Het werkpak van Thurstan Saridjo

Het werkpak

Wat draag je naar je werk? En waarom? Deze week Thurstan Saridjo (34). Hij werkt als conducteur – „de gastheer van de trein”. In zijn donkerblauwe uniform voelt hij zich goed. Het straalt autoriteit en vriendelijkheid uit.

Foto Niels Blekemolen

Het ‘Flodder-kostuum’

Op verjaardagen is het beroep van Thurstan Saridjo altijd een hit. Weinig mensen kennen een conducteur, maar iedereen kent De Conducteur. De eerste vraag die mensen meestal stellen: „Ben je al eens in elkaar geslagen?”

Het idee om conducteur te worden, kwam vijftien jaar geleden van zijn oom. Die werkte als machinist en wist dat de NS nog zocht naar conducteurs. Thurstan kwam door alle voorrondes, volgde een opleiding aan de NS-school en stond zes maanden later voor het eerst in de trein als conducteur. In zijn eentje.

Toen Thurstan begon, droegen conducteurs wat hij omschrijft als „het Flodder-kostuum”: een geel en vaalblauw uniform, net iets te groot. In 2004 is het vervangen door een driedelig, getailleerd donkerblauw pak met rode accenten. Thurstan voelt zich er goed in. Autoriteit straalt het uit, en vriendelijkheid. Want een conducteur doet meer dan kaartjes knippen. „De conducteur is de gastheer van de trein. Het belangrijkst is om mensen het gevoel te geven dat ze welkom zijn.”

Mensenkennis

De eerste jaren waren moeilijk. Thurstan was niet zo zelfverzekerd en was constant bang om in de problemen te komen. „Uniform of niet, als mensen voelen dat je ongemakkelijk bent, ben je een prooi.” Aan het eind van elke werkdag kwam hij thuis met een rotgevoel. Zijn moeder spoorde hem aan om door te gaan. „Waar wil je heen zonder diploma’s?” zei ze. „Probeer te kijken naar het positieve”, zei zijn manager. Als conducteur doe je een hoop mensenkennis op. Op kosten van NS begon Thurstan aan een studie psychologie. Nu geeft hij zelf workshops aan collega-conducteurs.

Heb vertrouwen in de ander én in jezelf, dat leert hij zijn stagiaires. De truc is om niet bang te zijn. Kijk mensen in de ogen, lach naar ze. De meeste problemen zijn op te lossen met een gesprek. En iedereen wordt leuk van leuke aandacht.

Het moeilijkst: de tijden

Thurstan werkt 32 uur per week. Het moeilijkst: de tijden. Vaak moet hij om 4.45 uur zijn bed uit. Dat heeft ook een goede kant, want om 12 uur is hij dan weer thuis. Het leukste: in de trein zie je heel Nederland en heel Nederland komt in de trein. Er is geen enkele andere baan waarin je dagelijks duizenden mensen ontmoet. Bejaarden, verliefde stelletjes, vluchtelingen, dronken studenten, zwervers. Zijn functie geeft hem een excuus om met al deze mensen te praten. „Waar kom je vandaan? Waar ga je heen? Waarom? Iedereen heeft een verhaal, en je kunt van iedereen iets leren.”

Aan het eind van de werkdag gooit hij zijn werkpak op zijn bed en verdwijnen zijn super powers. Maar naar vreemden lachen doet hij altijd, overal waar hij komt. „Dat zit er nu eenmaal in,” zegt hij, „het geeft me energie. Sommigen vinden dat raar. Maar de meeste mensen lachen terug.”