Krimgoud als 'hete aardappel’ voor de rechter

ERFgoed

De Krimoorlog bij de Amsterdamse rechter: wie krijgt de goudschatten terug die het Allard Pierson Museum in 2014 leende?

„Het Allard Pierson Museum behandelt het cultureel erfgoed uit de Krim als een hete aardappel, en die steekt nu stevig in de keel. Het museum stikt er bijna in.” Dat zei Maarten Sanders, advocaat namens de staat Oekraïne, woensdag tijdens de rechtszaak waarin Oekraïne de honderden kunstvoorwerpen opeist uit vier Krimmusea, ook wel het Krimgoud genoemd, die door het Allard Pierson Museum in Amsterdam in bewaring worden gehouden. De kunstvoorwerpen en sieraden, onder meer van goud, maakten deel uit van de expositie De Krim, goud en geheimen van de Zwarte Zee.

Tijdens die tentoonstelling werd de Krim door Rusland ingelijfd en na afloop van de expositie op 31 augustus 2014, eisten zowel de staat Oekraïne als de vier Krimmusea die de kunst aanleverden uit het door de Russen geannexeerd gebied de goudschat op. Het Allard Pierson Museum was bevreesd voor claims van de ene partij als het de goudschat aan de andere partij zou geven, en is daarom naar de rechter gestapt. Het museum, onderdeel van de Universiteit van Amsterdam, vindt het niet verantwoord een beslissing te nemen.

Voor Sanders en zijn collega Gert-Jan van den Bergh van het Amsterdamse kantoor Bergh Stoop & Sanders. was het namens de staat Oekraïne zonneklaar: „Het land van oorsprong van de goudschat is Oekraïne.” Kiev heeft volgens hen het wettelijke recht de goudschat op te eisen, op basis van onder meer Unescoverdragen, omdat de Krim bezet gebied is. Dat het Allard Pierson geen keuze durfde maken, begrijpen de raadsmannen van Oekraïne niet. „De musea op de Krim die nu de kunst terug willen, hebben actief meegewerkt aan de bezetting. Ze hebben zich opnieuw laten oprichten als Russische musea”, zei Van den Bergh.

De advocaat namens de vier Krimmusea, Michiel van Leeuwen van het Rotterdamse kantoor Boonk Van Leeuwen, bestreed dat. „De musea zijn neutraal. Ze moeten een Russische entiteit hebben, anders krijgen ze geen subsidie.” De goudschat hoort in de Krim en moet terug naar de oorspronkelijke musea, want daar hoort dit erfgoed thuis, zei hij.

De redenering dat de kunst niet terug mocht naar de Krim omdat dat nu bezet gebied is, verwierp hij, met een verwijzing naar de zogenoemde Elgin Marbles, die nu in het British Museum in Londen te zien zijn. „Lord Elgin nam in 1802 marmeren beelden mee uit Athene, om ze zogenaamd te beschermen tegen de Turkse bezetters. De beelden zijn nog steeds niet terug, terwijl Griekenland al lang niet meer bezet is door de Turken.”

De discussie tijdens de rechtszaak, waaraan ook vertegenwoordigers van de Krimmusea en het Oekraïnse ministerie van Justitie deelnamen, ging voor een deel over de interpretatie en vertaling van Oekraïense wetten op het gebied van cultureel erfgoed. Daarover buigt de Amsterdamse rechtbank zich verder.

De advocaat van het Allard Pierson Museum, Paul Loeb van Nauta Dutilh, zei tegen de rechter zich niet in de ‘hete aardappel’-beeldspraak van de advocaat van Oekraïne te herkennen: „Wij zitten niet in de puree”, zei hij. Hij meldde dat de op een geheime plaats in Nederland opgeslagen goudschat zich in goede staat bevindt. Het museum wil ook de kosten voor opslag en juridisch advies, meer dan drie ton, terug van de partij aan wie de rechter de kunstvoorwerpen toewijst. De rechtbank doet op 14 december uitspraak.