De klas mag wel wat stoerder

Basisonderwijs

Basisscholen hebben een mannenprobleem. Dat is een kwestie van status en imago. Want: „Pabo’s zijn allang niet meer de knip-en-plakacademie.”

Foto's: David van Dam

„Als er nu een fantastische, slimme jongen op een middelbare school bij zijn decaan komt en vraagt of hij naar de pabo zal gaan, zal die waarschijnlijk zeggen: daar ben je te goed voor”, zegt Emile van Velsen, opleidingsdirecteur van de pabo op de Christelijke Hogeschool Ede. Hij is het er niet mee eens, maar dat is het beeld: dat het basisonderwijs niet erg uitdagend is. De inhoud niet, en de carrièreperspectieven ook niet. Dat is een afknapper, vooral voor jonge mannelijke leraren.

Het basisonderwijs heeft een mannenprobleem: met 14 procent van de leerkrachten zijn mannen er zwaar ondervertegenwoordigd. En dat zal nog wel even zo blijven. Volgens het CBS, dat hierover woensdag cijfers naar buiten bracht, is er „een mismatch tussen het lerarenvak en wat mannen willen”. Van de mannen die de pabo-opleiding voltooid hebben, staat slechts 37 procent als leerkracht voor de klas. Dat blijkt uit cijfers over 2015, gebaseerd op de hele beroepsbevolking met pabo-diploma. Een klein deel (6 procent) werkt in het onderwijs in een management- of adviesfunctie, een ander deel (10 procent) stroomt na de pabo door naar het voortgezet onderwijs. De rest, 47 procent, verdwijnt uit het onderwijs. Bij vrouwen is dit 31 procent; 57 procent werkt na de pabo als juf.

061016_IHN_PSABO1

Vrouwencultuur

Hoe komt dat? Uit het veld – van pabo’s, vakverenigingen en onderzoeken – komen een boel verschillende verklaringen. De geringe status van het beroep. Het relatief lage salaris. De beperkte carrièremogelijkheden. Het kleine aantal voltijdbanen. De heersende ‘vrouwencultuur’.

„Mannen trekken mannen aan”, zegt Robert-Jan Kooiman, initiatiefnemer van Nederland Meestert, dat ijvert voor meer meesters.

„Voor kinderen is het goed als er ook mannen zijn. Jongetjes van acht die niet kunnen stilzitten, worden nu geproblematiseerd, maar je kunt je afvragen of dat terecht is of voortvloeit uit een heersende norm of cultuur.”

„De feminisering van het onderwijs verklaart inderdaad voor een deel dat er minder mannen het onderwijs instromen”, zegt Janet Bootsma, stagecoördinator op de pabo van De Haagse Hogeschool. „De meeste lerarenteams bestaan merendeels uit vrouwen en voor mannen is dat niet zo aantrekkelijk. Die willen het ook weleens over de Champions League hebben.”

Traditionele man-vrouwrollen, zachte vrouwen versus stoere mannen, zijn nog heersend in dit vakgebied – en bepalen het beeld. De geringe stoerheid kleeft ook aan het imago van het werk zelf. Is dat de schuld van het onderwijs of van de pabo’s? Het merendeel van de ondervraagden uit een CNV-enquête uit 2014 (pdf) vond het een goed idee dat er op de pabo „minder geplakt en geknipt” zou worden. Een achterhaald beeld, vindt Bootsma: de kleuterklas is op de meeste pabo’s inmiddels niet meer de eerste stage. Dat was al om mannen, over het algemeen meer geïnteresseerd in de bovenbouw, niet af te schrikken.

061016_IHN_PSABO2

Geen knip-en-plakacademie

„Pabo’s zijn allang niet meer de knip-en-plakacademie”, zegt Astrid Venes. Zij is directeur van vijf pabo’s onder de vlag van Fontys Hogescholen en mede-initiatiefnemers van de campagne Veel Meer Meester!, die oplossingen voor het mannenprobleem zoekt, bij de instroom, en bij het vasthouden van pabo-leerlingen. Deels is het een imagoprobleem, zegt ze: het beeld mag wel wat „stoerder”.

Maar het probleem zit ook in het onderwijs. „Het palet van carrièremogelijkheden is nog wel beperkt, je kunt op veel plekken alleen doorgroeien tot schooldirecteur”, zegt Astrid Venes. Toch ziet ze ook daar wel „beweging”: er komen steeds meer mogelijkheden voor leerkrachten om zich te verdiepen en verbreden. Door binnen de school ‘specialist’ te worden, die bijvoorbeeld lesgeeft in programmeren, of door een verdiepende master doen en vervolgens onderwijsadvies te geven. En dat combineren met het leraarschap.

Daartoe sporen pabo’s al aan. Janet Bootsma van De Haagse Hogeschool:

„Studenten worden in eerste instantie opgeleid als leerkracht, maar de opleiding is breder. Je wordt in feite opgeleid tot didacticus. Daarom is het goed om op te merken dat het percentage vrouwen dat uitstroomt ook hoog is. Een algemeen didacticus kunnen ze ook in andere sectoren gebruiken, in het bedrijfsleven. Dat is natuurlijk niet helemaal onze bedoeling.”

De vele parttimebanen zijn ook een probleem, zegt Robert-Jan Kooiman van Nederland Meestert. Veel vrouwen willen parttime werken en dan houd je veel vacatures over van maar 15 uur per week. Oninteressant voor mannen die een fulltime baan zoeken.

Daar kan de politiek misschien iets uithalen, maar verder pleit hij vooral voor verandering vanuit het onderwijs zelf – al is het maar in de beeldvorming. Daar voert Kooiman actie voor: „Wij willen als meesters laten zien dat we trots zijn op ons vak, dat het onderwijs ook leuk is voor mannen.”

NRC-redacteur Juliette Vasterman sprak met drie leraren: