilt schrijven is eveneens onontbeerlijk. Dit aspect krijgt in het hoger onderwijs te weinig aandacht. Als je nauwelijks iets weet van een onderwerp, dan heb je er ook niets zinvols over te zeggen.

Anna Bosman is hoogleraar leren en ontwikkeling aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.