Ombudsman

Lezer Schrijft: waarom gebruikt de krant ‘islamofobie’?

Wikipedia

Wanneer en waarom gebruikt de krant het omstreden begrip islamofobie, wil een lezer weten.

Ook in NRC duikt het woord ‘islamofobie’ op. Zie bijvoorbeeld dit stuk over Amerika vijftien jaar na de aanslagen van 11 september 2001. Wat betekent ‘islamofobie’ en waarom wordt het door nrc gebruikt?
In het artikel worden moslims en islam over een kam geschoren. Bijzonder onzorgvuldig, omdat juist het niet-maken van dit onderscheid een volwassen debat in de weg staat. Haat jegens mensen of bevolkingsgroepen (zie Trump) is van een andere orde dan haat jegens of kritiek op ideeën die mensen aanhangen en waarvoor zij, laten we daarvan uitgaan, zelf een keuze hebben gemaakt.

Adam van Dijk,
Den Bosch

Dit is een mijnenveld na vijftien jaar opschudding en debat over de islam in Nederland, waarin hard liners en ‘wegkijkers’ tegenover elkaar staan, óók over het begrip islamofobie. Het is dan ook geen neutrale beschrijvende term maar inzet van culturele en ideologische strijd om definitiemacht.
Wat betekent het?
De definitie ervan op Wikipedia luidt: ,,Islamofobie is de angst voor en afkeer van alles wat met de islam te maken heeft. Vaak wordt deze term gelinkt aan haat of vooroordeel jegens of discriminatie van moslims.’’ Ja, bijvoorbeeld in de Engelstalige Wikipedia, waar de term wordt gedefinieerd als ,,vooroordeel, haat of racisme gericht tegen de islam of moslims.’’
Beide lemma’s besteden ook aandacht aan bewaren tegen het begrip, die erop neerkomen dat het een manier is om ,,kritiek op de islam af te doen als overtrokken angst en de islam te vrijwaren van kritiek.’’ Vergelijkbaar met de dooddoener dat islamitische terroristen ‘geen echte moslims’ zijn. Nederlandse voorbeelden van die bezwaren tegen het begrip zijn hier en hier te vinden, en o ja, ook hier.
De briefschrijver maakt dan ook een onderscheid tussen islam en moslims, en wil niet dat die ,,over een kam worden geschoren’’. Hetzelfde onderscheid wordt gehanteerd door PVV-leider Geert Wilders, die zich tegen aanklachten wegens racisme verdedigt met het argument dat zijn islamkritiek gericht is op de leer, en niet op de mensen.
Maar ook dat onderscheid is weer bekritiseerd, omdat in veel radicale islamkritiek moslims nu juist worden gereduceerd tot weinig meer dan ‘dragers’ van de islam. Waarom zou je anders een immigratieverbod voor moslims bepleiten wanneer je ,,minder islam’’ in Nederland wilt? De rechter baseerde in 2011 niettemin mede op dit onderscheid Wilders’ vrijspraak.
In aanklachten tegen ‘islamofascisme’ wordt de islam als zodanig vergeleken zo niet gelijkgesteld met het fascisme, wat het onderscheid tussen leer en gelovigen ook discutabel maakt (want kun je een hekel hebben aan het fascisme maar niet aan fascisten?). Zie ook de polemiek in de Volkskrant over het opiniestuk van antropoloog Martijn de Koning, die islamofobie gelijkstelt aan racisme. Dat stuk leidde tot heftige kritiek, waarop De Koning hier reageerde.
En hoe zit het met de krant?
Het begrip mag daarin dan wel opduiken, zoals de lezer schrijft, maar erg vaak gebeurt dat niet. In 2016 telde ik het tot nu toe zeventien keer, dat is nog geen twee keer per maand. Daarbij ging het dan ook nog vaak om een citaat of de verwijzingen naar organisaties of de titel van een onderzoek. Ook dook het begrip een keer op in een ingezonden brief.
Het kwam ook voor in deze rubriek van de ombudsman, die de invoering van een ‘Islamofobie Meter’, zoals voorgesteld door columniste Lamyae Aharouay ,,geen goed idee’’ noemde, omdat het gebruik van het achtervoegsel ‘-fobie’ suggereert dat het gaat om ,,louter ingebeelde, misplaatste angst’. Dat is, na de lange reeks aanslagen sinds 11 september 2001, niet goed vol te houden.
Overigens, islamitische sites met zulke ‘meters’ zijn er, zoals deze Engelstalige site, inclusief een lijst van ‘islamofobe individuen’.
Moet het begrip daarom uit de krant geweerd worden?
Nee, zeker niet in opiniestukken, columns, citaten of verwijzingen naar sites of rapporten over het onderwerp.
En in eigen tekst van redacteuren?
Wetenschapsredacteur Dirk Vlasbom, kenner van de islam, zegt desgevraagd: ,,Ik geloof niet dat ik het woord in 26 jaar schrijven voor de krant ooit heb gebruikt.’’
Waarom niet? Hij vindt het ,,een gemakzuchtig, modieus containerbegrip dat niks zegt over reële maatschappelijke verschijnselen. Voor zover men in het Westen bang is, is dat voor mensen, niet voor een religie met duizend-en-één verschillende gezichten.’’
Chef Binnenland Bart Funnekotter zegt er dit over: ,,Als iemand het gebruikt in een interview laten we het natuurlijk staan, maar als redactie moeten we het niet gebruiken. Het maakt de discussie over alles dat met dit onderwerp te maken heeft niet makkelijker, omdat het (al dan niet terechte) religiekritiek op een hoop gooit met racisme en discriminatie.’’
Voor de nieuwsberichtgeving lijkt de prudente lijn die Vlasblom en Funnekotter voorstaan verstandig. Er is niets op tegen om het begrip islamofobie te gebruiken in citaten, of verwijzingen. Maar het is ongeschikt als terloopse, ik zou bijna zeggen ingeburgerde, feitelijke term in de verslaggeving. Niet alleen wegens de ideologische twisten erover, maar ook omdat de term een medisch-psychologisch probleem maakt van een politieke en maatschappelijke kwestie. Spreken van ,,angst’’ voor of ,,afkeer’’ van de islam of van moslims, is niet alleen concreter, maar onderstreept ook dat het niet gaat om een mysterieuze aandoening, maar om een maatschappelijk verschijnsel.