Bon Iver: Omineuze pogingen jezelf te verstoppen

Recensie Sinds de cd For Emma, Forever Ago (2008) stond Bon Iver voor authenticiteit. Op zijn nieuwe cd 22, A Million distantieert Justin Vernon zich daarvan.

Justin Vernon alias Bon Iver houdt zijn stem en gezicht verborgen. Foto Jagjaguwar | Press Alcove

De Amerikaanse zanger Justin Vernon, alias Bon Iver, lijkt zichzelf te willen uitgummen. Zijn stem, zijn gezicht – ze zijn nauwelijks nog herkenbaar. Op nieuwe portretten wordt Vernons gezicht bedekt door rook of vlekken. Want, zegt hij, zijn gezicht is exclusief voor zijn vrienden. Iets dergelijks geldt ook voor zijn zangstem. Vernons kwetsbare stem is op zijn nieuwe, derde album, 22, A Million, nagenoeg afwezig. Hij zingt, maar de klank werd zodanig bewerkt dat deze bijna wordt overstemd.

Speciaal voor het nieuwe album ontwikkelde Vernon met producer Jack Messina een combinatie van software en hardware, ‘Messina’ genaamd, die het mogelijk maakt de stem ook live te manipuleren. Dankzij die methode lijkt zijn stem te versmelten met keyboard, saxofoon of viool. Of hij klinkt juist schel en metalig, als een robot.

Breuk met het verleden

Het is niet voor het eerst dat Vernon (35) een ‘nieuwe’ stem kiest. De vorige keer dat hij van klank veranderde, leidde dat tot een wereldwijde doorbraak. Het was immers de gevoelige falset die te horen was op For Emma, Forever Ago (2008) waarmee Vernon zijn grote aanhang verwierf. Die falset betekende een breuk met het verleden. Na het beëindigen van een relatie en het uiteenvallen van zijn band, had Vernon zich een paar maanden terug getrokken in de bossen van Wisconsin. Daar schreef hij For Emma, Forever Ago en vond hij z’n nieuwe stem: niet meer ruw en laag, maar ijl en hoog.

Voor 22, A Million veranderde Vernon niet alleen zijn stem, maar hele stijl. Glooiende melodieën hebben plaatsgemaakt voor een minimalistische stijl met echo’s van r&b; niet hedonistisch, maar uitgebeten en stekelig. Daarmee schaart Vernon zich achter het hedendaagse gilde van experimentele producers als Arca (bekend van zijn werk voor Björk) en Boots (van FKA Twigs).

Moeilijk album

22, A Million is een moeilijk album, met brokkelige composities en instrumentaties die soms bedoeld lijken om te tergen. Maar het loont de nummers te blijven beluisteren.

Uit de claustrofobische chaos die 10 d E A T h b R E a s T op het eerste gehoor lijkt – met een overstuurd marsritme, zuigende keyboards en metalige robotstem – destilleren zich halverwege een robotesk dansritme en barmhartige saxofoons. Het daar op volgende 715 - CRΣΣKS, met hetzelfde clichématige auto-tune effect op de stem als veel rappers zich tegenwoordig aanmeten, vergt geduld.

Maar dat wordt beloond met 29 #Strafford APTS. Aan het eind van dat nummer klinkt Vernons stem alsof deze zich door een dikke laag roest richting luisteraar moet worstelen.

Maar sommige episoden van die compositie zijn juist ontroerend in hun tederheid. Zacht als een veer strijken een getokkelde gitaar en luchtige synthesizer langs de gehakkelde woorden. Ook 8 (circle), met zijn orkestratie die in de verte lijkt op te doemen en 00000 Million zijn grillig maar heuglijk.

Radicaal getransformeerd

Het blijft de vraag waar deze nieuwe stijl vandaan komt. Dat er iets broeide was bekend, zo kondigde Vernon eerder aan dat hij wilde stoppen met Bon Iver. In zekere zin heeft hij dat nu gedaan. Niet door de band op te heffen maar door deze radicaal te transformeren.

De reden is wellicht persoonlijk. Vernon geeft op dit moment geen interviews, alleen persconferenties. Maar aan de Britse krant The Guardian vertelde hij vorige maand dat hij niet opgewassen was tegen het sterrenbestaan, met zijn eindeloze tournee’s, onpersoonlijke sporthallen, de bemoeizucht van onbekenden. Hij zocht bescherming en vond deze in een digitale ‘vermomming’.

22, A Million doet denken aan Kid A, het album waarmee Radiohead in 2000 de oude stijl verliet ten gunste van drumcomputers, synthesizers en blaasinstrumenten. Of 22, A Million net zo invloedrijk is moet nog blijken. Al zal dat Justin Vernon niet veel kunnen schelen. Voor hem is dit een stap uit lijfsbehoud. Ook in zijn nieuwe teksten trekt hij rookgordijnen op (met zelfbedachte woorden - ‘fuckified’ - en onverstaanbare tekstregels), maar sommige frasen zijn niet mis te verstaan. In 666 ‘ constateert hij ‘I’m still standing’. In het openingsnummer zingt hij It might be over soon, opgelucht repeterend als een mantra.