Syrisch leger zegt aanvallen op Aleppo te verminderen

Zo moeten burgers in de zwaarbevochten stad in staat worden gesteld te evacueren.

Beeld van een kapotgeschoten wijk in Oost-Aleppo. Foto: Abdalrhman Ismail / Reuters

Het Syrische regeringsleger gaat het aantal luchtaanvallen op Aleppo verminderen. Dat heeft de opperbevelhebber van het leger woensdag bekendgemaakt volgens persbureau AP.

In een verklaring op de Syrische staatstelevisie laat de commandant weten dat burgers in het belegerde Oost-Aleppo zo de gelegenheid krijgen het gebied te verlaten. De rebellen zouden de burgers er volgens de commandant als levend schild gebruiken. Al ruim twee weken wordt het gebied hevig door de regering aangevallen, met bombardementen en een grootschalig grondoffensief. Zeker driehonderd burgers kwamen hierbij om het leven. Ook zijn ziekenhuizen en waterinstallaties bestookt. Zo’n 275.000 mensen zitten vast in Oost-Aleppo.

Een woordvoerder van een rebellengroep laat weten dat het voorstel van de regering niet wordt geaccepteerd:

“De regering gebruikt de tactiek van de verschroeide aarde tegen ons, en ‘zegent’ ons met een mogelijkheid te vertrekken? Natuurlijk weigeren we dit.”

Satellietbeelden

Woensdag brachten de Verenigde Naties satellietbeelden naar buiten waaruit blijkt dat aan Oost-Aleppo een “aanzienlijk deel extra schade” is toegebracht sinds de mislukte wapenstilstand. Op 19 september maakte de Syrische regering een einde aan de zevendaagse wapenstilstand in het land. Enkele uren daarna werd een hulpkonvooi van de VN gebombardeerd, volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten door Syrische of Russische gevechtsvliegtuigen.