‘Aziaten gaan aan de friet, dat is het’

Reportage Patatfabriek De vraag naar bevroren patat blijft stijgen. De fabriek van Aviko, een grote internationale speler, draait 24 uur per dag door.

De frietfabriek van Aviko in Steenderen, waar per uur gemiddeld 45 ton aardappelen wordt verwerkt tot diepgevroren patat. Vooral in India en China stijgt de vraag hiernaar. Foto John van Hamond

Aardappelboeren houden niet van golf. Bij aardappelverwerker Aviko zijn ze er ook al niet dol op. Want stel je een partij aardappelen voor, die hier in de patatfabriek in Steenderen met waterkracht door een grit van vlijmscherpe messen wordt geduwd, om in lange repen te eindigen. En dat dáár dan zo’n golfballetje tussen zit. Gevolg: messen stuk, machine stil.

Dat vinden ze bij Aviko (757 miljoen euro omzet in 2015, 18 miljoen winst, 2.055 werknemers) niet fijn. Hoe meer productie, hoe beter. Bevroren friet is hot. De vraag hiernaar, en naar andere aardappelproducten als rösti en kroketjes, neemt al jaren toe. En Nederland, dat 25 procent van de wereldmarkt bedient, is een van de belangrijkste exporteurs. Alleen de Belgen exporteren nog meer.

Aviko (onderdeel van voedingsmiddelenconcern Royal Cosun) is de grootste aardappelverwerker van Nederland en de vierde ter wereld. Andere grote spelers in Nederland zijn het Canadese McCain, het Amerikaanse Lamb Weston, en het Nederlandse Farm Frites.

Het is oogsttijd

Het is druk bij de Avikofabriek in het Achterhoekse Steenderen. Oogsttijd, nog een week of twee, drie. Buiten staan zo’n twintig vrachtwagens vol aardappels. Binnen raast de productie 24 uur per dag door. In anderhalf uur kan een aardappel hier diepgevroren friet worden.

Aardappelproductie is geen stille aangelegenheid. Sorteren, wassen, drogen, frituren, verpakken: bijna alles maakt herrie. Mensen zijn schaars. De machines kunnen bijna alles zelf. Bij het verpakken is het nog het drukst. Een kwetsbare plek: folie blijft plakken, dozen blijven steken.

Er zijn ook werknemers die frituren. Monsters van nieuwe aardappels, net uit het vet, worden naast een staalkaart gehouden. Kleur 000: véél te licht. Kleur 4: véél te bruin. Verderop proeft een werknemer steekproefsgewijs net ingevroren frieten. Nee, hij heeft nog geen hekel aan patat, „maar het is geen verwennerij meer”.

Nederland verdiende, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, vorig jaar zo’n 1,3 miljard euro met de export van bevroren aardappelproducten. De aardappelsector zal de komende jaren naar verwachting nog veel groter worden. De verwerking van consumptie-aardappelen in Nederland (nu 3,8 miljoen ton) en België (nu 4 miljoen ton) zal volgens ramingen van de Rabobank gezamenlijk toenemen met zo’n 2 miljoen ton.

Op dit moment wordt de meeste bevroren friet nog verkocht aan Europese landen (het Verenigd Koninkrijk voorop) en het Midden-Oosten (Saoedi-Arabië). Maar de grootste groei wordt verder weg verwacht. Zoals Peter Dekker, commercieel directeur van Aviko, het formuleert: „Aziaten gaan aan de friet, dat is het.” Vooral in India en China. Volgens Dekker heeft de groeiende middenklasse er steeds meer interesse in „kipgerelateerde fastfood”. En bij kip hoort patat.

Tekst gaat verder onder de grafiek.

Fabrieken in China

Nu is China van oudsher vooral de markt van Noord-Amerikaanse patatmakers. Vanuit Nederland is China nou eenmaal ver weg. Maar verschillende grote aardappelverwerkers hebben inmiddels eigen fabrieken op Chinees grondgebied.

Aviko waagde de stap in 2008, eerst met een fabriek voor gedroogde aardappelproducten, een makkelijker product dan verse aardappels. Sinds 2014 heeft Aviko ook een meerderheidsbelang in een frietfabriek in het noordoosten van China. Het produceert er merken als Tulip en Windmill. Farm Frites (299 miljoen omzet, 7,6 miljoen winst, 1.500 werknemers), bouwt nu een Chinese locatie. McCain bakt er al sinds 2004 french fries.

Sinds vorig jaar heeft de aardappel in China – nu al de grootste producent van aardappels ter wereld, met een vijfde van de totale teelt – helemaal het tij mee. Vorig jaar verklaarde de Chinese overheid de aardappel tot basisvoedsel, waarvan nóg meer verbouwd moet worden. De aardappel is voedzamer dan rijst, namelijk. En heeft minder behoefte aan water. Rabobank verwacht de komende jaren een consumptiegroei van 16 procent.

Toch is het niet alleen maar feest in de patatbranche. Want ook al lonkt Azië, de in Nederland gesneden friet gaat voor het grootste deel naar het Verenigd Koninkrijk: vorig jaar importeerden ze daar voor 311 miljoen euro aan Nederlandse bevroren aardappelproducten. Maar die patat, partjes en kroketjes zijn sinds de koersval van het pond na het referendum over een Brexit een stuk duurder geworden. Dekker van Aviko zegt zich daar niet zo’n zorgen om te maken en verwijst naar zijn ervaringen van de afgelopen jaren. „Friet is crisisbestendig.”