In wiens handen komt Sirte als alle IS-strijders zijn verslagen?

De strijd in Libië

Brigades uit de Misrata vechten nu in Sirte. De eenheidsregering in Tripoli en de troepen van generaal Haftar azen op de macht.

Foto Reuters

Islamitische Staat (IS) controleert nog maar een paar flatblokken in Sirte, het voormalige bolwerk van de terreurgroep in Libië. Het is een stuk woonwijk van nog geen kilometer breed. Toch lukt het de strijders die uit andere delen van Libië komen, en onder leiding staan van brigades uit de stad Misrata, maar niet om de laatste jihadisten te verslaan. Vijf maanden duurt het beleg inmiddels.

De jonge, slecht uitgeruste strijders zijn de afgelopen dagen verder opgerukt, ondersteund door Amerikaanse luchtaanvallen. Ze moeten in Sirte vechten voor ieder gebouw. Hun opmars wordt vertraagd door landmijnen, boobytraps en sluipschutters van IS.

De val van Sirte zal een zware klap zijn voor IS. Het was het belangrijkste bolwerk van de groep buiten Syrië en Irak. Het Westen hoopt dat een zege op IS de legitimiteit van de eenheidsregering in Tripoli zal vergroten. Misrata steunt de eenheidsregering en de operatie in Sirte wordt slechts in naam vanuit Tripoli geleid.

Maar de kans dat een overwinning afstraalt op de eenheidsregering is klein. De strijders uit Misrata worden sterk gewantrouwd in Sirte. Tijdens de revolutie in 2011 hebben ze flink huisgehouden in de geboortestad van Moammar Gaddafi, waar de Libische leider veel steun genoot. Sommige inwoners van Sirte verwelkomden IS daarom als een soort protectiemacht.

Bovendien maakt de eenheidsregering niet als enige aanspraak op Sirte. De stad is strategisch van groot belang. Hij ligt op nog geen 200 kilometer afstand van de grote olie-installaties, die onlangs zijn veroverd door troepen van generaal Khalifa Haftar. Hij erkent de eenheidsregering niet en ziet de slag om Sirte als een machtsgreep van Misrata.

Eerst vriend daarna vijand

Haftar was generaal in Gaddafi’s leger, maar keerde zich in de jaren negentig tegen hem. Hij vertrok naar de Verenigde Staten, waar hij plannen smeedde om de Libische leider ten val te brengen. Die kans kreeg hij in 2011: hij trok naar de oostelijke stad Benghazi en werd de tweede man van het rebellenleger.

Inmiddels staat Haftar aan het hoofd van het ‘Libische Nationale Leger’, een samenraapsel van militaire eenheden, stammen en lokale milities die de strijd hebben aangebonden met radicaal islamitische strijdgroepen. Haftar domineert de regering en het parlement in het oosten van het land en presenteert zichzelf als een ervaren militair die de orde in Libië kan herstellen.

Maar in de hoofdstad Tripoli en andere delen van het westen, waar fundamentalistische milities de macht hebben, wordt hij gezien als een restant van het oude regime met ambities om de nieuwe Gaddafi te worden. In een recent interview met persbureau AP zei Haftar dat Libië beter af zou zijn met een leider met „militaire ervaring op hoog niveau”.

Als voorbeeld noemde hij de Egyptische generaal Sisi. Net als Sisi geeft Haftar de Moslimbroederschap de schuld van veel problemen in zijn land. De mannen hebben een hechte relatie die volgens het European Council for Foreign Relations wordt gekenmerkt door „aanzienlijke wapenleveranties [en] een gezamenlijk politiek project: het uitroeien van de politieke islam en het versterken van de autonomie van oostelijk Libië”.

Washington en Brussel vinden dat Haftar een bedreiging vormt voor de eenheid van Libië. De recente verovering van belangrijke olieterminals door Haftars troepen werd door het Westen scherp veroordeeld. De VS, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje riepen hem op zijn troepen terug te trekken. Volgens hen is de eenheidsregering in Tripoli de „enige beheerder” van de Libische olie en ze waarschuwen voor „illegale olie-export”.

De inname van de olie-installies is een grote overwinning voor Haftar want olie is de kurk waar de Libische economie op drijft. Sinds Haftars troepen de terminals hebben veroverd, is de olieproductie grofweg verdubbeld. De eenheidsregering zal nu nog meer moeite hebben om zijn autoriteit te laten gelden.

Intussen is Haftar bezig zijn greep op het oosten van Libië te verstevigen. Hij heeft zijn stafchef Abdelraziq al-Nazuri onlangs benoemd tot militair gouverneur van de oostelijke regio. Al-Nazuri is voortvarend begonnen. Hij heeft de verkozen burgemeesters van zeven gemeenten ontslagen en vervangen door militaire bestuurders. De verwachting is dat er meer zullen volgen.

De militaire burgemeester die in Benghazi is benoemd, kolonel Ahmed Laraibi, heeft een verbod uitgevaardigd op alle demonstraties die niet vooraf zijn goedgekeurd. Lokale activisten vrezen dat dit het einde betekent van de revolutie. Een van hen zei daar het volgende over tegen persbureau Bloomberg:

„De grote strijd was tegen Islamitische Staat en extremisme, maar dat zal nu veranderen in een strijd tegen het maatschappelijk middenveld en de droom van een burgerlijke staat.”