Mannen na pabo veel minder vaak voor de klas dan vrouwen

Mannen in het basisonderwijs hebben vaker dan vrouwen een ander beroep dan leerkracht.

Waar 57 procent van de vrouwen na de pabo als leerkracht in het basisonderwijs aan de slag gaat, geldt dit voor slechts 37 procent van de mannen. Foto: Robin Utrecht / ANP

Mannen staan na het afronden van de pabo veel minder vaak voor de klas dan vrouwen. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Waar 57 procent van de vrouwen na de pabo als leerkracht in het basisonderwijs aan de slag gaat, geldt dit voor slechts 37 procent van de mannen.

Mannelijke pabo’ers hebben vaker dan vrouwen een baan als manager, onderwijsdeskundige of stromen door als docent in het voortgezet onderwijs. Vrouwen die niet voor de klas staan vinden veelal een baan in de kinderopvang of als onderwijsassistent.

In 2015 hadden in Nederland in totaal 27.000 mannen de pabo afgerond, tegenover 114.000 vrouwen. De meeste mannen en vrouwen werken na het afronden van de opleiding in het onderwijs: 61 procent van de mannen tegen 74 procent van de vrouwen.

Pabo steeds populairder onder mannen

Opvallend genoeg daalt het aantal mannen in het basisonderwijs al jaren, terwijl er steeds meer mannelijke pabostudenten zijn. Die groei is sinds het studiejaar 2012/2013 gaande. Hoewel het aantal mannen nog steeds lager ligt dan tien jaar geleden, is er sprake van een groei in relatieve zin omdat toen veel meer studenten de lerarenopleiding volgden: op dit moment is 20 procent van de eerstejaarsstudenten man tegenover 15 procent in 2005. Wel breken mannen hun studie vaker voortijdig af.

Overigens heeft niet alleen Nederland te maken met een groot verschil tussen het aantal mannen en vrouwen in het basisonderwijs. Zo zijn in verschillende Oost-Europese landen - zoals Kroatië, Bulgarije en Hongarije - naar verhouding nog minder mannen als basisschoolleraar aan het werk dan in Nederland. In Italië was in 2014 zelfs slechts 4 procent van de basisschoolleerkrachten een man, verwijst CBS naar cijfers van Europees statistiekbureau Eurostat.