Commentaar

Een kabinet moet niet willen rommelen met raadsheren

Echte institutionele verbouwingen in het staatsbestel zijn zeldzaam en komen alleen met stoom en kokend water tot stand. De opheffing van twee hoogste bestuursrechtelijke colleges, waar de Kamer donderdag over beslist, is een uitzondering.

nrcvindt
Politiek is het stil. Media-aandacht ontbreekt. Alleen het beroepsveld spitst de oren.

Het wetsvoorstel zelf is niet ideaal, maar kan als een begin van een betere structuur worden gezien. Er zijn nu vier gerechtelijke kolommen bestuursrecht, met ieder een eigen hoogste rechter. Na dit wetsvoorstel zijn dat er nog twee: de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State (RvS) en de Hoge Raad. De Centrale Raad van Beroep wordt verdeeld over de gerechtshoven. En het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) gaat op in ‘de Afdeling’ van de RvS.

Een samengaan in één nieuw hoogste bestuursgerecht, in plaats van in twee ware beter geweest. En vooral integratie met de (Raad voor) de Rechtspraak. Maar kennelijk is alleen dit ‘twee pieken’-model rechtspolitiek haalbaar; de voordelen zijn transparantie en rechtseenheid. Het debat ging over specialisatie, doelmatigheid en de scheiding tussen advies en rechtspraak bij de Raad van State. Die is hiermee zeker verbeterd. Dubbelbenoemingen van staatsraden zijn verleden tijd. Bij velen groeide echter gaandeweg twijfel. Is dit de oplossing, en voor welk probleem ook alweer?

Belangrijker is dat in het wetsvoorstel een stevig gat gaapt. Rechters behoren volgens het Hof in Straatsburg dat er over gaat, ‘onverwijderbaar’ te zijn van hun zaken. Ze zijn voor het leven aangesteld bij een gerecht – en dat kan alleen veranderen met hun instemming. Met dank aan de trias politica, de scheiding der machten. Daarin ligt de garantie voor onafhankelijkheid, integriteit en kwaliteit van de rechtspraak. Bij de integratie van de kantonrechters in de rechtbanken, werd er destijds nauwkeurig op toe gezien dat deze rechters hun werk volgden – en dus hun positie behielden of mochten afbouwen. Die zorgvuldigheid ontbreekt nu. De RvS neemt van het CBB alleen de oudste raadsheren over – de rest, een achttal, verliest plompverloren zijn specialisatie en competentie en mag op een ander terrein opnieuw beginnen.

Overal elders is zoiets louter een personeelskwestie; maar in de rechtsstaat vallen rechter en zaak samen. Zij zijn hun werk – de politiek mag nooit zonder consensus met de rechtspraak de toedeling van zaken aan rechters opschorten. Dat gebeurt nu wel. Dit is dus rommelen met raadsheren. Deze bejegening noemt de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak ‘bizar’; de Raad voor de Rechtspraak vindt het voorstel niet rijp voor behandeling. Ernstig gemankeerd dus, dit voorstel. De Tweede Kamer kan er wat aan doen.