Comfortabel maar kleurloos

De nieuwe hybride Hyundai is saai, vindt Bas van Putten. Maar goedkoop is hij wel.

Peter de Krom

Japanners hoef je over nieuwe aandrijflijnen niet meer bij te praten. Nadat Toyota het complete modellengamma hybridiseerde, kwam het vorig jaar met de Mirai op waterstof. Honda heeft al tijden waterstofmodellen, Nissan de elektrische Leaf. Alleen Mazda houdt het voorlopig bij verbrandingsmotoren.

De Koreanen liepen tot nu toe niet voor de fanfare uit. Kia heeft de elektrische Soul EV, Hyundai een waterstofmodel dat zelfs voor normale stervelingen te koop is. Die hebben daar in Nederland helaas alleen iets aan als ze in de buurt van een van de schaarse waterstofstations wonen. Verder lag voor beide fabrikanten afgelopen tien jaar de prioriteit bij kwaliteitsverbetering en toonbare modellen. Nu die doelstellingen zijn gehaald, staat de tweede grote horde op de rol: een dekkend aanbod van emissie-arme en uitstootvrije auto’s. Het wiel uitvinden gaat niet meer. Ze kunnen wel een oude Aziatische troef inzetten: het spul goedkoper maken dan de gamechangers.

Dat was altijd de kracht van merken uit die regio. Toyota leverde voor de prijs van een kale Golf een Corolla met een klokje en de radiocassettespeler die de Duitsers vrekkig in mindering brachten op de kwaliteitsbonus. Dat liet het Nederland van de jaren zeventig zich geen twee keer zeggen. Nu de middenklasse het weer zwaar heeft, pareert Korea de Verelendung met spotgoedkope hybrides en EV’s.

Over de net geïntroduceerde hybride Kia Niro schreef ik al met gepast matte waardering; niks aan, niets op aan te merken. Het grote nieuws komt van Hyundai, dat dit najaar de auto brengt die drie milieuvliegen in één klap slaat. De Ioniq wordt leverbaar als hybride met de techniek van de Niro, later dit jaar ook als volledig elektrische auto. In 2017 volgt een plugin hybride met een stekker voor nog meer elektrische kilometers.

Kraak noch smaak

Niks nieuws onder de zon, maar des te meer onder de streep: de prijslijsten verklaren de oorlog aan Toyota. Het bevredigend uitgeruste basismodel van de normale hybride, airco standaard, wordt verkrijgbaar vanaf 21.995 euro, acht mille goedkoper dan de simpelste Prius. De elektrische Ioniq, met een theoretische actieradius van 280 kilometer, zal 34.000 euro kosten. Met dat bereik komt hij weliswaar niet in de buurt van een Tesla Model S, die is wel twee tot drie keer zo duur, en de concurrenten in de prijsklasse tot 35.000 euro lopen sneller leeg. Zelfs met hun nieuwe, grotere accu’s houdt het bij de Renault Zoë en Nissan Leaf na 240 kilometer op. De vernieuwde BMW i3, die met zijn eveneens vergrote 94 Ah-accu nu 300 kilometer zou moeten halen, is duurder en kleiner. Natuurlijk zijn alle opgegeven waarden, dus ook die van Hyundai, theoretische reikwijdten op basis van de irritant onrealistische NEDC-meetcyclus. Trek er in de praktijk veiligheidshalve 50 tot 100 kilometer af. Op koude winterdagen, die accu’s slecht trekken, daalt de actieradius met 30 procent. Niettemin maakt het goed opgetuigde laadpalen-netwerk van dit land de EV tot een te overwegen optie, zodat de prijs en een blijvend lage bijtelling van 4 procent net de doorslag kunnen geven.

De presentatie van beide Ioniqs was er een in het rondje-om-de-kerk-genre. Harde conclusies over verbruik (hybride) en actieradius (EV) vragen meer adem. Toch heb ik voldoende kilometers kunnen maken om te voorspellen dat de nieuwkomers op de leasemarkt voor enige opschudding zullen zorgen.

De hybride heeft volgens de boordcomputer na 70 kilometer 4,4 liter benzine op 100 kilometer verbruikt. Dat gaat richting 1 op 23. Op B-wegen daalt de consumptie zo snel dat het waarschijnlijk nog veel beter kan. Hoewel die verbruiksmeters altijd overdrijven, zal hij in de praktijk altijd minimaal 1 op 20 scoren. Dat doet een Prius niet zoveel beter dat je het prijsverschil op een achternamiddag terugverdient.

De Ioniq EV wekt vergelijkbare beloften. Na een eveneens 70 kilometer lange rit blijkt de actieradius te zijn gedaald met exact het aantal gereden kilometers, een indicatie dat de boordcomputer redelijk betrouwbare data communiceert.

De auto zelf is comfortabel, degelijk en kraak noch smaak. Hij is er niet om designprijzen te winnen en je lifestyle op te leuken. Hij lijkt op de inmiddels afgevoerde Honda Insight, een illusieloos keurige familievijfdeurs voor de onderkant van de leasemarkt. De medewerkers buitendienst die hier de komende vijf jaar mee worden opgescheept gaan er qua representativiteit niet dramatisch op achteruit, laten we het daar diplomatiek op houden. Ik sluit niet uit dat de Hyundai-importeur een leuke kerstgratificatie uitkeert.