Recensie

Big Bob data: een Dylan-exegese van ruim twee kilo

Muziekboek Zowel fans als echte kenners van Bob Dylan zullen veel plezier beleven aan dit lijvige werk over de 492 songs van de nu 75-jarige popmuzikant.

Als er één popmuzikant is die niet bijster veel moet hebben van cijfertjes – behalve die van zijn bankrekening en, misschien, die van de getallenmystiek – dan is het de nu 75-jarige Bob Dylan, in 1941 als Robert Allen Zimmerman geboren te Duluth, Minnesota, woonachtig in Malibu (Californië) en Minnesota, tweemaal getrouwd (1965-1977 en 1986-1992), vader van zes wettige kinderen (een adoptief), auteur van 492 songs, met volgens Wikipedia op zijn naam in totaal 37 studioalbums, 58 singles, 11 live-albums, 12 bootleg albums, een autobiografie (deel één) en een dichtbundel. O ja, en hij is 1 meter 71. Het belangrijkste weetje over Bob Dylan is intussen: dat hij nog leeft.

Dylans artistieke wederopstanding en de hernieuwde lof die hem sinds de jaren ’90 ten deel valt, vormen samen een van de grootste, en meest welkome, wendingen in de moderne popcultuur. Van verguisde protestzanger is hij nu alweer decennia een volkomen salonfähige bard-op-leeftijd, die nog steeds weet te verrassen met zijn kenmerkende mengeling van wereldwijsheid en poëtisch absurdisme. Journalisten en biografen raken maar niet over hem uitgeschreven. Alles is uitgezocht, tot en met het exacte aantal dagen dat hij waar in welke studio met wie doorbracht.

Nerdwriter maakte deze boeiende analyse over Dylans hit All Along the Watchtower. De tekst gaat verder onder de video.

Geen wonder dat er in navolging van hun succesvolle grote Beatles-boek ook een Bob Dylan Compleet moest komen van Jean-Michel Guesdon en Philippe Margotin, een koffietafelboek annex naslagwerk waarin álle weetjes en feiten staan over de nummers die Dylan vanaf ’61 opnam.

Dat boek is er nu, 704 pagina’s dik en 2,6 kilo zwaar. Guesdon en Margotin zetten van alle songs en albums helder en deskundig de ‘achtergrond en tekst’ en ‘productie’ uiteen, inclusief verwijzingen naar Dylans bronnen en feiten over het betrokken studiopersoneel alsmede over het instrument dat Dylan bespeelde (ja, een gitaar, maar welke? De Martin 00-17, 00-18 of toch de Gibson J-50?).

Hun commentaar op songs en albums is doorgaans trefzeker en precies, en dat motiveert de lezer om nog eens te gaan luisteren – op zichzelf al winst. Soms werkt hun encyclopedische punctualiteit op de lachspieren, vooral in het commentaar bij de vroege nummers: ‘Op 0:37 is een plofklank te horen in het woord pretty’, ‘tussen 2:02 en 2:05 lijkt hij licht in paniek’, ‘hij mist zelfs een aantal keren de lage snaar op zijn gitaar (1:40, 2:09)!’ Nee maar, Bob Dylan was drie seconden in paniek!

Boek vol details, maar toch niet volledig

Dat is, hoe kan het ook anders in een boek vol details, maar een detail. Met dit blader- en bewonderboek kunnen beginnende liefhebbers jaren vooruit. Maar ook Dylanologen zullen er veel plezier aan beleven. Als omissie zou kunnen gelden dat de auteurs alles inzake Dylan wel heel serieus nemen; daardoor blijft zijn onwaarschijnlijke talent voor het absurde, en voor humor-zonder-echt-te-lachen, onderbelicht. Maar dat heb je met ware encyclopedisten – die willen daar eerst een lijstje van maken.

Een ernstiger gemis is, zeker gezien de titel, dat de auteurs vrijwel de gehele Basement Tapes Complete onbesproken laten, een Heilige Graal voor Dylan-kenners, die pas in 2014 uitkwam. Ze excuseren zich in hun voorwoord wat zwakjes dat ze ‘niet konden schrijven over alle 138 opnames’ van die legendarische verzameling.

Jammer, want zonder exegese van ‘Sign on the Cross’, om zelfs van ‘See You Later, Allen Ginsberg’ is ook een Dylan-exegese van ruim twee kilo nog niet compleet.