Onderwijs

Die excellentie bij de universiteit schaadt de gemiddelde student

De bedoeling is dat de gewone student meeprofiteert van onderwijs voor excellente studenten. Het is eerder omgekeerd: goede docenten worden onttrokken aan het gewone hoger onderwijs, schrijft Sicco de Knecht.

Anp, Bart Hoogveld

Kort geleden was ik uitgenodigd op een symposium van de studentenvereniging ASVA om een kleine presentatie te houden over excellentiebeleid. Daar besprak ik de opkomst van het idee van excellentie in het onderwijs en wierp ik de vraag op: voor wie eigenlijk? Wie profiteert er nu eigenlijk van honoursmodules en university colleges, en wat hebben we daar als collectief nu eigenlijk aan?

 

Het excellentiebeleid in Nederland heeft veelal hetzelfde uitgangspunt: de slimste en meest ambitieuze studenten moeten meer uitdaging krijgen dan het ‘standaardprogramma’ en voor hen moet iets speciaals georganiseerd worden.  De discussie daargelaten of het mogelijk is om deze excellente groep met enige precisie aan te wijzen is dit een rechttoe-rechtaan benadering die op het volgende neerkomt: je selecteert vwo’ers met een hoog eindexamengemiddelde voor university colleges, en je studenten met een 8+ mogen meedoen in het honoursprogramma.

Een bekend argument waarom deze investering in een selecte groep ook ten gunste komt aan de algemene studentenpopulatie is de veelbelovende kruisbestuiving. Investeren in de beste tien procent zal het gemiddelde van iedereen omhoog trekken is de belofte. De argumentatie hiervoor gaat als volgt : best practices uit de klas bij de honoursmodule kunnen worden ingezet in het reguliere vak kwantummechanica, topdocenten van de university colleges komen lesgeven in de masteropleiding Antropologie. Zodoende pikt iedereen een graantje mee. Überhaupt schept de aanwezigheid van excellentie een nieuw klimaat waarin de normale student wordt uitgedaagd om ook bij de club te horen. De zweem van ambitie sijpelt als het waren naar buiten door de ruiten van het Liberal Arts college.

Excellent isolement

Op het eerste gezicht lijkt deze beloofde kruisbestuiving een aanlokkelijk argument waarom instellingen aanzienlijke bedragen mogen investeren in excellentiebeleid. Maar laten we deze beloftes dan eens naast de werkelijkheid leggen. Wat gelijk opvalt is dat veel, zo niet alle, university colleges in Nederland alleen al qua locatie in relatief isolement liggen. Bijna allemaal hebben ze een eigen gebouw, met omringende studentenhuisvesting, en alhoewel deze hier en daar op de campus van de universiteit zelf liggen is dit meer uitzondering dan regel. De meeste colleges liggen in relatief isolement en van interactie tussen excellente en gewone studenten is weinig sprake.

Wat docenten betreft is er wel redelijk wat uitwisseling. Opvallend is dat het hier hoofdzakelijk gaat om docenten uit het reguliere programma die les komen geven voor de honoursmodules, en niet andersom. Het is voor university colleges lastig om onderzoekers voor de klas te krijgen, omdat veel van deze colleges pure onderwijsinstellingen zijn en geen onderzoeksprogramma’s hebben.

De goede docenten uit het reguliere programma worden dus maar al te vaak ingezet voor het onderwijs van excellente studenten. Ook het uitwisselen van onderwijsvormen komt maar langzaam op gang, omdat het echt om verschillende werelden gaat.  Zo is het erg lastig om 300 eerstejaars les te geven in carréopstelling, of ze kritisch denken aan te leren middels een Socratisch gesprek.

Al met al krijgt de gewone student dus maar weinig terug van de miljoeneninvesteringen die universiteiten doen in het excellente onderwijs van anderen. Sterker nog, het is de vraag of ze er niet op achteruit gaan. Het feit dat veel van de initiële investeringen uit ‘een ander potje‘ zijn gekomen verzacht de wonden enigszins maar de vraag is wie er gaat betalen als deze middelen opraken.

Sicco de Knecht is promovendus in de neurowetenschappen aan de universiteit van Amsterdam