Commentaar

De chaos moet uit de klas

V olgens een rapport van de OESO is de Nederlandse schooljeugd slecht gedisciplineerd en de Nederlandse klas vaak een chaos. Het is vaker opgemerkt en zoals meestal wordt het niet ontkend, maar verklaard met bekende argumenten: anders dan in de andere OESO-landen is het Nederlands onderwijs niet gebaseerd op frontaal klassikaal onderwijs maar op klassen die in groepjes verdeeld zijn. Daarin werken de leerlingen samen, daarin leren ze vrijelijk debatteren en samen problemen oplossen. Tussen die groepjes beweegt zich de sturende leerkracht. Tja, dat brengt nu eenmaal onrust met zich mee. Maar het Nederlandse onderwijs behaalt goede resultaten. Dus hoe schadelijk is die onrust nu helemaal?

Het is allemaal waar. Maar zou het kloppen dat die specifieke Nederlandse onderwijsmethode zoveel onrust in de klas brengt dat er van structurele wanorde sprake moet zijn? Is het werkelijk gewoon dat een deel van de Nederlandse leerlingen er niet aan kan wennen dat luisteren naar een leerkracht zijn voordelen heeft? Is het logisch dat de leerlingen die wél aandachtig willen leren er genoegen mee moeten nemen dat zij door rumoer gehinderd worden? En dat, als klap op de vuurpijl, een op de vijf lesgevenden in zijn carrière te maken krijgt met een burn-out, mede doordat deze door het systeem gesanctioneerde onrust zo veel veerkracht vreet?

Het heeft er veel van weg dat niet de Nederlandse manier van lesgeven het probleem is, maar de interpretatie ervan als excuus voor een surplus aan vrijheid. Leren is blijkbaar zo ‘saai’ dat het verkocht moet worden als een sociale activiteit. Met zo min mogelijk dwang, want dat is ‘zielig’.

Leren is moeilijk en lesplezier kan niet altijd gegarandeerd worden. Werken in groepjes is gezellig en vaak productief. Maar dat betekent niet dat er de hele tijd gepraat hoeft te worden over van alles en nog wat. De school die dat mogelijk maakt is, ondanks de beste bedoelingen, een slechte school. Hij bedriegt zijn leerlingen en hindert zijn leerkrachten in de uitoefening van hun vak.

We moeten het leraarschap serieus nemen. Met een gedegen opleiding en een goede beloning. Met scholen die niet bang zijn voor algemene regels als ‘geen mobieltjes in de klas’ en ‘de leraar heeft de macht’. Die duidelijk vaststellen dat de leerkracht niet het personeel van de leerlingen is, maar van de school. De leerling die dat niet erkent, heeft een probleem – óók als ouders verhaal komen halen. In de buitenlanden om ons heen gaat het zo en werkt het. In Nederland kan het ook, met behoud van verworvenheden als de groepjes en de nadruk op individuele ontplooiing.